Een zachte man met harde kennis

Menno Steketee (1963-2015) was bioloog van het flamboyante type en schreef voor NRC over militaire zaken. Maar hij draaide ook zijn hand niet om voor een kookrubriek.

Journalist Menno Steketee begin dit jaar met een krab op de markt. Foto Merlijn Doomernik

Menno Steketee was een ongewone journalist. Hij was een militaire specialist die losjes kon schrijven over gevaarlijke onderwerpen. Maar hij was óók zeebioloog met grote liefde voor dieren die regelmatig schreef over zijn zoektochten naar gieren in de Italiaanse bergen en naar Zwarte-Zeevissen in een Amsterdamse gracht. Jarenlang schreef hij dierenverhalen voor de kinderpagina van de Wetenschapsbijlage. En misschien was hij nog wel het meest bekend om zijn NRC-kookrubriek, die hij de afgelopen vijf jaar wekelijks schreef, aanvankelijk alleen voor nrc.next. Die kookrubriek hield hij vol tot de laatste fase van zijn ziekte – een haast bovenmenselijke prestatie omdat chemotherapie zijn smaak beïnvloedde. Donderdagnacht overleed hij na een harde strijd met de kanker.

In een recente Kankerbijlage bij NRC Handelsblad deed hij pijnlijk verslag van zijn diagnose en van de contacten met zijn artsen: ‘Wat vervelend, zegt de huisarts weer’. En typisch Menno: hij tikte ook maar gelijk een snijdend verhaal over de kwaliteit van het ziekenhuiseten: ‘een twee maanden durend, gedwongen veldonderzoek in een academisch ziekenhuis in het midden des lands’.

Opgegroeid in Zeeland, daar besmet met een levenslange liefde voor water en voorzien van weldadige Zeeuwse nuchterheid, studeerde Menno Steketee biologie in Utrecht en Bologna – zéébiologie zei hij zelf. Hij werd een bioloog van het flamboyante type, die goed wist hoe hij zijn studieobjecten het lekkerst op kon eten. En als op feestjes een roedel druk pratende journalisten neerstreek, was het niet ongewoon dat juist hij door buitenstaanders als enige sympathiek werd bevonden: wars van dikdoenerij, vriendelijk van oogopslag en bereid om met iedereen te praten. Een zachte man, met harde kennis en brede belangstelling, eeuwig op zoek naar interessante dingen. ‘Een beer op jacht naar honing’, typeerde een collega hem ooit.

Min of meer bij toeval raakte hij begin jaren negentig, tijdens de Eerste Golfoorlog, verzeild bij NRC Handelsblad. Als militair deskundige, vooral voor de technische kant. Dat militaire was maar een van zijn vele interesses. Maar die belangstelling bleek voor de beginnende journalist een goede inkomstenbron. Nooit in dienst bij NRC maar altijd nauw verbonden met de krant, werkte hij ook voor andere, meer vakmatige bladen op dat gebied, zoals Jane’s Defence Weekly.

Zijn kracht was een feilloos gevoel voor de grote lijn, ondersteund door inzicht in het treffende detail. Hij kon een tankslag in de woestijn vergelijken met een zeeslag: nergens dekking. En als een Russische duikboot zich klem vaart bij een Zweedse marinebasis prijst hij de navigatiekunst van de bemanning: dat ze in die verraderlijke wateren überhaupt nog zo ver zijn gekomen! En iedereen die begin dit jaar zijn stuk over Poetins militaire macht las, weet nu dat de Russische marine zelden uitvaart zonder een sleepboot mee te nemen. Aha!

In de loop der jaren heeft Menno Steketee veel onderzeeërs, vliegdekschepen, kruisers, tanks en andere militaire hardware van binnen gezien. Zijn militaire kennis en ervaring was daardoor groot, zonder dat het hem iets militairs gaf. Maar door terloops gebruik van een militaire vakterm kon hij zelfs een stijf interview met een viersterrengeneraal veranderen in een gesprek tussen mannen met dezelfde jongensachtige fascinatie.

Dezelfde mengeling van competentie en nonchalante bravoure bepaalde ook zijn stukken voor de kookrubriek. Lezers zagen hem met een schepnetje garnalen ophalen in de branding. Over een door eb drooggevallen zeebodem scharrelde hij een maaltje schelpen bijeen. Het schoonmaken van de vis, het maken van een voortreffelijke bisque, in zijn rubriek was het de normaalste zaak van de wereld. Deze Zeeuw hield van vis.

Dat juist deze levenslustige man zo jong getroffen werd door een ernstige ziekte, die hem nu fataal is geworden, raakt de redactiegemeenschap van NRC diep. Hij was niet alleen door zijn talenten verbonden met de krant. Zijn echtgenote heeft hij bij de krant leren kennen, zijn broer Hans is redacteur.

Eind augustus verscheen een bundeling van zijn dierenverhalen uit De Kleine Wetenschap: De minireuzenmiereneter. Ontdekkingen over verbazingwekkende dieren. Het boek is een loflied geworden op de dierenwereld en een toonbeeld van zijn tomeloze nieuwsgierigheid naar alles om hem heen. In het voorwoord vertelt hij hoe hij met een vriend over de snelweg rijdt en overal dieren aanwijst. Een groepje smienten in de sloot, ‘en kijk nou, daar ligt een overreden bunzing’. Zijn vriend merkt dan op: een bioloog zoals jij is eigenlijk nooit alleen.

Hij heeft het boek mede opgedragen aan zijn twee jonge kinderen. ‘Opdat zij nooit alleen zijn.’