Column

De hoge prijs van regime change in Syrië

De Russische tv zond deze week een ontnuchterend interview uit met Syrië-expert Joshua Landis, van de universiteit van Oklahoma. Daarin legt hij uit waarom de oorlog nog lang niet afgelopen is. De familie Assad, van de Alawitische minderheid, heeft na de Baath-revolutie in 1970 de staat voor eigen gebruik ingericht. Staatsinstellingen hadden één oogmerk: het land zo laten draaien dat de Alawieten aan de macht blijven. Als je de familie Assad weghaalt, storten de instellingen in en vernietig je de staat. Iets dergelijks gebeurde ook in Irak en Libië. „De prijs van regime change”, zegt Landis, „is chaos”.

Elke Europeaan zou dit interview moeten bekijken (joshualandis.com). Wij praten in Europa over grenzen sluiten, asielbeperkingen, mensen terugsturen. Maar beseffen we dat we het slechts hebben over symptomen van het echte probleem? Het echte probleem is dat wij te weinig hebben gedaan om chaos in de Arabische wereld te voorkomen en die deels hebben aangewakkerd.

De chaos houdt helaas voorlopig aan. In Syrië vechten circa 1.500 milities, allen religieus of extreem-religieus gemotiveerd. Geen heeft enige boodschap aan de westerse agenda van democratie, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting. Zelfs de verlichte seculiere elite is, in Europese ballingschap, verbijsterd. Sommigen beginnen terug te verlangen naar Baath-tijden, toen niemand zijn mond kon opendoen maar Syrië tenminste rustig was. De drie sterkste partijen zijn nu Assad, Jaish al-Fateh (het ‘Leger der Verovering’, waartoe al-Nusra toe hoort) en Islamitische Staat.

Het Westen vindt ze alle drie even erg. De Verenigde Staten doen of ze IS bestrijden. Deze week begonnen ze een offensiefje met de Koerden. Maar meestal doen ze niks: ze willen niet in het Assad-kamp terechtkomen. Washington wil bovendien burgers sparen. Veel Amerikaanse gevechtsvliegtuigen verlaten onverrichter zake het Syrische luchtruim. Washington, zegt Landis, heeft geen plan meer voor Syrië, behalve containment. Ze laten „het moeras gewoon koken”. In dat moeras zitten genoeg partijen die nog denken dat ze kunnen winnen. Dus gaat de oorlog door, en de exodus naar Europa.

De Russen weten beter wat ze met Syrië willen: Assad overeind houden. Maar hun militaire know-how loopt achter bij het Westen en ze zitten krap bij kas. Een Amerikaanse functionaris vertelde onlangs dat Moskou zelfs heeft gehengeld naar praktische Amerikaanse steun – bijvoorbeeld in de vorm van informatie over doelwitten – voor zijn offensief in Syrië. Die verzoeken werden geweigerd. Nu bombarderen de Russen in Syrië alles wat beweegt. Ze verdienden daarmee een prominente plaats aan de onderhandelingstafel, dit weekend weer in Wenen. Daar gaat het Moskou werkelijk om: weer als wereldmacht worden gezien.

Europa wordt in dit verhaal niet één keer genoemd. Toch zijn de problemen in Europa een direct gevolg van deze chaos, en van vergelijkbare chaos in Irak, Afghanistan en Libie. Grenzen sluiten helpt niets, zolang de halve westkant van Turkije goed verdient aan vluchtelingentransport naar Europa. De Turken doen niets om dit te stoppen. Dat is cynisch, zeker. Maar wij hebben hen jaren aan het lijntje gehouden over het EU-lidmaatschap. Nu laat Turkije ons bungelen. Het wil dat wij helpen de Koerden in het gareel te houden.

Regime-change in Arabische landen draagt een hoge prijs. Als we hadden geweten wat voor hel Syrië zou worden, dat zovelen hierheen zouden vluchten – hadden we dan in 2011 de seculiere oppositie zo warm aangemoedigd? Europa zou ook van deze genante historie kunnen leren. Dat is onder meer: iets minder naïef proberen te zijn.