Voor stilte hoor je geen geld te vragen

(50) is filosoof en heeft een bedrijfje in motoronderdelen. Nu schrijft hij over stilte. „Het is een luxe geworden om niet te worden afgeleid.” Door Rosan Hollak

Als zeventienjarige jongen was de filosoof Matthew Crawford nogal onrustig. Hij had moeite zich te focussen, het enige waar hij zich op verheugde als hij naar school ging, was de les waar hij aan machines kon knutselen. Die liefde heeft hij behouden. Inmiddels heeft hij een eigen bedrijfje waarvoor hij motoronderdelen ontwerpt. Daarnaast is hij werkzaam aan het Institute for Advanced Studies in Culture aan de Universiteit van Virginia en schrijver van de bestseller Shop Class as Soulcraft. An Inquiry into the Value of Work en het recente The World Beyond Your Head, nu in vertaling uitgekomen onder de titel De wereld buiten je hoofd. Dit laatste boek, waarin Crawford onder meer het belang van ambachtelijk werk onderzoekt, gaat vooral over ons gebrek aan focus in de moderne wereld. Het plan ontstond vijf jaar geleden, in de supermarkt. „Ik was aan het pinnen en zag, tijdens de intervallen tussen het bevestigen van het bedrag en invoeren van mijn pincode, op het schermpje plotseling advertenties langskomen. Mijn moment van wachten, diende ineens iemands belang.”

Vanaf dat moment begon Crawford meer te letten op dergelijke inbreuken op de privésfeer. Niet alleen bij bushaltes of treinstations, ook op minder opvallende plekken zag hij hoe de aandacht van de consument wordt getrokken. Zo beschrijft hij hoe hij bij binnenkomst in een hotel een sleutelkaart krijgt die aan één zijde is bedrukt met een advertentie van een restaurant en hoe buspassagiers in Seoul reclame in hun neus krijgen gespoten. Een geur die lijkt op de koffie van Dunkin’ Donuts wordt via een ventilatiesysteem door de bus verspreid, vlak voordat de bus stopt bij die zaak.

Advertenties worden ons niet alleen opgedrongen via Facebook en andere digitale kanalen, ook in publieke ruimtes wordt de slag om aandacht steeds agressiever gevoerd. „Het kapitalisme is doordrongen geraakt van het feit dat wij, ook al hebben we het altijd over onze informatie-economie, in werkelijkheid een aandachtseconomie hebben”, stelt Crawford. Daardoor is aandacht een acuut collectief probleem van het moderne leven geworden. „Neem de dagelijkse hoeveelheid e-mails, whatsappjes en andere berichten die we binnenkrijgen en zelfs onder een etentje nog even afhandelen.”

Waarom laten we dit gebeuren?

„De Duitse socioloog Georg Simmel zag zoiets honderd jaar geleden al ontstaan bij stadsmensen. Een veranderende technologische omgeving genereert een behoefte aan steeds meer prikkels. Wij ervaren dat als een crisis van onze zelfstandigheid, omdat we niet meer zelf kunnen beslissen waarop wij onze aandacht willen richten. Tegelijkertijd kunnen we niet meer zonder die prikkels.”

Omdat wij zo worden afgeleid, weten we niet meer wat onze aandacht waard is?

„Allerlei informatie is nu slechts een muisklik van ons verwijderd. Maar door het wegvallen van tradities en religie is er geen gezaghebbend richtsnoer meer dat ons vertelt wat belangrijk is. Als autonoom individu tasten we in het duister. Commerciële krachten stappen in dat vacuüm en creëren een honger: de commercie zorgt er wel voor dat we, wat we voorgeschoteld krijgen, onweerstaanbaar vinden.”

Aangetrokken worden tot bepaalde geestelijke prikkels is volgens u een aangeboren eigenschap?

„Ja, het komt overeen met onze voorkeur voor vet, suiker en zout. Wanneer we in een geconstrueerde wereld leven, begint de natuurlijke wereld redelijk smakeloos te worden. Prikkels wekken een behoefte aan meer prikkels. Ook ik heb er last van. Als ik een moeilijke tekst lees, ben ik snel geneigd om even mijn e-mail te checken.”

U beschrijft dat in de businessclass- lounge op het vliegveld van Charles de Gaulle geen reclames en tv’s aan de muren hangen en dat de stilte de ruimte een luxueus gevoel geeft.

„Stilte beschouwen wij inderdaad als een luxe. Buiten die lounge is het lawaaiig en zijn alle invloeden van de commercie aanwezig. Als je even doordenkt, heeft dat grote maatschappelijke implicaties. Blijkbaar kunnen de geesten van mensen die zich in ‘de arbeiderslounge’ bevinden worden behandeld als inkomstenbron. Zij zijn de koopkracht die moet worden aangestuurd met de innovatieve marketingideeën die waarschijnlijk worden bedacht door juist die mensen die in de businesslounge zitten.”

Volgens u moet het recht op privacy in ons digitale leven worden aangevuld met het recht niet te worden aangesproken in publieke ruimten. Leg eens uit?

„De voordelen van stilte worden in onze samenleving niet erkend. Je kunt het namelijk niet meten, zoals het bruto nationaal product. Maar stilte levert uiteindelijk een bijdrage aan creativiteit.

„Aandacht is een hulpbron, je hebt die nodig om welvaart te creëren. Stilte helpt bij de concentratie en het nadenken. Dan gaat het niet alleen om iets te bedenken waar je geld mee kunt verdienen, maar ook om je een gesprek te herinneren of je gedachten op een rijtje te zetten. Het maakt deel uit van ons individu-zijn.”

In Frankrijk zijn er regels om rust rond monumenten en in parken te bewaren. Maar hoe ver kan de overheid ingrijpen in de openbare ruimte ?

„Daar heb ik geen concreet antwoord op. Grand Central Station in New York, waar het in de jaren zeventig één grote chaos was, werd begin jaren negentig flink aangepakt. Er zijn nu winkels, maar de reclame is onopvallend, niets schreeuwt om aandacht. Ik vind dat een goed voorbeeld hoe je, met behoud van commercie, een publieke ruimte kunt aanpassen.”

Wat gebeurt er als wij telkens toch ingaan op die smakelijke prikkels? Is het erg om verslaafd te zijn aan Candy Crush of door een advertentie te worden afgeleid?

„Als wij niet meer in staat zijn ons te richten op dingen die concentratie vereisen, gaat dat ten koste van onze intellectuele biodiversiteit. Het is eenvoudiger om met vrienden te discussiëren over de laatste aflevering van Sons of Anarchy dan over een boek van Aristoteles. Wij denken dat diversiteit een gevolg is van vrije keuze. Maar het huidige marktideaal, waarbij die vrije keuze voorop staat, leidt eerder tot een monocultuur omdat we sneller geneigd zijn dezelfde dingen te kiezen. Bovendien worden we te veel afgeleid door in elkaar gezette werkelijkheden, die verschillen van spontane interactie.”

Wat is het belang van spontane interactie?

„Er is niets mis mee om op je telefoon naar YouTube-filmpjes te kijken, maar wat vervangt het? Vroeger, als ik in een bar zat op het vliegveld, raakte ik vaak in gesprek met andere mensen. Zo deed ik een nieuwe ervaring op. Nu staren we allemaal naar onze telefoon.”

Via Facebook maak je ook vrienden.

„Toch zoek je via sociale media vaak mensen op die roepen wat je zelf denkt. Je versterkt elkaars opvattingen. In de fysieke publieke sfeer ga je ook om met mensen die er andere ideeën op nahouden. Als je iemand in de bar ontmoet, spreek je elkaar eerst aan als medemens, ook als je er daarna achter komt dat deze persoon er een andere mening op nahoudt. Op internet ontbreekt die laag, daardoor gaan mensen ook sneller vuil spuien. De menselijke betrokkenheid is verdwenen. En die hebben we wel nodig.”