Geldgebrek? Maar dat geld wacht al jaren op de sport!

Het geld voor het Nederlandse team dat zich voorbereidt op de Spelen is helemaal niet op – integendeel, schrijft Rutger-Jan Hebben.

‘De Spelen lonken, maar het geld is op’, luidde de kop boven een NRC-artikel (7/11), waarin NOC*NSF de noodklok luidde over de financiering van de sport, en met name van het Nederlands team dat zich voorbereidt op de Spelen in Rio de Janeiro. Omdat de inkomsten uit de Lottogelden, het geldinfuus van de Nederlandse sport, sterk zijn teruggelopen, heeft NOC*NSF een derde bezuinigingsronde moeten doorvoeren. Het olympisch team moet het met 4,2 miljoen euro minder doen. De onderliggende boodschap: als het zo doorgaat, wordt de Nederlandse medailleregen bij de Spelen een buitje. Dat zou jammer zijn, als het waar was. Want het geld is niet op. Dat geld – tientallen miljoenen euro’s – ligt al jaren te wachten op de sport. De aanbieders van online kansspelen (sportweddenschappen, pokeren, spelletjes) die nu in Nederland nog niet bij wet zijn toegestaan, staan te popelen om de Nederlandse sporters te sponsoren. Maar helaas, ze mogen geen belasting afdragen aan de Nederlandse staat, geen sponsorcontracten aangaan en geen marketingactiviteiten ontplooien totdat de wet is gewijzigd en ze een licentie in Nederland hebben bemachtigd. De sport is intussen de dupe.

Door jarenlang politiek oponthoud ligt het Wetsvoorstel Kansspelen Op Afstand nog steeds te wachten op plenaire behandeling in de Tweede Kamer. De sport is daardoor sinds het begin van de discussie over het openen van de kansspelmarkt in 2005 volgens een voorzichtige schatting tot 250 miljoen euro aan inkomsten misgelopen. Het doel van die wet is immers om het totaal van inkomsten vanuit de kansspelen te vergroten en te voorkomen dat dit geld naar goksites in Azië verdwijnt. Bovendien kan met regulering zorg worden gedragen voor een online speelmarkt met bonafide aanbieders en goede voorzorgsmaatregelen. De online aanbieders die in Nederland willen meedoen, zijn professionele, vaak beursgenoteerde bedrijven die in het buitenland wel vergunningen hebben om hun digitale entertainment aan te bieden. In Nederland zijn ze razend populair. Het internet doet niet aan landsgrenzen. Het wetsvoorstel dat in de Kamer ligt, is bedoeld om deze grote markt te reguleren en nieuwe aanbieders een kans te geven. Het ministerie van Veiligheid en Justitie gaat ervan uit dat met de nieuwe wet minstens 80 procent van de online spelers bij de gereguleerde aanbieders zullen gaan spelen. De online industrie ondersteunt het wetsvoorstel. De wet biedt de spelers bescherming tegen malafide aanbieders, schrijft maatregelen voor tegen gokverslaving en biedt de staat een nieuwe inkomstenstroom uit de kansspelbelasting. Daar kan de sport van profiteren.

Het wetsvoorstel gaat uit van een kansspelbelasting van 20 procent voor online kansspelen. Zoals het geld van de loterijen voor een deel bestemd is voor goede doelen, zou een deel van deze inkomsten uit kansspelen naar onze mening rechtstreeks naar de sport moeten vloeien. Als dat politiek onhaalbaar is, stellen wij voor sponsoring van de sport fiscaal aftrekbaar te maken. De online aanbieders zijn dan bereid zich te committeren aan een jaarlijks miljoenenbedrag voor de sport. Door verdere inkomsten uit sponsorcontracten en live streaming van wedstrijden kunnen de inkomsten voor de sport mogelijk stijgen naar 25 miljoen extra per jaar.

Wat moet daarvoor gebeuren? De wet moet snel door Tweede en Eerste Kamer worden behandeld om de kansspelmarkt te reguleren en de online speler te beschermen. En de online aanbieders willen intussen zo snel mogelijk in gesprek met NOC*NSF en de sportbonden om afspraken te maken over extra bijdragen aan de sport wanneer de wet in zijn huidige vorm een feit is. Wij zijn bereid en in staat het gat te dichten dat door de teruglopende loterijgelden is ontstaan, en kunnen nog meer in de sport investeren als de politiek meewerkt.

Zodat we samen de olympische droom kunnen laten uitkomen van jonge sporters als de zeiltalenten Afrodite Zegers en Anneloes van Veen, die volgens NOC*NSF in het NRC-artikel door geldgebrek de boot dreigen te missen.