Indianenpak voor Halloween: is dat racisme?

In de VS woedt een discussie of de angst om minderheden te kwetsen de intellectuele vrijheid op universiteiten bedreigt.

Meer dan duizend studenten en professoren van Yale kwamen deze week samen om te discussiëren over afkomst en diversiteit op de universiteit. Foto Shannon Stapleton/Reuters

Nederland heeft Zwarte Piet, de VS hebben Halloween. Je zomaar even verkleden is er niet meer bij. Amerikaanse universiteiten sturen sinds een paar jaar een 'Halloween Checklist’ rond. Is jouw outfit beledigend?’ vroeg de Wesleyan University in Virginia bijvoorbeeld. Pas op met etnische en culturele stereotypen! Kijk uit met dreadlocks, tulbanden of grasrokjes! Dat is cultural appropriation: het toe-eigenen van elementen uit een minderheidscultuur door de dominante meerderheid.

Pas alsjeblieft op, waarschuwde de University of Washington in een video. „Jij draagt zo’n kostuum maar één avond. Anderen dragen het stigma hun hele leven.”

Oppassen lukt nog niet altijd. De rector van de universiteit van Louisville, Kentucky, bood excuses aan toen een foto opdook van een Halloweenfeestje bij hem thuis. Iedereen was uitgedost met snor en sombrero. En de Whitworth University schorste vijf leden van het vrouwenvoetbalteam, die zich hadden verkleed als The Jackson 5.

Zijn we niet een beetje aan het doorslaan, vroeg Erika Christakis zich af, pedagoge en samen met haar man beheerder van een studentenhuis op de campus van Yale. Ze stuurde een e-mail rond. Halloween was toch bedoeld om jongeren uit de band te laten springen, een klassieke grensoverschrijdende ervaring, met fout kostuum, snoeporgie en – vooruit – dronkenschap? Moesten universiteiten de grenzen echt van bovenaf opleggen?

Het resultaat: luide protesten en een rel die alle Amerikaanse voorpagina’s haalde. Meer dan 700 studenten ondertekenden een open brief aan het echtpaar Christakis: zij zouden de pijn van eeuwen racisme niet onderkennen. Ze zouden moeten vertrekken.

Hakenkruis van poep

Al net zo snel escaleerde de situatie aan de Universiteit van Missouri. Daar stapten maandag de rector op en zijn baas, de directeur van alle universiteiten in de staat. De rector had niet ingegrepen na twee incidenten: een dronken blanke student had racistische opmerkingen gemaakt en er was een hakenkruis op een muur getekend. De onvrede ontvlamde toen zijn baas de campus bezocht, maar niet zijn auto uitkwam om met de studenten te praten. Nog een hakenkruis werd aangetroffen, ditmaal van poep. Een student ging in hongerstaking, een protestkamp werd ingericht en het footballteam dreigde met staking. Ook Missouri haalde de voorpagina’s.

„Het is misschien toeval dat deze twee zaken zo gelijktijdig tot escalatie komen,” zegt Ari Cohn van FIRE, een organisatie die zich inzet voor vrijheid van meningsuiting aan universiteiten.

„Maar het gebeurt niet in een vacuüm. Het broeit aan onze universiteiten.”

De affaires leiden in de VS tot een hevig debat over de grens tussen culturele gevoeligheid en racisme. Soms is die grens niet moeilijk te trekken. Vorige maand werd een student van de University of Mississippi bijvoorbeeld tot zes maanden veroordeeld omdat hij een strop had gehangen om de nek van een standbeeld van de eerste zwarte student daar.

„Amerika heeft een lange geschiedenis van segregatie. Op campussen, waar de verschillende groepen elkaar tegenkomen, escaleert dat”, mailt Robert Bruce Slater, hoofdredacteur van universiteitsblad The Journal of Blacks in Higher Education, vanuit Pennsylvania. Op de universiteit van Missouri komen blanke studenten van het overwegend witte platteland, de zwarte studenten uit naburige steden.

„Sommige blanken denken nog steeds dat zwarten alleen vanwege voorkeursbeleid of omdat ze goed zijn in sport op een universiteit zitten,” mailt Slater. Slechts 3,1 procent van de staf aan de universiteit van Missouri is zwart, tegen 6% gemiddeld aan Amerikaanse universiteiten.

Maar ook aan een exclusieve oostkust-universiteit als Yale voelen studenten zich slachtoffer van racisme. In de open brief van de studenten aan Christakis stond: „Een gekleurde student zijn op de campus van Yale betekent: bestaan in een ruimte die niet voor jou gemaakt werd. Van de Eurocentrische colleges tot het gebrek aan diversiteit onder het personeel, tot gebouwen die genoemd zijn naar slavenhouders en -handelaars.”

Gillende studente

Zowel aan Yale als in Missouri gedroegen de protesterende studenten zich echter zelf óók intolerant - en ook dat maakt veel discussie los. Op een gefilmde confrontatie tussen Nicholas Christakis en een groep Yale-studenten, is bijvoorbeeld te zien hoe Christakis uitlegt dat hij het niet met de studenten eens is. Een gillende studente eist dat hij dan meteen opstapt. In Missouri wilden de studenten een verplichte cursus diversiteit voor de héle universiteit, waarvan alleen de zwarte universiteitsstaf en zwarte studenten de inhoud zouden bepalen.

Ari Cohn en Robert Slater beamen dat op campussen emoties sowieso snel oplopen. Duizenden adolescenten met uiteenlopende achtergronden wonen er samen; hun hersens, hormonen en persoonlijkheden in volle ontwikkeling. Emoties worden nogal eens verhevigd door drank of drugs en op sociale media permanent uitvergroot. De prestatiedruk is groot.

Dat er op campussen racisme en seksueel geweld zijn, lijdt geen twijfel. Maar de combinatie van melodramatische jonge ego’s en universiteitsbesturen die niet deëscaleren, maakt dat ook de kleinste grensoverschrijdingen worden opgeblazen en verboden, zeggen critici. En dat is een gevaar voor de vrije uitwisseling van ideeën.

In september schreven FIRE-oprichter Greg Lukianoff en psycholoog Jonathan Haidt hierover een geruchtmakend stuk in The Atlantic. The Coddling of the American mind beschreef de tendens onder studenten om alles wat zij aanstootgevend vinden, te willen weren. De titel is een variant op The Closing of the American Mind , een boek uit 1987 van Allan Bloom over doorgeschoten politieke correctheid.

Aan Harvard protesteerden rechtenstudenten bijvoorbeeld tegen colleges over zedendelicten: te pijnlijk voor studenten met een trauma. Elders werd actie gevoerd tegen micro-agressions, een term uit de burgerrechtenbeweging: achteloze opmerkingen waarin een vooroordeel besloten kan liggen. Een voorbeeld is: aan iemand met kroeshaar vragen: ‘hoe verzorg jij je haar eigenlijk?’

Deze nieuwe gevoeligheid zorgt volgens Haidt en Lukianoff dat sommige comedians niet meer willen optreden op universiteiten en dat sprekers afhaken. In 2014 zegden IMF-baas Christine Lagarde en oud-minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice lezingen af na studentenprotesten tegen hun komst. Ayaan Hirsi Ali liep een aan haar toegezegde prijs mis na protest.

„Op onze universiteiten botsen twee nobele krachten met explosieve kracht op elkaar”, schreef commentator Nicholas Kristof deze week in The New York Times„De strijd tegen hardnekkig racisme en de strijd voor vrijheid van meningsuiting.”

Robert Bruce Slater is het daar niet mee eens. Hij mailt: „Schendt het verbieden van haatspraak en kwetsende kostuums de vrijheid van meningsuiting? Misschien. Maar als het alternatief is dat zwarte studenten nikker worden genoemd, wat is dan te verkiezen?” Bij de strijd voor politieke correctheid in de jaren tachtig en negentig ging het de actievoerders om het toelaten van niet-westerse ideeën, zegt Ari Cohn.

„Nu lijkt het doel van veel protesten: het verhinderen van elke confrontatie met potentieel ontregelende materie.”

Safe space

Een cruciaal begrip in dit debat is ‘safe space’: de veilige omgeving van de student. Studenten willen zich natuurlijk veilig en geaccepteerd voelen. Maar soms lijkt het, alsof twijfel aan hun gelijk al onveiligheid genereert. „Het gaat niet om het scheppen van intellectuele ruimte, het gaat erom dat dit een veilige haven is!” schreeuwt de studente op het filmpje tegen Nicholas Christakis. Een andere student schreef in het universiteitsblad: „Ik wil niet debatteren. Ik wil over mijn pijn praten!” De zin veroorzaakte een dusdanige digitale driftuitbarsting dat het blad het stuk verwijderde.

Universiteitsbesturen zijn doodsbang, zegt Ari Cohn. „Het kan best dat ze niet goed optreden tegen onvervalst racisme. Maar door alles wat kan kwetsen te verbieden, versterken ze juist het klimaat van onderdrukte spanning en latente paniek.” Robert Bruce Slater mailt:

„Dat sommige mensen zwarten overgevoeligheid verwijten, is op zichzelf al kwetsend. Het is hun geschiedenis, van 200 jaar slavernij en aanhoudend racisme, die maakt dat mensen zich voelen zoals ze zich voelen.”