Het kan niet lelijk genoeg zijn

Bernard Hulsman bespreekt architectuurontwerpen die op elkaar lijken. Vandaag: de lelijkste gebouwen van 2010 en 2015.

Medic & Puljiz: gemeentehuis van Hardenberg Foto Architekten Cie.

Weer zijn Branimir Medic en Pero Puljiz de klos. Net als in 2010 werd vorige week een gebouw van de twee architecten van de Architekten Cie. uitgeroepen tot ‘lelijkste van Nederland’. Werd vijf jaar geleden de door Medic en Puljiz ontworpen Stadshaard in Enschede verkozen tot lelijkste gebouw van de afgelopen vijf jaar in een door deze krant georganiseerde verkiezing, nu eindigde hun nieuwe gemeentehuis van Hardenberg in een internetverkiezing van het bouwblad Cobouw op de eerste plaats van de Top 5 ‘lelijkste bouwwerken van Nederland’.

Verkiezingen van lelijkste gebouwen zijn onmogelijke ondernemingen. Om te beginnen zijn ze in het internettijdperk uiterst gevoelig voor campagnes. Een verkiezing voor het lelijkste gebouw (of het beste boek) gaat niet voorbij zonder dat je een e-mail of tweet krijgt om op dit of dat te stemmen.

Ook worden gebouwen die écht het lelijkst zijn, nooit genomineerd. Dat zijn er namelijk te veel om op te noemen of te nomineren. Op bijvoorbeeld een afzichtelijke doos op een bedrijventerrein of een patserige villa in een armetierige imitatiestijl konden de NRC-lezers vijf jaar geleden niet stemmen.

Ook onder de vijf genomineerden van de Cobouw-verkiezing ontbrak een van de talrijke dieptepunten in de recente bouwproductie: een gruwelijke varkensstal stond er weer niet op. Wel waren het, net als vijf jaar geleden, allemaal opvallende gebouwen, zoals De Rotterdam van Rem Koolhaas/OMA en de nieuwe Amsterdamse rechtbank van Claus en Kaan.

Verkiezingen van lelijkste gebouwen zijn ook altijd letterlijk oppervlakkig. ‘Don’t judge a book by its cover’ zong Bo Diddley al in 1962, maar dit is precies wat er gebeurt bij de verkiezingen van het lelijkste gebouw: je moet stemmen op een van de gebouwen waarvan je alleen foto’s van de buitenkant krijgt te zien. Het interieur, toch niet het onbelangrijkste onderdeel van een gebouw, doet niet ter zake.

Nu ging het bij het ontwerp voor de Stadshaard ook vooral om de buitenkant. Stadshaard is een elektriciteitscentrale waarvan de vrijkomende warmte wordt gebruikt voor verwarming van huizen in de buurt. Bij het ontwerp van zulke centrales komt zelden een architect te pas. Meestal tekent een anonieme ingenieur een zo goedkoop mogelijke omhulling van de generatoren. Maar omdat de Stadshaard midden in een woonwijk kwam te staan, werd Medic en Puljiz gevraagd om er iets aardigs van te maken. Samen met kunstenaar Hugo Kaagman, die de Delfts blauwe geveltegels ontwierp, tekenden de twee architecten een vrolijke Nederlandse reuzenversie van de goede, oude Duitse Kachelofen.

Bij het nieuwe stadhuis van Hardenberg speelt het interieur wél een belangrijke rol. Het bijna ronde gebouw, dat geheel is bekleed met glazen geribbelde platen, bevat een prachtige cascade van ruimtes en binnentuinen. Als dit het lelijkste gebouw is, kan architectuur niet lelijk genoeg zijn.