Column

Bonden

Onlangs een woord ontdekt, waar maar zó weinig mensen mee bezig zijn, dat bijna iedereen het verkeerd wenst te verstaan. Situatie: ’s avonds om half elf, in een theater, in gesprek met een programmeur (v), zeg ik: „Nou, ik ga naar mijn kleedkamer, want ik moet nog even kolven.”

„Hè? Golf jij?” was het antwoord. Kolven is blijkbaar iets wat zo buiten de dagelijkse werkelijkheid valt, dat het makkelijker is te verzinnen dat iemand om half elf ’s avonds in een kleedkamer gaat oefenen met haar golfclub.

Nu is kolven echt een nichewoord, maar er zijn veel meer woorden die, afhankelijk van de sociale groep waarin je verkeert, anders geïnterpreteerd worden. Kijk naar het woord boven dit stukje. Als je boven de vijftig bent en in loondienst zit en weleens het journaal kijkt, dan zul je denken aan de vakbonden. „De bonden zijn de onderhandelingen stevig ingegaan.”

Wie op deze manier aan bonden denkt, draagt nog weleens dingen in een linnen tasje, zonder te weten dat dat inmiddels weer totaal hip is.

Ben je onder de veertig en heb je een vrij beroep, ben je vrouw, hecht je erg aan vriendschappen, ben je gestopt met het eten van gluten en lactose, beschouw je jezelf als een vriendin van de vergeten groenten, weet je niet alleen wat quinoa is, maar spreek je het ook uit als kíénwa en niet als kienóa, en eet je het ook graag, doe je aan pilates of aan bikram yoga, vind je het normaal om grote stukken gember in je thee te kwakken, vind je het leven soms ‘best wel heftig’, dan is de kans groot dat je ‘bonden’ ziet als een werkwoord. „Maaike en ik zijn de enigen bij Economie die op de Vrije School hebben gezeten, dus we kunnen enorm bonden.”

Dit ‘bonden’ komt van het Amerikaanse ‘bonding’ en gaat over het versterken van toch al bijzonder sterke sociale verbanden tussen (vaak) vrouwen.

Ik denk dat de groep die ‘bonden’ ziet als vakbonden veel groter is dan de groep die het associeert met ‘bonding’. Maar dat is nu; over twintig jaar is het denk ik omgekeerd.