Ik ben lui, maar zeer volhardend

Interview

Rond de twintig grote buitenlandse ondernemingen hebben een Nederlandse baas. Tien van hen portretteren we de komende maanden. Wie zijn ze? Waarom zitten zij op die plek? Deze week Peter Terium, topman van het Duitse energieconcern RWE – 60.000 werknemers, 50 miljard euro omzet. Hij ziet zijn bedrijf als een lichaam dat steeds nieuwe cellen maakt. 

Door onze redacteur Jannetje Koelewijn Foto Roger Cremers

Peter Terium: „Mijn mantra was ehm... hong, hong, hong... Ik weet het niet eens meer.”

Peter Terium (52) rijdt voor zijn werk in een verlengde Mercedes-Benz 500 S-klasse, met chauffeur, maar voor hem is dat geen statussymbool. „In het Duitse bedrijfsleven is de tijd dat je je status ontleende aan je auto voorbij.”

Wat zijn de nieuwe statussymbolen?

„Je manier van werken en leidinggeven. Hoe je je kleedt. Of je vlot en jeugdig en innovatief bent. Of je mee kunt doen in de nieuwe wereld.”

U wilde op uw kantoor hier in Essen afspreken, niet langer dan een uur, met een woordvoerder erbij. Dat is erg oude wereld.

„O ja?”

Ik vroeg me af of het typisch Duits, typisch RWE of typisch Peter Terium is.

„Nee, nee, nee. Het is de grootte van het bedrijf, de zwaarte van de baan. De mensen om me heen proberen mijn tijd zo effectief mogelijk te gebruiken. Dan is een goed geregelde agenda en een woordvoerder die na afloop uw tekst screent onontbeerlijk. Een chauffeur is ook onontbeerlijk.”

Of is het om te voorkomen dat u te veel van uzelf laat zien?

„Ik heb er geen behoefte aan dat u mij leert kennen, als u dat bedoelt. Maar het is niet zo dat ik nooit persoonlijke interviews geef. Eerder dit jaar heb ik twee journalisten van Der Spiegel zes weken lang in mijn slipstream meegenomen. Duitse journalisten schrijven zeer kritisch over RWE, ze zien dat we in een disruptieve situatie zitten en…”

… ook wel dat uw positie onhoudbaar is.

„Ach ja.”

En dan wilt u wel graag uitleggen dat RWE…

„… een stevig fundament voor een succesvolle toekomst heeft.”

Je hebt lastige banen en lastige banen. Die van Peter Terium is extreem lastig, omdat hij afhankelijk is van de politiek. Gascentrales ja, gascentrales nee, kerncentrales nooit meer, bruin- en steenkoolcentrales groot probleem, jarenlange markt verstorende subsidies voor burgers om zonnepalen op hun dak te zetten. En RWE, Rheinisch-Westfälische Elektrizitätswerk AG – 60.000 werknemers, 50 miljard euro omzet – maar afschrijven op zijn miljardeninvesteringen.

Daardoor leed het bedrijf in 2013, een jaar na Peter Teriums aantreden, voor het eerst in 60 jaar verlies. De beurswaarde halveerde in vijf jaar tijd tot 15 miljard euro. En dan is RWE ook nog eens voor 15 procent eigendom van een groot aantal Duitse gemeenten. Die willen ook graag een schoner milieu, maar hebben wel het dividend op hun aandelen nodig voor hun speelplaatsen en hun lantaarnpalen.

Weinig mensen die zoiets volhouden.

„Toch zie ik er gezond uit, vindt u niet?”

Nederweert Eind in Noord-Limburg, daar is hij geboren. Een boerenfamilie, maar zijn vader ging op zijn zestiende naar Philips. Hij werkte zich op tot afdelingschef. Verder kwam hij niet, want hij was niet eens naar de lts geweest. „Nou ja, veertien dagen.” In het dorp waren weinig mensen met ambitie. Peter Teriums moeder was huisvrouw.

Volgens het hoofd van de lagere school moest Peter Terium naar de mavo, havo was te hoog gegrepen. „Dus ik dacht: dat zullen we dan nog wel eens zien.” Op zijn zeventiende kwam hij van het atheneum met negens en achten voor wis- en natuurkunde.

De TH Eindhoven leek een logische volgende stap, tot zijn leraar economie hem een folder van de Belastingdienst gaf. Daar kon je al werkend worden opgeleid tot accountant. „Hij zei dat er van de 1.500 kandidaten maar 150 door de selectie kwamen. De helft daarvan haalde de eindstreep. Dus dat leek me wel wat. Wat meespeelde: je kreeg meteen minimumjeugdloon, met mijn achtergrond niet onbelangrijk. En ik wilde carrière maken, ergens algemeen directeur van worden, eindverantwoordelijkheid dragen, liefst bij een groot internationaal bedrijf. Als accountant houd je al je opties open.”

Was het een leuke opleiding?

„Ehm, dat niet. Maar ik ben volhardend van aard. Niet erg gedisciplineerd. Lui ook. Maar zeer volhardend.”

En lastig?

„Nee, daarvoor was ik te introvert. Volgens de persoonlijkheidstest van Myers-Briggs – waar we hier veel mee werken om te kijken hoe we teams moeten samenstellen – ben ik iemand die de energie uit zichzelf haalt, minder uit zijn omgeving. Dat is dus introvert. Op school was ik eh… ik wil niet zeggen een grijze muis, maar ik ben nooit klassenvoorzitter geweest of zo.”

U biljartte.

„Vanaf mijn zestiende. Vanaf mijn tiende voetbalde ik, al had ik door mijn fysiek, haha, niet veel kans op prijzen.” Terium is niet overdreven slank of atletisch gebouwd. „Maar door mijn driedimensionale manier van kijken, wat je ook bij wiskunde nodig hebt, had ik wel een goed balgevoel. Ik deed ook de redactie van het clubblad. Vanaf mijn dertiende was ik diskjockey op fuiven en partijen.”

Na de Belastingdienst: accountant bij KPMG. In 1990 ging hij voor de Duitse multinational Schmalbach-Lubeca werken, verpakkingsmiddelenindustrie. Hij begon als controller van een nieuwe petflessenfabriek in de Eiffel en eindigde als vicepresident finance & accounting voor Azië en Europa.

Inmiddels was een deel van de activiteiten aan een Australisch bedrijf verkocht, en Peter Terium wilde niet mee naar de nieuwe eigenaar. Frau Doktor Brigitte Lammers van executive searcher Egon Zehnder in Berlijn nodigde hem uit voor een gesprek en vroeg wat hij ervan zou vinden om voor een echte Duitse onderneming te werken. Terium: „Alsof ik citroen proefde, haha. Ik vroeg: Siemens? Volkswagen? Erger, zei ze. Nou, dat wekte mijn nieuwsgierigheid. Toen zei ze: RWE.”

Het was 2002 en RWE had net heel veel geld uitgegeven aan overnames en die leverden nog niet op wat ervan verwacht werd. „Ze zochten een financiële man die het bed kon opschudden, maar er niet als een stoomwals overheen zou gaan.”

Maakte het wat uit dat u een Nederlander bent?

„De man die me aannam…”

Herr Doktor…

„Sturany, ja, haha, die zei op een goed moment tegen me: jij zegt dingen die je echt niet kunt zeggen, maar je komt er altijd mee weg, dus het moet wel komen door de manier waarop je het zegt. Dat heb je wel als je Nederlander bent. Of in elk geval geen Duitser. RWE was nog erg hiërarchisch en overdreven gestructureerd toen ik begon. Met Kerst kregen alle werknemers een groene spar, behalve die uit Dortmund, want die maakten door een of andere regeling uit het verleden aanspraak op een blauwe spar. In de regeling voor autogebruik stond dat het niet was toegestaan om lichtmetalen velgen te bestellen, dat wekte een verkeerde indruk. Als je ze gratis van de dealer kreeg, werden ze er in onze eigen garage afgemonteerd en die bestelden dan nieuwe velgen voor 150 euro per stuk.”

In het jaar voor zijn overstap naar RWE was Peter Terium voor het eerst tegen zijn eigen grenzen aangelopen. „Getrouwd, kinderen, verhuisd, een vrouw die zich niet gelukkig voelde, steeds harder werken, hogere eisen, meer eten, minder sporten – kortom, ik kreeg allerlei kwaaltjes. En de medisch wetenschap is heel repressief. Artsen bestrijden symptomen, ze houden zich niet met de oorzaken bezig. Maar mijn vrouw wel. Zegt de term HSP u iets? Highly sensitive person. Dat is zij. Zij voelt dingen aan die ik uit mezelf nooit zou hebben opgemerkt.”

Op haar aanraden ging hij naar een homeopaat en die adviseerde hem om aan TM te gaan doen, transcendente meditatie. Twee maal daags twintig minuten zitten en de gedachten op het hier en nu richten. „De achtergrond is gewoon thermofysica, hoor. Als je materie, in dit geval je geest, tot rust brengt, gaat het de oorspronkelijke structuur weer zoeken en kom je tot rust. Weinig methodes waarmee je in zo korte tijd zo veel resultaat hebt. Ik bleef in de rails. Ik kreeg oog voor dingen die ik eerst niet opmerkte. Op een maandagochtend kwam ik op mijn werk en ik zei tegen mijn secretaresse: goh, je bent naar de kapper geweest. Leuk dat je het zegt, zei ze. Overigens doe ik dat al jaren ieder weekend.”

Wat is uw mantra?

„Ehm… hong, hong, hong… Ik weet het niet eens meer. Na een aantal jaren heb ik me ervan gedistantieerd omdat de esoterische kant ervan me begon tegen te staan. Toen ben ik me gaan verdiepen in mindfulness, dat heeft een stevigere wetenschappelijke basis. Op een gegeven moment begon ik te merken dat het voor de mensen om me heen ook een voordeel kon hebben. Ik gaf in die tijd leiding aan Essent [een dochter van RWE] en ze zeiden: de hele tent gaat overhoop en jij staat daar als een rots in de branding, hoe doe je dat?

Peter Terium in maart van dit jaar, tijdens de presentatie van het jaarrapport 2014 aan journalisten. Foto EPA / Ralf Vennenbernd

We zijn begonnen met masterclasses mindfulness. Wat is stress, hoe gaat de oude Aziatische wereld daarmee om, wat doet voeding met je lichaam, beweging, licht, zuurstof. Tot mijn verbazing sloeg het fantastisch aan. Inmiddels ben ik ervan overtuigd” – hij kijkt op zijn horloge, het gesprek is al een uur uitgelopen – „dat we over een paar jaar tegen mindfulness aankijken als nu tegen sport. Je hebt het nodig om gezond te blijven.”

Twee weken later praten we verder op de luchthaven van Düsseldorf. ’s Morgens is hij uit Berlijn gekomen, tussendoor moest hij naar Mühlheim, zometeen heeft hij een afspraak in het centrum van Düsseldorf. „En ik was eigenlijk vrij vandaag.” Hij lacht en lepelt het schuim van zijn cappuccino op.

Vergadering?

Bikram yoga. Doe ik drie keer in de week. Daarna ga ik uit eten met mijn vrouw en morgen vroeg vlieg ik naar de VS voor een rondje roadshows.”

Wist u hoe zwaar u het zou krijgen toen u bestuursvoorzitter van RWE werd?

„Voor 87 procent wel, ja. Het was in 2012 en de stroomprijs stond op 60 euro. Ik dacht dat die naar 40 euro zou zakken. Het werd erger. We zitten nu op 29 euro. De tegenwind uit de politiek is nog heftiger dan ik had verwacht. Maar omdat ik RWE goed kende, zag ik toen al de mogelijkheden voor verbeteringen en veranderingen. Balans opschonen door desinvesteringen, kosten besparen, innoveren. Het thema innovatie heb ik bewust naar me toegetrokken. We hebben bij RWE zeer capabele mensen met zeer goede ideeën daarover.”

Die mensen laat hij bijvoorbeeld naar Silicon Valley en Tel Aviv gaan om naar start-ups met slimme producten te kijken die RWE misschien wel kan overnemen. Apparaatjes die zien wat voor koffiezetmachine je hebt en of die al ontkalkt moet worden. Op afstand bedienbare deursloten waarmee je de bezorger van Amazon kunt binnenlaten en in de gaten kunt houden. Softwareprogramma’s waarmee klanten zelf bij RWE kunnen zien of ze hun rekening al betaald hebben. „Hebben wij 40 procent minder bellers en kunnen we honderden mensen bij ons callcenter weghalen.”

Meer stroom verkoopt u er niet mee.

„Niet aan die ene klant. Maar als je die producten met stroomcontracten verbindt, en je doet het goed, krijg je wel meer klanten.”

RWE wordt een dienstverlener?

„Ook, ja.”

Of is de tijd voor concerns als RWE eigenlijk voorbij?

„Nee, waarom? Energie blijft nodig en die zal voorlopig niet alleen uit zon en wind kunnen komen.”

Had RWE dan niet eerder moeten beginnen met veranderen?

Hij knikt en zegt dat de top-downcultuur van RWE vernieuwing lang in de weg heeft gestaan. „Commander control, typisch voor technische bedrijven. En voor overheidsbedrijven, wat wij voorheen ook waren. Je bouwde grote fabrieken en als je dat dertig jaar gedaan had, ging je naar de raad van bestuur en zei je hoe anderen die grote fabrieken moesten bouwen. Maar als mensen opeens allemaal zonnepaneeltjes op hun dak gaan zetten omdat ze daar geld voor krijgen van de overheid, dan werkt dat niet meer. Het duurt veel te lang voordat zo’n signaal tot in de top is doorgedrongen en die top vervolgens naar beneden heeft uitgelegd wat er gedaan moet worden.”

Dus?

„Ben ik die oude structuren aan het doorbreken. We moeten naar een bottom-upcultuur.”

En dat kan met dezelfde mensen?

„Niet iedereen kan mee, nee. Wat dat betreft is een bedrijf als een lichaam dat steeds nieuwe cellen maakt. Dat is goed voor het systeem. Nieuwe mensen, nieuwe ideeën. Maar mensen kunnen zelf ook veranderen. Mijn mensen in de raad van bestuur doen nu dingen die ik vier jaar geleden niet voor mogelijk had gehouden. Zij zelf ook niet.”

Zoals?

„Twee van hen spraken geen Engels, nu wel. Ze konden het wel, maar ze hadden niet het zelfvertrouwen om het te doen. Ze dachten: als lid van de raad van bestuur mag ik geen fouten maken. En dan de manier van leidinggeven. Luisteren en vragen in plaats van zeggen en vertellen. Mensen niet laten doen wat jij bedenkt, maar ze zelf hun plannen laten uitwerken. Dat is next level leadership.” Hij glimacht. „People believe in what they create.

En als u het niet eens bent met wat ze bedenken?

„Beginnen we opnieuw. Mijn rol is mogelijkheden scheppen. Modereren en te mediëren. Op een of andere manier heb ik dat in mijn vingers. RWE is een ander bedrijf dan vier jaar geleden. De voldoening zit voor mij ook hierin dat ik mijn werk kan combineren met mijn vrouw en kinderen, en dat ik gezond en ontspannen blijf.”

Uw chauffeur brengt u zo naar uw yogaklasje?

„Ja, haha, maar hij zet me op de hoek af.”

Weer een paar weken later zijn we in Eynderhoof, een klein openluchtmuseum in Nederweert Eind. Het stelt een Peeldorp uit 1900 voor, met een boerderij en een bakkerij, een smederij en een houtzagerij. Het is opgericht door mensen uit de buurt, onder wie nogal wat familieleden van Peter Terium. Die onderhouden het ook.

Terium wandelt naar de waterput en wijst in de verte. Dat kleine huisje voorbij het maïsveld, daar is hij geboren. Daarnaast was de boerderij van zijn grootouders. Die is afgebroken. Maar geen sentimentele verhalen nu. Morgen vroeg reist hij naar Dubai, daarna gaat hij door naar Boston en Los Angeles, en volgende week…

Een tante, een neef en een achternichtje komen langs om hem gedag te zeggen. De neef, hij is huisschilder, vertelt dat het museum binnenkort weer wordt omgetoverd in Dickens-stijl. „Voor Kerstmis”, zegt hij. „Zo ontzettend mooi is dat.”

Als de koffie en vlaai op zijn, brengt hij de kopjes naar de keuken. Daarna zwaait hij en stapt in zijn auto. Het is een tweedehands Bentley Continental GT. Eerder heeft hij al verteld dat het een jongensdroom was. „Toen ik 50 werd, mocht ik hem kopen van mijn vrouw.”

Deze tien bazen portretteren we de komende maanden: