Frans horrorscenario komt uit

Sinds de aanslag op Charlie Hebdo stond Frankrijk al onder hoogspanning. Bijna dagelijks worden aanslagen verijdeld. Gisteren kwam het horrorscenario uit: een gecoördineerde aanslagengolf tijdens een groot evenement.

Een gewonde bezoeker van de Parijse popzaal Bataclan wordt buiten op straat verpleegd. Schutters drongen gisteravond binnen en schoten zeker honderd concertgangers dood. Foto Christian Hartmann/Reuters

Het was het scenario waar de Franse inlichtingendiensten, de politie en de politiek al maanden voor vreesden: een gecoördineerde aanval op hoofdstad Parijs, waarbij terroristen tijdens een groot evenement met veel politie-inzet op meerdere plekken tegelijk zouden toeslaan.

Vrijdagavond gebeurde het. Na twee zelfmoordaanslagen en een derde explosie bij het Stade de France boven Parijs, waar in het bijzijn van president François Hollande Frankrijk vriendschappelijk tegen Duitsland voetbalde, vielen tientallen slachtoffers bij simultane schietpartijen in het hart van Parijs.

Het was de grootste terreurdaad op het Europese vasteland sinds de aanslagen op treinen in 2004 in Madrid. Met meer dan honderd doden was het „horror”, zei president Hollande met overslaande stem in een televisietoespraak rond middernacht.

Voor Parijzenaars liggen vooral de recente aanslagen in januari, bij het tijdschrift Charlie Hebdo en de kosjere supermarkt, nog vers in het geheugen. Die aanslagen, waarna miljoenen uit protest de straat opgingen, waren vergeleken bij de chaotische gebeurtenissen van vrijdag eigenlijk kinderspel, beseften de Fransen.

Ook voor Hollande was dit het gevreesde scenario. Frankrijk staat sinds die aanslagen begin dit jaar, de onthoofding in Lyon en de verijdelde aanslag in de Thalys in augustus permanent onder hoogspanning. Voor alle veiligheidsdiensten geldt sindsdien de allerhoogste staat van paraatheid.

Zwaarbewapende soldaten patrouilleren al maanden op stations, bij toeristische attracties, Joodse instellingen en andere gevoelige plaatsen. Parijzenaars leerden leven met code rouge van het zogenoemde ‘Plan Vigipirate’, het nationale veiligheidsplan. Alleen bezoekers verwonderden zich nog over de camouflagepakken en machinegeweren.

Maar al die extra inzet heeft niet mogen baten. Frankrijk blijkt nog altijd even kwetsbaar. Bijna dagelijks zouden de veiligheidsdiensten aanslagen verijdelen, zeggen politici achter de schermen benauwd. Slechts heel af en toe komt zo’n plan in fragmenten naar buiten.

Afgelopen week nog maakte minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve bekend dat een geradicaliseerde jongeman een aanslag voorbereidde op een marinebasis in de Zuid-Franse stad Toulon. Hij werd al langere tijd in de gaten gehouden en kon worden opgepakt toen hij probeerde aan wapens te komen.

Eerder dit jaar schoot een tot de tanden bewapende man zichzelf in Parijs letterlijk in de voet voor hij, na een telefoontje aan de eerste hulp, gearresteerd kon worden. Hij had het vuur willen openen op een kerk in de Parijse voorstad Villejuif, bleek later. Zijn auto lag vol wapens en kaarten van de plek waar hij had willen toeslaan.

Wat beide verijdelde aanslagen gemeen hadden: ze werden volgens de inlichtingendiensten besteld door Franse jihadisten in Syrië. Frankrijk is hofleverancier van strijders bij Islamitische Staat. Naar schatting 1.000 Fransen zijn momenteel ter plaatse actief. Zij lijken vanaf locatie intensief contact te houden met geradicaliseerde cellen in de banlieue.

Uit naar de Franse pers uitgelekte stukken van het dossier tegen Amedy Coulibaly, de schutter bij de Hyper Cacher bij de Parijse Porte de Vincennes in januari, blijkt dat ook híj gedetailleerde instructies uit het buitenland ontving over het soort wapens dat hij moest bestellen. Zelfs nadat de broers Kouachi hadden toegeslagen op de redactieburelen van Charlie Hebdo, hield hij nog contact met de opdrachtgevers.

C’est pour la Syrie”, zouden de schutters in concertzaal Bataclan hebben geroepen toen zij hun tientallen slachtoffers maakten. Wraak, dus, voor de Franse steun aan de bombardementen op IS-stellingen in dat land.

Want hoewel bijna elke terreurdeskundige de extreme kwetsbaarheid van Frankrijk voor aanslagen koppelt aan de combinatie van veel jihadisten van eigen bodem én het actieve buitenlandse beleid van militaire interventies in vooral Afrika en het Midden-Oosten, heeft de Franse regering op dat laatste vlak tot nu toe niet ingebonden. Vorige week nog stuurde Parijs het vliegdekschip Charles de Gaulle naar de Golf om het aantal bombardementen te kunnen opvoeren.

Dat was in de eerste plaats een symbolische daad, een reactie op de actieve Russische bemoeienis met het Syrische conflict. Frankrijk, dat als eerste Europese land de Syrische oppositie erkende en van wapens heeft voorzien, is anders dan de Russen voorstander van verwijdering van president president Assad.

Terwijl het land wél in Irak bombardeerde, twijfelde de Franse regering lang over luchtaanvallen op IS in Syrië omdat die Assad in de kaart zouden kunnen spelen. Pas afgelopen september kondigde president Hollande ook militaire actie op Syrië aan. Om één simpele reden: omdat dat voor de eigen Franse binnenlandse veiligheid van belang zou zijn.

Nu ligt Frankrijk plat. Noodtoestand, grenzen dicht, openbare gebouwen tot nader order niet toegankelijk. Angst voor terreur zal Frankrijk voorlopig leiden.