Bij maakt al 9.000 jaar honing en was voor mensen

Honingbijen maken al 9.000 jaar was en honing voor de mens. Op potscherven uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Europa hebben onderzoekers resten van bijenwas gevonden, maakten ze gisteren bekend in Nature.

Dat bijen nuttige beesten zijn om te houden staat vast. De honing is lekker en vroege boeren konden de bijenwas gebruiken als medicijn, als lijmstof, als lampenbrandstof en potten werden ermee ingesmeerd om ze waterdichter te maken.

Toch is het nog altijd niet duidelijk waar en wanneer de honingbij is gedomesticeerd. Op Spaanse rotsschilderingen van 8.000 jaar oud zijn honingjagers te zien, die met touwen in bomen klommen om honing en was uit de korven te halen. Maar een fossiele bij of korf uit deze tijd is nog nooit gevonden.

Een internationaal team van onderzoekers richtte zich daarom op bijenwas. Bijenwas is een taaie stof met een complexe en unieke chemische samenstelling. Op ongeglazuurd aardewerk zijn de moleculen waar bijenwas uit bestaat na millennia nog te detecteren. Samen bekeken de onderzoekers meer dan 6.400 potten en potscherven van vroege boeren. De oudste sporen, van 9.000 jaar oud, kwamen uit Turkije, waar de was soms werd gemengd met dierenvet. Op een van de vindplaatsen stond ook een honingraatpatroon op de muur. Veruit de meeste aanwijzingen voor bijengebruik kwamen van de Balkan. Meer dan vijf procent van potten, pannen en zeven uit Griekenland, Roemenië en Servië bevatte sporen van bijenwas. Dat is nog geen bewijs voor bijenhouderij, maar wel voor gebruik van bijenwas op grote schaal.