Hulp en handel zijn allebei nodig

De Tweede Kamer wordt dagelijks overspoeld door zakenmensen. Wie zijn het en wat willen zij?

Wie Joël van der Beek

Is directeur/eigenaar adviesbureau EconoVision

Leeftijd 48 jaar

Wanneer Woensdag 11 november

Foto David van Dam

U zoekt Tweede Kamerlid Eric Smaling van de SP?

„Klopt. Ik ben gevraagd als expert op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Van huis uit ben ik ontwikkelingseconoom. Ik heb gereageerd op een artikel van Smaling over de nieuwe ontwikkelingsagenda van de SP. Vervolgens kreeg ik een uitnodiging voor dit gesprek. Ook omdat de begroting van minister Lilianne Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking binnenkort in de Kamer wordt besproken. Daar heb ik Smaling input voor gegeven.”

Doet u dat wel vaker?

„Ik volg het nieuws in alle media en als ik iets interessant vind, haak ik erop in. Ontwikkelingssamenwerking is een complexe puzzel. Met name als het om de verdeling van het geld gaat. Ontwikkelingssamenwerking moet eigenlijk zichzelf overbodig maken. Hoe geef je jonge mensen in Afrika de kans om zelfstandig een bestaan op te bouwen, zodat ze niet meer de Middellandse Zee hoeven over te steken?”

Daar zal Smaling het roerend mee eens zijn.

„Geld verdelen heeft ook zijn nadelen. Het kan daar leiden tot passiviteit en prijsverstoringen. Het gaat erom dat het geld goed terechtkomt en goed wordt ingezet. Dat kun je bereiken door veel meer gebruik te maken van mensen ter plekke en netwerken. Zij weten wat nodig en mogelijk is. Evaluaties van projecten moet je ook niet hier uitvoeren, maar daar ter plekke. Door de mensen die het aangaat. Zorg ervoor dat ngo’s minder op Den Haag en meer op de bestemming georiënteerd zijn. En maak gebruik van maatschappelijke bewegingen, hier en daar. Kerken horen daar nadrukkelijk bij. Hulp en handel laten zich moeilijk combineren. Maar ze zijn wel allebei nodig. Handel geeft daar eigenwaarde, de bevestiging van talent en vaardigheid.”

Kon u Smaling een concreet project aan de hand doen?

„We zijn betrokken bij het herontwerp van internationale vredesoperaties, zoals in Mali. Daar worden kampen voor ingericht die een enorm gebied bestrijken. Zo’n kamp heeft primair een militaire functie. Maar het biedt ook regionale werkgelegenheid en andere investeringen ter plekke. Je zag in ex-Joegoslavië hoe daar na afloop van de oorlog een enorme afvalberg is achtergelaten. Bij vredesoperaties heeft de militaire impact voorrang. Maar in Mali woedt niet alleen oorlog, er is ook grote waterschaarste, armoede en werkloosheid. We kijken nu of er tijdens en na de vredesoperatie ook positief ontwikkeld kan worden. Bij Defensie heet dat de geïntegreerde benadering. Die helpen wij verder uitwerken.”