De redding moet van buiten komen

Ook na nieuw topoverleg is er nog geen begin van een oplossing voor de vluchtelingencrisis in zicht. Europa lijkt het geloof in zichzelf te verliezen. Wie wil het Europese project nog verdedigen? „Ik vertegenwoordig Nederland dus ik zou me pas gaan schamen als het aan ons lag.”

Beeld fotodienst nrc

Ach, wat waren de crises rond de euro en de Griekse financiën – die vooral – toch fijn en overzichtelijk. Brussel lijkt massaal terug te verlangen naar de tijd dat Europa weliswaar op de rand van de afgrond leek te balanceren, maar niemand echt geloofde dat het er ook in zou donderen. Elke crisis maakt Europa sterker, klinkt het vaak. Zonder crisis komt de Europese tanker, met zijn maar liefst 28 leden, niet vooruit. Uit de paniek van de crisis borrelt de inspiratie omhoog. Maar is dat nog steeds wel zo?

„De Europese Unie kan uit elkaar vallen”, klinkt het maandag bezorgd uit de mond van de Luxemburgse Buitenlandminister Jean Asselborn. Zijn land is roulerend EU-voorzitter, een door de crisis gekmakend geworden taak die 1 januari aan Nederland toevalt. Asselborn waarschuwt dat het binnen „een paar maanden” gedaan kan zijn met het vrije reizen in Europa (Schengen), nu landen zichzelf opsluiten, met hekken of extra grenscontroles, en elkaar vluchtelingen en verantwoordelijkheid toeschuiven.

Hij neemt het woord „oorlog” in de mond, dat is waartoe „dit valse nationalisme” volgens hem kan leiden.

Diezelfde avond zegt Frans Timmermans, de nummer twee in de Europese Commissie, dat hij „niet te optimistisch” wil doen. „Dat ben ik gewoon niet.” Timmermans houdt in Amsterdam de Huis van Europa-lezing en zegt na afloop: „Dit is voor het eerst in mijn bewuste beleving van de Europese samenwerking dat ik denk: het zou weleens echt kunnen stranden. Dat heb ik nooit eerder gehad.”

Alsof Europa niet al genoeg kopzorgen heeft, houdt de Britse premier David Cameron dinsdag een speech over het referendum dat hij uiterlijk in 2017 wil houden over het Britse EU-lidmaatschap. Zonder flinke concessies, onder meer op het gebied van migratie, kan hij niet garanderen dat zijn land in de EU blijft. Een voor EU-leiders duivels dilemma: geef je toe, dan zullen anderen volgen met eisen en dreigementen. Weiger je, wordt Europa nog bleker dan het nu al is.

Weer een dag later, op woensdag, zitten EU-leiders samengepakt op het piepkleine eiland Malta, als schipbreukelingen op een oneindige zee, omcirkeld door helikopters en marineschepen. Onder de imposante gewelven van de Sacra Infermeria, in een ver verleden een ziekenzaal met lange rijen patiënten, praten ze over wat door sommigen de grootste Europese crisis sinds de Tweede Wereldoorlog wordt genoemd. Op de tweede dag van de top spreekt Europees ‘president’ Donald Tusk van „een race tegen de klok”.

Legale migratiekanalen

Gelooft Europa nog in zichzelf? De tot nu toe geboden oplossingen voor de crisis wekken niet de indruk. De Europese hoop, zo bleek ook weer op Malta, is niet zozeer gevestigd op Europa zelf, maar op Turkije en Afrikaanse landen. Op het indammen en opvangen van de stroom vluchtelingen zo dicht mogelijk bij de bron. Wie meewerkt, kan extra financiële hulp van de EU tegemoet zien, de belofte van extra ‘legale migratiekanalen’ of, in het Turkse geval, soepeler visumregels voor Turkse burgers. De redding moet van buiten komen.

Europa zelf lijkt als verlamd door onvermogen en onderling wantrouwen. Het plan om 160.000 vluchtelingen ‘eerlijker’ te herverdelen over de EU verloopt belabberd, omdat niemand te veel wil doen en het de ander is die altijd te weinig doet. „Oost-Europa geeft niet thuis”, zei premier Rutte deze week op Malta stellig. Je kunt ook zeggen: vluchtelingen willen niet naar Oost-Europa. Ze willen niet naar arme landen, en trouwens ook niet naar rijke, als ze die niet kennen, zo ondervond het toch zeer welvarende Luxemburg.

De lidstaten beginnen óók te steigeren als de Europese Commissie mogelijke oplossingen voorstelt, zoals het Europees maken van het asielbeleid en van de grensbewaking. Voor het organiseren van humanitaire hulp op de ‘Balkan-route’ wordt zwaar geleund op de UNHCR, de VN- vluchtelingenorganisatie die kennelijk meer gezag geniet dan EU-instellingen, en in ieder geval als minder bedreigend voor de eigen soevereiniteit wordt ervaren.

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) werd deze week in Brussel gevraagd wanneer de politiek zich gaat schamen voor de wijze waarop de vluchtelingencrisis ter hand wordt genomen. Zijn antwoord: „Ik vertegenwoordig Nederland dus ik zou me pas gaan schamen als het aan ons lag.” Als Europeaan dan misschien? „Ik heb niet zo’n gemengde identiteit in m’n hoofd.”

Wie wil het ‘Europese project’ nog wel verdedigen? Cameron niet in ieder geval. Hoewel hij ogenschijnlijk niet wil dat zijn land de EU verlaat, was zijn toespraak dinsdag geen hard pleidooi vóór Europa. De „definitieve beslissing” legde hij ondubbelzinnig in handen van de Britse bevolking zelf. „Het is uw beslissing, van niemand anders. Niet van politici, parlementen, lobbygroepen of van mijzelf.” Bij de parlementsverkiezingen in mei kreeg Cameron een verpletterend mandaat van het volk. Nu zegt hij, nog eens: ú mag het zeggen.

Outsourcen

De redding moet van buiten komen. Outsourcen is het nieuwe devies. Ook van de politieke besluitvorming. Het Nederlandse volk mag zich eveneens uitspreken, in april, over het associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU. Hoewel het referendum een particulier initiatief is, en zeker niet van de regering, maakt premier Rutte nog geen aanstalten campagne te voeren voor het door hemzelf ondertekende verdrag, een laatste strohalm voor Oekraïne om tegenwicht aan Rusland te kunnen bieden. Ook Rutte zegt in feite: ú mag het zeggen.

Je kunt het geloof in democratische kracht noemen. Je kunt ook zeggen dat EU-leiders het zelf eigenlijk ook niet meer weten, en van zichzelf en elkaar in ieder geval weinig verwachten.

Wordt er misschien te veel verwacht van de politiek? Dat was wel de centrale boodschap van Timmermans toespraak afgelopen maandag. „Zo vaak merk ik dat mensen nog nooit met een vluchteling gesproken hebben. Nooit de moeite genomen hebben te luisteren naar die verhalen. Om zich die verhalen eigen te maken. Zodra die verbinding er is op menselijk vlak, worden oplossingen volgens mij ook makkelijker te bereiken.”

De eurocommissaris benadrukte meteen dat hij niet pleit voor het opengooien van grenzen en het verwelkomen van iedereen. „Een grens is een nuttig, belangrijk ding. Het definieert wie je bent. Maar het is ook een ding waar je overheen kan. […] We hebben grenzen nodig, geen muren. Muren maken dood, steriel, kapot.”

Op Malta werd aan Turkije 3 miljard euro en aan Afrikaanse landen 3,6 miljard euro toegezegd. Voor vluchtelingenopvang en armoedebestrijding, en voor veiligheid en grensbewaking. Eind deze maand is er een extra EU-top samen met Turkije, waar president Erdogan op het schild zal worden geheven als redder van Europa. Maar daarna zal Europa zich toch echt zelf moeten redden.