Een boek over de ‘ziekte’ Feyenoord

Hun boek over Feyenoord komt vrijdag uit. „Het is bijna een Griekse tragedie.”

Rob van Scheers (links) en Ronald Giphart schreven een boek over Feyenoord, de club van hun jeugd. Giphart: „Feyenoord ís het leven, het zit bijna altijd tegen.” Foto Andreas Terlaak Foto Andreas Terlaak

Een boek over Feyenoord, dat loopt meestal slecht af. „Feyenoord ís het leven, het zit bijna altijd tegen”, zegt Ronald Giphart. Met Rob van Scheers schreef hij Kuipkoorts, over de ‘ziekte’ Feyenoord. Die aanvoelt, zo schrijven ze, als ‘een bochel én een hazelip én een open rug én een tennisarm én een boksersneus én bloemkooloren én twee horrelvoeten’.

Feyenoord-fans Giphart (49) en Van Scheers (56) volgden de club een jaar lang vanaf de perstribune bij thuiswedstrijden. Een slot in mineur dreigde, na de ineenstorting van Feyenoord eind vorig seizoen. Ze grepen in. Zo mocht het niet eindigen, ze belden hun uitgever. „Dat kan zo niet, dit wil geen hond lezen. We moeten doorschrijven tot ze bovenaan staan.”

Gevolg: de deadline schoof een half seizoen op en het boek werd twee keer zo dik: 320 pagina’s. Vandaag komt het uit. Koploper is Feyenoord nog steeds niet. Langer wachten met publiceren kon niet, Sinterklaas en Kerstmis naderen – belangrijk voor de verkoop.

Met De Groote Beer naar Lissabon

Feyenoord zit in hun bloed. De oma van Giphart, kantinejuffrouw in de Rotterdamse haven, was seizoenkaarthouder. Ze voer met duizenden andere fans mee op schip De Groote Beer naar Lissabon, toen Feyenoord in 1963 in de Europa Cup tegen Benfica speelde. Ook zijn vader was seizoenkaarthouder, als jong ventje ging Giphart met hem mee naar de Kuip.

Van Scheers werd gegrepen door de club toen hij op zijn negende een voetbalplaatje op straat vond van Van Hanegem. Ook Van Scheers, schrijver van de biografie van Paul Verhoeven, ging aan de hand van zijn vader mee naar het stadion.

De twee kennen elkaar uit het literaire wereldje in hun woonplaats Utrecht. Op een avond in 1993 in café De Bastaard ontdekten ze elkaars voorliefde, toen het gesprek na een paar glazen bier van kunst overging op succescoach Ernst Happel, de Kuip en hun held Willem van Hanegem. Zonder twijfel, gezamenlijk: „De beste ooit.” In hun jeugd hadden ze dezelfde poster van Van Hanegem op hun kamer hangen.

Feyenoord is als een Griekse tragedie

Feyenoord werd een dankbaar onderwerp om over te schrijven, vertellen ze in de lobby van een Utrechts hotel. „Het is de meest literaire club van Nederland”, zegt Van Scheers. „Het zit dicht tegen een Griekse tragedie aan.”

De aanhoudende hoop op betere tijden, de laatste landstitel in 1999, de teleurstelling op teleurstelling – het maakt Feyenoord aantrekkelijk voor schrijvers. Giphart trekt de vergelijking met het succesvollere Ajax, met vier landstitels in de afgelopen vijf jaar. „Ajax is nu geruime tijd koploper. Veel van mijn vrienden zijn Ajacied, maar de ontevredenheid, het gekanker op het spel. Hoe verschrikkelijk moet het zijn om Ajacied te zijn?”

Zestien jaar geleden publiceerden ze, samen met Peter Blokdijk, hun eerste Feyenoord-boek over het rampseizoen 1997-’98, getiteld De liefde die Feyenoord heet. De sfeer rond de club was explosief. Van Scheers: „Bij het minste of geringste was er een deken van haat en ontevredenheid.” Giphart: „‘Iedereen is tegen ons, behalve wij’, dat zongen ze toen.”

Een talkshow op de tribune

December dit jaar belde Voetbal International. Of ze een verhaal wilden maken over hoe de club sinds hun boek eind jaren negentig is veranderd. De diepe verongelijktheid is verdreven, constateerden Giphart en Van Scheers. Ze herkenden Feyenoord bijna niet meer, zo gelaten werd er gereageerd op een 2-0 achterstand bij rust thuis tegen AZ.

Giphart, met verbazing: „Ze zongen: ‘En wie niet springt, die heeft het koud’” – een speelse variant op ‘Wie niet springt is een Jood’, gericht tegen Ajax. Giphart: „Oh man, iedereen was nu aardig, meegaand. Er heerst eindelijk liefde en vriendschap rond die club.”

Ze werden geraakt door het duel, en besloten een nieuw boek te maken. Kuipkoorts, dat makkelijk wegleest en met zelfspot is geschreven, wordt gevormd door het bezoek aan zo’n twintig thuiswedstrijden met steeds wisselende gasten. „Een soort talkshow op de tribune”, zegt Van Scheers. Onder meer filmmaker Jean van de Velde, tekenaar Jean-Marc van Tol van Fokke & Sukke en schrijver Özcan Akyol schuiven aan.

Dit is het eerste Feyenoord-boek in jaren dat goed eindigt

Als intellectuele vertegenwoordigers van de ‘hogere’ cultuur kunnen Giphart en Van Scheers zich makkelijk verliezen in de rauwe emoties van volkssport voetbal. Giphart: „Je kan je er aan laven, dat onredelijke toeroepen van je club.”

Die Umwertung aller Werte, noemt hij dat, de herwaardering van alle waarden. Giphart wijst naar een vrouw even verderop in de hotellobby. „Als ik roep: je moeder is een hoer, dan is dat verschrikkelijk onbeschaafd, maar in het stadion kan je dat maken zonder dat het consequenties heeft.” Hij staat op uit zijn stoel, vertrokken blik. „Zie je dat dan niet dat die bal uit was, scheve mongool.”

In de bekerwedstrijd tegen Ajax twee weken geleden werd ‘Joden aan het gas’ geroepen door een deel van de Feyenoord-aanhang. Giphart: „Abject, verwerpelijk en laagschedelig.” Hoe zitten zij daar dan bij als weldenkende mensen? Van Scheers: „Het is niet meer zoals het was, in het verleden was het veel erger en massaler.”

Feyenoord won het bekerduel van Ajax – een verlossing. Het is de slotscène van het boek. Van Scheers: „Dit is het eerste Feyenoord-boek in jaren dat goed eindigt.”