Lopen Afrikanen daarom zo hard?

Bij de Zevenheuvelenloop wordt zondag een pil getest die de lichaamstemperatuur meet tijdens het hardlopen.

Haile Gebrselassie in 2011 in Nijmegen.

Wetenschappers weten bij de Zevenheuvelenloop van 2011 niet wat ze zien. De Ethiopische hardlooplegende Haile Gebrselassie komt als winnaar over de streep in Nijmegen, tot zover weinig bijzonders, maar wat het publiek niet ziet is dat hij ergens in zijn spijsverteringskanaal een warmtepil bij zich draagt. Hij heeft zich, net als honderd andere lopers van die editie, laten overhalen mee te werken aan een onderzoek naar de manier waarop hij zijn warmte kwijtraakt. Ze hoeven er slechts een capsule met een zendertje voor te slikken Het resultaat dat Gebrselassie laat zien is verbluffend. Vlak na zijn warming-up heeft de Ethiopiër een kerntemperatuur – die wordt gemeten in het maagdarmkanaal omdat dat dichtbij de vitale organen ligt – van 37,8 graden. Vijftien kilometers later is die opgelopen tot 38,2. Nooit eerder zagen wetenschappers zo’n geringe toename. Het gemiddelde van de andere lopers was veel hoger: 39,2 graden. De onderzoekers denken dat die efficiënte manier van warmteregulatie een van de redenen is waarom Afrikaanse lopers zoveel sneller zijn dan blanke atleten.

Komende zondag bij de Zevenheuvelenloop testten de onderzoekers van de Radboud Universiteit een nieuwe warmtepil die goedkoper is en door middel van magnetisme tot op een honderdste graad nauwkeurig kan meten. Sinds 2011 is het de onderzoekers overigens niet meer gelukt Afrikaanse lopers met een warmtepil te laten lopen. Dit weekend proberen ze het weer. Oud-atleet Arnoud Okken, arts in opleiding in Nijmegen, heeft de Afrikaanse toplopers aangeschreven. Een handvol denkt er nu nog over na.