Boze en rouwende Fransen mogen niet demonstreren

Parijzenaars willen hun woede en onmacht kwijt, maar betogingen zijn verboden. “Een gek met een bomgordel en het leed is niet te overzien.”

Foto Arjan Paans

“Evacueer het plein, voor uw eigen veiligheid”, zegt de politieagent in de blauwe Clio door de megafoon op het dak. Het langzaam toestromende publiek op de Place de la Republique trekt zich er weinig van aan. Waarna de agent zijn boodschap geduldig herhaalt.

Het plein, dat na de aanslag op Charlie Hebdo in januari keer op keer vol stroomde met demonstranten, en daarna op 11 januari decor was voor de grootste demonstratie in de Franse geschiedenis, lijkt tien maanden later weer de verzamelplaats te worden van betogers die willen laten zien dat ze pal staan voor de vrijheid en hun middelvinger opsteken naar terroristen.

De sokkel van Marianne, het beroemde beeld van de gebroeders Morice, wordt in elk geval alweer volgehangen met pamfletten en spandoeken. Tot nu toe is er deze zaterdagmiddag nog geen grote menigte op het plein, maar zijn er aanzwellende en afkalvende groepjes Parijzenaars die ergens heen willen met hun gevoelens van rouw, woede en onmacht.

Naast de tientallen bossen bloemen en briefjes voor slachtoffers als ‘Lea, Arnaud en alle anderen’ is Juan Luis Morales, Cubaans vluchteling en hoogleraar architectuur, onvermoeibaar in de weer met A4-tjes, papier en plakband. Met de leus ‘Wij zijn de republiek, wij zijn de vrijheid’ wil hij laten zien dat Parijs de vrijheid nooit zal opgeven. “Nee, ik roep niet op tot een illegale demonstratie”, zegt Morales. “Maar weet u: Parijzenaars laten zich door zo’n verbod niet tegenhouden. Dat ontstaat spontaan.”

De officier van dienst in zijn Clio geeft intussen aan dat het in dit geval niet gaat om het handhaven.

“Een grote groep is een ideaal doelwit voor een nieuwe aanslag. Een gek met een bomgordel hier en het leed is niet te overzien.”

Arjan Paans