Innemende Caro Emerald blijft gezellig

‘Het wordt nooit gewoon”, jubelde Caro Emerald in een uitverkocht Paradiso. „Het overvalt me telkens weer.” Caroline Esmeralda van der Leeuw went maar niet aan de volle zalen, of ze kan heel goed veinzen dat ze zo gewoon is gebleven. De Amsterdamse in pop en jazz aan het Conservatorium afgestudeerde zangeres brak in 2009 door met haar debuutsingle Back It Up en heeft daarna nauwelijks meer omgekeken.

In luttele jaren bereikte ze een succes waar andere Nederlandse artiesten alleen maar jaloers op kunnen zijn, met name in Engeland waar ze vorig jaar een tour langs grote arena’s als de Londense O2 deed en op het Glastonburyfestival stond. Platina platen vielen haar vanuit heel Europa in de schoot en na een betrekkelijk kort hiaat, waarin ze moeder werd van een dochter, gaat Emerald (34) er weer volop tegenaan. Drie Nederlandse cluboptredens dienen als opwarmer voor een Britse tournee, waar ze met een mengeling van dédain en bewondering werd omschreven als een „post-(Amy) Winehouse retro jazz singer”.

Nog altijd steunt haar muziek op de mix van jarenveertigpop, bigbandjazz en latinmuziek van haar debuutalbum Deleted Scenes From The Cutting Room Floor. Milde hiphop- en skaritmes geven een hedendaags tintje aan Emeralds muziek die zo’n warm gevoel van thuiskomen veroorzaakt bij een breed publiek. De titel van haar tweede album The Shocking Miss Emerald was ongelukkig, want er is niet zo veel schokkends aan haar vriendelijke periodemuziek en het verzorgde entertainment dat ze neerzet met haar professionele, veelzijdige band.

Vanuit de coulissen zong Emerald haar zwoele The Other Woman, waarna het losbarstte in het latinritme van Absolutely Me en de mondaine swing van Riviera Life. Met drie Britse muzikanten heeft haar band een transformatie ondergaan naar een orkest dat niet meer statisch achter haar staat maar veel meer betrokken is bij de actie. Zang en dans komen niet meer alleen van Caro Emerald zelf. Als vingerknippend centrum van attentie speelt ze een belangrijkere rol bij de publieksparticipatie en het aansturen van haar muzikanten, die synchrone dansjes maken en veelvuldig wisselen van instrumenten.

Nu Emeralds derde album tot volgend jaar op zich laat wachten, moet worden vastgesteld dat er weinig vernieuwing in haar repertoire zit. Een welkome toevoeging was de moderne doowopsong All About That Bass, een cover van de Amerikaanse Meghan Trainor die het opnam voor meisjes met een vol postuur. „Boys like a little more booty to hold at night”, zong Caro Emerald met een knipoog naar haar eigen spiegelbeeld.

Het optreden kon wat meer van dat soort lucht gebruiken. Een cover van Peggy Lee’s Fever ging mank aan een veel te druk arrangement, waardoor de sensualiteit van het origineel werd gesmoord. Een paar onopvallende nieuwe nummers wogen niet op tegen het feit dat de oerdegelijke set na het huppeldeuntje Liquid Lunch nog altijd toewerkte naar de hit A Night Like This, met een a capella finale die herinnerde aan barbershopgroepjes uit de jaren veertig. Caro Emerald maakt zich maar moeilijk los uit die sfeer van ouderwetse gezelligheid, terwijl haar muziek op zeker moment een goede afstofbeurt kan gebruiken. Tot zolang is ze een innemend entertainer die het allemaal nog steeds niet kan geloven.