Kleine gebaren, grote effecten

Echt populair zal de symfonische muziek van Schumann wel nooit worden. Zelfs Bernard Haitink en het Chamber Orchestra of Europe hebben deze week moeite om drie keer de Grote Zaal van het Concertgebouw te vullen met een Schumanncyclus, iets wat met eerdere Beethoven- en Brahms-edities ondenkbaar was.

Schumanns eigen vrienden twijfelden of iemand zijn ongrijpbare Vioolconcert serieus zou nemen. Gelukkig deed violiste Isabelle Faust dat wel: met een aardse, elegante toon nam ze de pianistische arpeggio’s moeiteloos, en vond een magisch zachte kleur in het middendeel. Een betere uitvoering is nauwelijks denkbaar.

Haitink accepteerde het repetitieve gehalte van de orkestpartij, maar toonde ook broeiend drama in het openingsdeel. Zijn stijl van begeleiden heeft een intieme eenvoud. Iets meer assertiviteit had de Ouverture, scherzo en finale op.52 wel goed gedaan, al leidden zijn kleine gebaren tot groot effect bij het attente kamerorkest, waarin de blazers het bescheiden strijkerscorps domineren.

Ook Schumanns Derde symfonie ‘Rheinische’ creëerde niet meteen de sensatie die Haitinks lenige Beethovensymfonieën eerder wél voortbrachten. Haitink zoekt hier geen extremen in tempowisseling of tegenstemmen. De muziek mag aangenaam breeduit stromen.