Wie zit er achter de branden in Noord

Dit jaar zijn in Noord al ruim 80 branden gesticht. Het haalde deze week Opsporing Verzocht. Sommige bewoners hebben ‘wel een idee’, „maar we zeggen niks”.

Uitgebrande auto in de Frambozenstraat in Amsterdam-Noord. Foto Olim Bajmat/ANP

„Een vuurtje?!!” De vlammen torenden boven zijn bovenwoning uit, zegt Rathu Ekanayaka, en hij steekt zijn armen in de lucht.

Dinsdag, drie weken terug. Ekanayaka wordt middenin de nacht gewekt door zijn vrouw. Niks speciaals, denkt hij – Ekanayaka is net vader. Buikkrampjes of zo, zijn beurt om bij de baby te kijken. Maar het zijn geen buikkrampjes; op de anderhalve meter brede stoep, een paar huizen verderop, staat een invalide-autootje in brand. Een grote wolk hangt boven het huizenblok. „Ik dacht: wat als die vlammen overslaan naar de woning er tegenover? Alles is hier van hout.”

Sinds begin dit jaar is Amsterdam-Noord het toneel van een serie brandstichtingen. In tien maanden tijd werden ruim tachtig branden gesticht. Auto’s, scooters, brommers, squads: ze gingen in vlammen op. Vuilniscontainers en mobiele toiletten. Bouwketen. Campers. Een spoor van uitgebrande autokarkassen voert door de woonwijken in Amsterdam-Noord. In de Vogelbuurt en de Van der Pekbuurt werden tientallen branden gesticht, soms meerdere per nacht. Ook bosjes en struikgewassen vliegen daarbij regelmatig in brand. Stoeptegels zijn zwartgeblakerd. Een paar keer sloeg het vuur bijna over op een (woon)huis.

„Ze worden allemaal in het holst van de nacht aangestoken”, zegt een woordvoerder van de Amsterdamse politie desgevraagd. Sinds april doet de politie „grootschalig onderzoek” naar de brandstichtingen. Benzinepomphouders, buurtbewoners, wijkwachten: iedereen wordt gevraagd een oogje in het zeil te houden. Burgeragenten patrouilleren ’s nachts door de straten. En eerder deze week besteedde het tv-programma Opsporing Verzocht aandacht aan het probleem. Het toonde beelden van een man in capuchontrui die een auto in de fik zette. De politie looft 5.000 euro beloning uit voor de gouden tip. Maar wie kent de ‘capuchontrui-man’ in Noord? En waarom zet hij – mits hij de dader is – de Van der Pekbuurt en omgeving in lichterlaaie?

Politiebureau gesloten

Over die waarom-vraag hebben buurtbewoners Cor Zurendonk en Frits Groen op deze druilerige woensdagmiddag zo hun theorieën. Sinds half september 2014 het politiebureau op de Klimopweg is gesloten neemt de criminaliteit in Noord zienderogen toe, zegt Zurendonk. De buurt holt achteruit, vindt hij. „Er zijn hier veel dealers en straatrovers, maar de politie zie je niet.” Criminaliteit trekt criminaliteit aan. Bovendien: door de komst van „vreemden” neemt ook de sociale controle nog eens af. „Vroeger woonde ik met mijn hele familie in één straat. Ik ken niemand meer in mijn buurt tegenwoordig.”

Volgens de 80-jarige Frits Groen komen de buurtbranden voort uit verveling. Ze zijn, zegt hij, vast aangestoken door kwajongens. Er is sinds de jeugdhonken zijn wegbezuinigd nog maar weinig te doen voor de jeugd in Noord, zegt hij. Groen maakt zich zorgen: „Vroeger was hier de bende van Tante Marie actief, die noemde zich de anti-politie-brigade. Ze staken politiemotoren in de fik, puur omdat er hier niets te beleven viel.”

In koffiehuis Blokker, in de Van der Pekbuurt – waar de Ajaxvaantjes aan de muur en het plafond hangen – is de capuchontrui-man een dankbaar onderwerp van gesprek. Stamgasten Marco de Groot en Winston, beiden van middelbare leeftijd, spelen een kaartspel. Grijnzend smijt De Groot zijn kaarten op tafel: „Je steekt niet zomaar iemand zijn auto in de fik.” Winston: „Hoezo? Het is een gek hier uit de buurt.” De Groot: „De eigenaar zal wel iets gedaan hebben. In Noord hebben we een vermoeden wie er achter die branden zit, maar we zijn geen verraders.” De uitbater: „Verraders?” De Groot: „Dit zijn niet de jaren 40-45.” Iedereen in Noord heeft wel een vermoeden wie achter de branden zit, zegt een oude dame in café Oud-Noord. „Het is tuig van de richel. Maar we noemen geen namen; ik heb geen trek in een tegel door m’n ramen.”

Daar komt wijkagent Hans de Zwaan aangefietst op zijn mountainbike. „Ik geef het toe”, zegt hij beslist: „Noord is een tamelijk gesloten gemeenschap. Mensen verlinken elkaar minder snel.” Hij wordt geregeld gebeld door bezorgde buurtbewoners, maar ze hadden geen bruikbare tips.

Op de uitzending van Opsporing Verzocht kwamen tien reacties binnen. De gouden tip zit er nog niet bij, maar Frits Groen heeft er wel eentje: gooi die jeugdhonken weer open. En anders wordt het „gewoon wachten”. Wachten? „Ja, toen de jongens van de bende van tante Marie een vriendin kregen en trouwden was het gedaan met al die baldadigheid.”