Het is saai zonder de gekken

Ik heb me altijd afgevraagd wat er gebeurde met de zwervers en junkies die vroeger ons stadcentrum bevolkten. Tot ik belandde bij de eindhalte van bus 79, Delta Psychiatrisch Centrum. Ik verwachtte één gebouw, maar het blijkt een volledig dorp. Een medepassagier geeft uitleg: daar is een kliniek voor mensen met psychiatrische problemen en een verslaving, daar een tbs-kliniek en daar een woonwijk voor onder andere vrijwillig opgenomen verslaafden. De klinieken zijn besloten. Maar door de woonwijk mag je lopen.

Het is er schoon, rustig, ruim, groen. Het gras is gemaaid, de stoeptegels blinken. Je hoort fluitende vogeltjes en de wind, verder niets. Alles is perfect. Misschien doet het me daarom denken aan The Truman Show.

Op een basketbalveldje zie ik mensen: een jongen en een meisje en een oudere meneer. Kinderen die hun verslaafde vader komen bezoeken, denk ik. Maar het blijkt andersom: de jongeren zijn patiënten, de man is hun begeleider. Wat maakt hem anders dan zijn patiënten? „Weinig”, lacht hij. In het stadscentrum zijn we ook gek, maar we weten hoe we onze gekte moeten onderdrukken. Hij is ook verslaafd. Maar dan aan koffie.

Missen we iets door alles wat anders is in een buitenwijk weg te stoppen? „Ach, mensen hebben altijd die behoefte gevoeld. Ooit noemden ze je een heks en mieterden je met een kei aan je been in de gracht. Tegenwoordig kom je hier. Wat is dan beter?” Hij zegt: „Mensen hebben ruimte nodig om gek te kunnen zijn.”

Op weg naar de kantine zie ik een meneer zonder schoenen over het asfalt loopt. Dat voelt als een opluchting. Ik ren achter hem aan, maar hij gebaart dat hij door moet, naar binnen. „Dit is dan wel een gekkendorp”, wijst hij beschaamd naar zijn voeten, „maar dit kan niet.” Want het gekkendorp is er niet om gekke mensen gek te laten zijn. Het is er om ze normaal te maken.

Niemand praat in de kantine, niemand lacht. Terwijl de Dire Straits door de radio ‘do the walk of life!’ zingen, denk ik aan Napels. Op straat zag ik er mensen poepen, schreeuwen, fluiten, zoenen, dansen, lachen, drinken. Het is daar heel normaal om gek te zijn en dus voel je daar iets wat je in onze schoongeschrobde wereld zelden voelt: wat een feest het is om te leven.