Mario Draghi is de haviken voor

De ECB-president creëert de verwachting dat het omstreden miljardenprogramma uitgebreid wordt.

Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank. Foto Geert Vanden Wijngaert / AP

Nu kan Mario Draghi eigenlijk niet meer terug. De president van de Europese Centrale Bank (ECB) zinspeelde gisteren tijdens een hoorzitting in het Europees Parlement duidelijker dan ooit op uitbreiding van het grootschalige en omstreden opkoopprogramma van staatsobligaties. Beleggers en analisten zullen raar opkijken als het ECB-bestuur vervolgens bij zijn vergadering over drie weken niets doet.

De zorgvuldig gekozen woorden van de Italiaan duidden weer nét iets meer op extra maatregelen dan zijn vorige verklaring over monetair beleid, na de ECB-vergadering van oktober. En tóén was Draghi weer iets verder gegaan dan in september. Zo schept hij telkens sterkere verwachtingen dat de centrale bank haar trukendoos verder zal openen.

Nu koopt de ECB 60 miljard aan obligaties op, hoofdzakelijk staatsobligaties maar ook leningen van bijvoorbeeld de Nederlandse Waterschapsbank en van de Franse spoorwegen staan op het boodschappenlijstje van de ECB. De centrale bank betaalt voor die obligaties met geld, dat in de financiële markten komt. Doel is het aanwakkeren van groei en inflatie. Al enige maanden ligt de inflatie rond de 0 procent. Er zou deflatie dreigen en zo’n negatieve prijsspiraal kan slecht zijn voor de economie.

Inflatie, het wil maar niet lukken

Het programma loopt in principe tot september 2016, maar Draghi liet weten dat de ECB altijd heeft gezegd „dat onze aankopen langer zouden plaatsvinden” als het ECB-inflatiedoel van nabij de 2 procent buiten bereik blijft. En dit is nu volgens de ECB-topman het geval. De inflatiedynamiek is „verzwakt”, zei Draghi. Volgens Eurostat was de inflatie in oktober 0 procent. De kerninflatie, waarin de lage olieprijs niet is meegerekend, kwam uit op 1 procent.

Hebben de miljarden uit Frankfurt dan wel effect? Jazeker, zei Draghi. De kredietverlening trekt aan en dat werkt positief door op onder meer de consumptie in de eurolanden. Maar het economisch herstel staat onder druk. „Neerwaartse risico’s zijn duidelijk zichtbaar”, zei Draghi, doelend op de groeivertraging in opkomende landen.

Behalve een verlenging van het opkoopprogramma zijn er ook andere manieren voor de ECB om meer te doen. Er zijn „instrumenten genoeg”, zei Draghi, zonder die te noemen. Het maandelijkse bedrag van opkopen kan omhoog. De ECB kan nieuwe typen obligaties gaan inslaan, zoals leningen van lokale overheden. En de toch al heel lage depositorente, het tarief voor banken die geld stallen bij de ECB, kan nog lager. Nu is de depositorente minus 0,2, wat betekent dat banken die deposito’s aanhouden in Frankfurt, moeten betalen.

Het zijn maatregelen die niet iedereen in het ECB-bestuur gunstig zullen stemmen. Vorig jaar rond deze tijd bereidde Draghi het opkoopprogramma van staatsobligaties voor. Hij botste achter de schermen hard met Jens Weidmann, de baas van de Duitse Bundesbank. Weidmann stemde in januari tegen het programma, evenals de president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, die nadien publiekelijk kritiek leverde op de obligatiekoop. Die zou financiële zeepbellen in de hand werken. Ook de Oostenrijkse en Estse centralebankiers stemden tegen.

Haviken in de verdediging

Nu moeten deze haviken, die binnen het 25-koppige ECB-bestuur een minderheid vormen, ook nog een uitbreiding van het programma slikken. Maar net als toen kunnen ze weinig doen, behalve misschien het uiteindelijke besluit wat afzwakken. Draghi is moeilijk van zijn koers af te brengen. Door steeds op de besluiten van het ECB-bestuur vooruit te lopen, zoals hij gisteren weer deed, creëert de Italiaan verwachtingen die vervolgens moeten worden waargemaakt.

De Estse, Letse en Sloveense ECB-bestuurders hebben al gezegd geen aanleiding te zien voor extra stimuleringsmaatregelen. Weidmann waarschuwde deze week voor „neveneffecten” van het soepele monetaire beleid van de ECB: zeepbellen op de financiële markten, pensioenfondsen die in de problemen komen door de lage rentestand. Knot zei begin oktober dat het „niet behulpzaam” is om te „speculeren” over uitbreiding van het opkoopprogramma.

De Nederlandse economie groeit inmiddels snel (volgens de laatste OESO-prognose zelfs 2,7 procent in 2017) – dit ondanks de zwakke wereldeconomie. De inflatie in Nederland is bovengemiddeld (0,4 procent in oktober). Een extra stimulans is puur voor Nederland niet nodig.