Column

Gruwelijk en goed

De alom geprezen Hongaarse oorlogsfilm Son of Saul was ook in Arnhem druk bezocht. „Loopt lekker”, zei de man achter het loket van Filmhuis Focus op de Korenmarkt over de film. Inhoudelijk wilde hij niet te veel verklappen.

„Ik zeg: gruwelijk goed. En dan bedoel ik ‘gruwelijk’ en ‘goed’. Snap je ’m?”

We snapten, we snapten het zelfs heel goed, maar voor de zekerheid ging hij toch nog even op z’n Arnhems in de overdrive.

Hij wenste ons nadrukkelijk ‘geen prettige voorstelling’.

„Normaal zeg ik altijd ‘prettige voorstelling’, maar nu laat ik het woord ‘prettig’ weg. Ik wens u een goede voorstelling.”

De meeste mensen die op het verhaal van Saul Ausländer, die in Auschwitz-Birkenau onderdeel van het Sonderkommando was, waren afgekomen, hadden er al zo veel over gelezen dat de film eigenlijk niet meer kon meevallen.

Dat moest ik dan nog maar zien, want erg snel waren ze in deze stad niet onder de indruk. Op mijn vaders verjaardag gingen we ooit in gezinsverband naar de première van Schindler’s List in het inmiddels gesloten Rembrandt Theater.

„Het viel ons een beetje tegen”, zei mijn moeder ’s avonds tegen de visite. „Wij hadden het gruwelijker verwacht.”

Er werd geklaagd over ‘de idiote wenteltrap’ die je op moest om in het cafégedeelte een consumptie te halen en waar een oudere mevrouw met haar koffie verkeerd vanaf struikelde.

Het begon.

Naast me bleek een man te zitten die last had van omhoog kruipende feitenkennis. Hij wist alles van de Holocaust en dat fluisterde hij allemaal in de oren van zijn vrouw.

„Na de Duitse inval in Hongarije in 1944 was de werkdruk extra hoog”, zei hij over Auschwitz-Birkenau terwijl we de hoofdrolspeler zwijgend een groep Joodse gevangenen de gaskamer in zagen drijven. „Dat moeten ze er eigenlijk even bij zeggen, dat dit in 1944 was.”

Van de verbrandingsovens waar ze de lijken in stopten kende hij het merk. „Topf und Sohne, daar heeft Geert Mak over geschreven.”

Even later schopte ik, niet eens expres, bij het verzitten het kopje thee van zijn vrouw om. Dit was dan toch wel het dieptepunt van de avond liet hij me, tussen alle verschrikkingen waarvan hij zo veel wist, weten.

„Heel vervelend van die thee”, zei hij tijdens de Hongaarse aftiteling nadat de lichten aanfloepten.

Nadat ik nogmaals mijn excuses had aangeboden zei hij dat hij de film ‘verschrikkelijk realistisch’ had gevonden. Hij bedoelde natuurlijk ‘verschrikkelijk’ en ‘realistisch’.