‘Vegetariërs leven langer dan vleeseters’

Dat stond twee weken geleden in een opiniestuk in NRC.

De aanleiding

‘Vlees is als het telefoonboek’, schreef journalist Anna Krijger kort geleden in NRC, ‘ooit dachten we dat het onmisbaar was, maar nu weten we wel beter.’ In het opiniestuk reageerde ze op een verhaal van culinair recensent Joël Broekaert die – ook in NRC – opperde dat het goed is als we minder vlees eten. Maar helemaal stoppen is lastig, vindt hij, omdat vlees nu eenmaal onderdeel is ‘van het smaakspectrum dat deze wereld te bieden heeft’. Hoe zwaarwegend is dit argument, vroeg Krijger zich af, want het lukt toch ook om onze honden en katten te laten staan? Niet alleen is stoppen met vlees beter voor het milieu, schreef Krijger: ‘Vegetariërs leven over het algemeen langer dan vleeseters.’ Dat gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

Journalist Krijger stuurt een paar stukken door die de relatie tussen het het wel of niet eten van vlees en de gezondheid bespreken. Op de website van Time staan zeven argumenten waarom vegetariërs langer leven. Ze verwijzen naar wetenschappelijke studies. Zo zouden vegetariërs minder vaak overgewicht hebben, minder kans maken op hartziektes en gemiddeld een lagere bloeddruk hebben.

En, klopt het?

We vinden geen onderzoek waarin de levensjaren van vleeseters en vegetariërs naast elkaar worden gelegd en is bepaald wie ouder wordt. Er is wél veel geschreven over het verband tussen levensbedreigende ziekten en het wel of niet eten van vlees.

In 2012 publiceerden wetenschappers uit Ierland en Canada in Public Health Nutrition een onderzoek waarbij ze meer dan 10 jaar lang de gezondheid van 76.000 volwassen Amerikanen, Britten en Duitsers volgden. Een deel at wel vlees en een deel niet.

Uit het onderzoek bleek dat vegetariërs 24 procent minder kans hebben om te sterven aan coronaire hartziekten, oftewel aandoeningen aan de de kransslagader. Ook bleek dat vegetariërs minder vaak type 2 diabetes kregen.

Harry Wichers, hoogleraar Immuunmodulatie door Voedsel in Wageningen, geeft nog een voorbeeld. „In de vernieuwde voedingswijzer staat niet voor niets dat we meer groenten moeten eten”, zegt hij. Want groenten bevatten veel vezels en die hebben goede effecten op het ecosysteem in je darmen en immuunsysteem.

Er zijn dus wel aanwijzingen dat het laten staan van vlees de kans op een levensbedreigende aandoening verkleint. Maar hard bewijs is er niet, zegt hij. Ook recenter verschenen wetenschappelijk onderzoek naar het verband tussen levensbedreigende ziekten en het eten van vlees stelt dat we voorzichtig moeten zijn met conclusies.

„De stelling is op epidemiologisch onderzoek gebaseerd, maar snoeihard bewijs is er nog niet”, zegt Wichers. Want zijn de relevante lifestyle factoren wel meegenomen in deze onderzoeken, vraagt hij zich af. „Vegetariërs zijn vaker hoogopgeleid, hebben vaker een hoger inkomen, misschien roken en drinken ze minder.” Dat hangt ook samen met een kleinere kans op het krijgen van een levensbedreigende aandoening, zegt hij. In de onderzoeken zelf wordt dit probleem ook als obstakel genoemd.

Conclusie

Vegetariërs zouden gemiddeld langer leven dan mensen die vlees eten. Dat werd kort geleden beweerd in een opiniestuk in NRC. Er zijn aanwijzingen dat vegetariërs minder kans hebben op bepaalde ziekten, maar dat wil niet zeggen dat ze om die reden ook langer leven. Hard bewijs is er nog niet. Wij beoordelen deze stelling daarom als niet te checken.