De NS en ProRail moeten juist niet losgekoppeld worden

Coen Teulings (11/11) poneert weer eens de stelling dat bij het railvervoer de uitvoering van de dienstregeling (NS Reizigers) en het beheer van het railnet (ProRail) niet losgekoppeld kunnen worden. Scheiden, een slecht plan, zo wordt vervoerseconoom Rietveld geciteerd. Mijn stelling is dat scheiden een goed plan is. Op dit moment maken ongeveer 30 vervoerders gebruik van het Nederlandse railnet. Dit zijn naast NSR o.a. Arriva, Veolia, talloze goederenvervoerders en enkele museumorganisaties. Het kan toch niet zo zijn dat deze organisaties, mochten NSR en ProRail weer samengevoegd worden, met concurrent NS moeten onderhandelen over de ruimte op het railnet. Ze moeten daarvoor terecht kunnen bij een onafhankelijke organisatie. In de column wordt onderscheid gemaakt tussen het hoofdrailnetwerk en de ‘onrendabele’ lijnen; de rails van de zijlijnen zijn gratis en verder wil niemand investeren; en er rijden boemeltjes. Wat onwaar! Een voorbeeld: de komende jaren wordt het spoor tussen Zevenaar en Didam verdubbeld, waardoor er minder vertragingen voorkomen en de dienstsnelheid naar 120 km/u kan. Tweede voorbeeld: de voorgenomen verdubbeling van het spoor tussen Zuidhorn en Hoogkerk (Groningen – Leeuwarden), broodnodig om de capaciteit te verhogen. En op deze lijnen wordt goed gepresteerd. Terecht spreken we van een Fyra-debacle. Maar wat als de Italiaanse trein een perfect functionerende trein was geweest? Dan hadden we gezegd: het heeft wat gekost, maar we hebben iets moois op de rails.