Japans bedrijf praat Engels als voorbereiding op wereldmarkt

Foto AFP

Wat gebeurde er in Azië terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

Voor Japanse bedrijven is het soms moeilijk meekomen op een wereldmarkt waar Engels de voertaal is. Weinig Japanners vinden dat ze voldoende Engels spreken om hun product in het buitenland aan te prijzen. Maar bij e-commercegigant en online reisbureau Rakuten wil men daar verandering in brengen, schrijft the Wall Street Journal.

Onder leiding van CEO Hiroshi “Mickey” Mikitani worden bestuursvergaderingen in het Engels gehouden. En ook de formele regeltjes van een typisch Japans kantoor zijn uit het raam gekieperd.

Bij Rakuten kijken ze naar de toekomst.  De Japanse markt krimpt en de toekomst ligt in het buitenland. Je kunt er maar beter vroeg bij zijn, redeneert Mikitani, en nu al overschakelen op de taal waarmee ze je in Europa en Amerika wel verstaan. Rakuten bezit op dit moment al een aantal internationale bedrijven, zoals de chat-app Viber.

Wie weet gaan de Tohoku Rakuten Eagles, Mikitani’s baseballteam, binnenkort meespelen in de Amerikaanse competitie?

Chinese fabrieken steeds duurder

Sinds begin jaren 90 zijn veel Europese en Amerikaanse fabrieksbanen overgeheveld naar China. Nergens kon je beter een speelgoed-, kleding- of elektronicafabriek neerzetten dan daar. Maar daar komt verandering in. China wordt namelijk te duur, schrijft China Daily.

Logistiek, energie en grondstoffen - het zijn allemaal kostbare delen van de productieketen waarin China steeds minder voordeel kan bieden. Sterker, Amerika wint de concurrentieslag op sommige onderdelen. Katoen bijvoorbeeld is in de V.S. veel goedkoper dan in China. En nu de Amerikanen meer eigen olie en gas winnen drukt dat de energierekening.

In een rapport over de toenemende kosten in de Chinese productieketen stellen onderzoekers:

Als deze trend doorzet dan kan het Chinese kostenvoordeel bij fabricage volledig verdwenen zijn in 2020.

Dit is een risico voor Chinese fabrieksarbeiders. Misschien vloeien Chinese productiebanen zelfs weer terug naar de V.S.? Eén Amerikaanse politicus zal er geen traan om laten.

Japans bedrijf reinigt Vietnamese bodem van Agent Orange

Veertig jaar na het einde van de Vietnamoorlog zijn nog altijd stukken bodem van het land vervuild door Agent Orange. Maar er gloort hoop nu het Japanse bedrijf Shimizu afkoerst op een manier de bodem van het vergif te reinigen, meldt de Nikkei Asian Review.

Amerikaanse vliegtuigen sproeiden gigantische hoeveelheden van het ontbladeringsmiddel over Vietnam. Het idee was simpel: als de dikke jungle-bladeren verdwijnen wordt het makkelijker de communistische Vietcong-troepen te bestoken. Het goedje maakte ook veel gewone mensen ernstig ziek.

Veertig jaar later zijn verschillende plekken in Vietnam nog steeds doordrenkt met het agressieve middel. Het Japanse bedrijf Shimizu test een nieuw ontwikkelde zeef en verhitting als reinigingsmethode voor deze bodem. Al eerder hielp Shimizu bij het reinigen van de bodem rond de Fukushima-1 kerncentrale.

Er is nog wel een probleem: het prijskaartje. Alleen al het reinigen van de bodem van een zwaar verontreinigde luchtbasis gaat 250 miljoen dollar kosten.