Column

Heroïnedeal tussen Slotervaartziekenhuis en de staat rammelt aan alle kanten

Het moet érgens worden gemaakt, dat is zeker. Als verslaafden bij de zorg voor hen baat hebben bij de verstrekking van heroïne in combinatie met het middel methadon, dan kan de staat deze stof moeilijk op de zwarte markt aanschaffen.

Maar de overeenkomst die de overheid had, en heeft, met het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis om daar de benodigde hoeveelheid van de harddrug te laten vervaardigen, rammelt aan alle kanten. Alsof Walter White, de hoofdpersoon uit de serie Breaking bad, van het televisiescherm de werkelijkheid is ingestapt.

Het ziekenhuis leek jarenlang een winstmarge te maken van rond de 30 procent – zo’n miljoen euro per jaar. Het bestaan van de activiteit werd lang verzwegen, waardoor er geen zuiver beeld was van de rentabiliteit van het ziekenhuis zelf, dat uiteindelijk een kwart van zijn eigen vermogen ontleende aan de winst op de heroïneactiviteiten. Ook was er geen zicht op de bestemming van een deel van het verdiende geld. Een ziekenhuisbestuurder met eigen bv’s speelde daarbij een mogelijk bedenkelijke rol.

De gang van zaken is niet alleen het bestuur van het ziekenhuis aan te rekenen, maar ook de opdrachtgever: het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De vraag blijft waarom deze activiteit niet anders is aanbesteed, maar zomaar lijkt te zijn gegund aan één partij. De vraag is ook waarom er bij aanvang zo veel werd betaald voor de opdracht en waarom niet in de jaren daarna is bijgehouden of dat niet minder kon. En de vraag is waarom niet is bijgehouden waar dat geld naartoe ging.

Ja, de productie van heroïne is gevoelig, denk aan een mogelijke dreiging van misdaad. Maar er zijn andere oplossingen denkbaar dan de activiteit zó ver weg te zetten dat er nauwelijks publiek zicht op mogelijk was.

Dat het Slotervaartziekenhuis van de opbrengsten ‘wetenschappelijk onderzoek’ verrichtte, is geen goede tegenwerping. Het ministerie van Volksgezondheid verschaft subsidies voor dergelijk onderzoek, die aan tal van voorwaarden en controles onderhevig zijn. Het toestaan van een ruime winstmarge aan een instituut om met de winst onderzoek te verrichten, is ongebruikelijk en misplaatst.

Naast nader onderzoek vraagt de hele kwestie om een andere aanpak. Het transparant gunnen van de opdracht is een eerste stap. De kostprijs als uitgangspunt is een tweede. Mocht daar een marge op moeten, dan is de gemiddelde winstgevendheid van een ziekenhuis, 2 procent, een goede maatstaf – niet de 30 procent die het Slotervaartziekenhuis wist te maken.