Column

Het vuilspoor door Europa

Waar je ook bent in Zuidoost-Europa, nooit is het moeilijk de landverhuizers te vinden. Volg het vuil. Langs de kusten van Samos. Langs de wegen naar het registratiekantoor in de stad. In de weilanden bij de grensovergang naar Macedonië. Bij de brug van Braunau waar Oostenrijk in Duitsland overgaat. Eerst zijn het kleren, die nat zijn afgeworpen. Later is het alleen nog plastic: roze en blauwe verpakkingen, flesjes. Een boer in het Griekse Eidomeni ploegt zijn veld om en dan is alle plastic verdwenen. Wat voor mais zal daar volgend jaar groeien?

De weg naar het vluchtelingenkamp bij Gevgelija in Macedonië is ook zo gevonden. Een Deense organisatie kwam op het idee folders in het Engels en het Arabisch te verspreiden over de opvang in de Scandinavische landen. De hele brug ligt ermee bezaaid. Tussen de wikkels van de UNHCR-vitaminerepen en het gebruikelijke vuil.

Dit gebied heet crisisarea, staat op een houten bord. Het is streng verboden hier te komen. De politieagent die ons tegenhoudt, heeft een spleetje tussen zijn voortanden. Hij is aanspreekbaar. Achter hem rijst een dorp van witte tenten op.

Hij mag niet zeggen waar hij woont, zegt hij, maar hij mag wel zeggen wat hij vindt. Over het vuil bijvoorbeeld. „Mijn moeder, god hebbe haar ziel, heeft mij zo opgevoed dat ik mijn troep in de afvalbak doe. Waarom doen deze mensen dat niet?” Of je arm of rijk bent, je kunt kiezen of je wilt leven in een puinzooi.

We mogen er niet in. „Ik moet de inwoners van het kamp beschermen”, zegt hij.

„Tegen wie”, vraag ik. Twee maanden geleden beschoot de Macedonische politie de vluchtelingen nog met traangas.

„Tegen de inwoners van Gevgelija. Zij zijn op een andere manier vuil. Ze vallen mensen aan. Ze verkopen te dure sigaretten langs de afrastering. Ze wisselen geld tegen een oneerlijke koers.”

Hij kijkt om, het kamp in waar zo’n honderd mensen verblijven, voornamelijk Syriërs, Afghanen en Irakezen. „En tegen de dieren.”

Er loopt een groepje vrouwen met hoofddoeken voorbij. Hij spreidt zijn handen uit. „Islam is coming to Europe”, roept hij. „Dat gebeurt gewoon, of we het nu willen of niet. Ze zullen dominant zijn.”

Hij lacht zijn spleetje bloot en dan zucht hij. „Ik ben Grieks-orthodox. Wij zijn gewoon bang. Misschien moeten mijn dochters over een paar jaar in een nikab lopen.”

Schoten ze daarom met traangas? „Alles is hier dubbel”, zegt hij.