Feestelijke jukeboxfavorieten in daverende vaart

Het licht uit vele kleurige discolampjes danst over het plafond en over de hoofden van de toeschouwers. En de moddervette beat is de hele avond niet meer te stuiten. Dit is Priscilla, Queen of the Desert, de musicalversie van de gelijknamige cultfilm uit 1994 – over de veelbewogen busreis van twee travestieartiesten en een transseksueel door de Australische woestijn. Met begeleiding van het hele vaste repertoire aan Gay Parade-hits, waarbij het assertieve I will survive van Gloria Gaynor de homo-hymne bij uitstek is.

Bijna drie jaar heeft deze theatershow in Londen volle zalen getrokken. En vervolgens is er een internationale tourneeproductie op iets kleiner formaat geënsceneerd, die nu twee weken in theater Carré in Amsterdam staat, met het voormalige meisjesidool Jason Donovan in de hoofdrol als twijfelaar: nicht of niet? Hij speelt die rol overtuigend en genuanceerd, met minimaal heupwiegen.

De aanpassingen gelden vooral de afmetingen van het schouwspel, waardoor sommige decors zijn vervangen door gordijnen en de bus weinig ruimte heeft om te manoeuvreren. Ook het ensemble is kleiner, maar erg storend is dat niet. Hier staat een geroutineerde groep van achttien spelers, zangers en dansers in uitzinnige kostuums, met een duizelingwekkend aantal verkledingen.

Priscilla schept in de allereerste plaats vrolijkheid, met feestelijke jukeboxfavorieten in daverende vaart en een scabreuze stortvloed aan dubbelzinnigheden in het geestige script.

Maar regisseur Simon Phillips heeft in deze heksenketel van hilariteit en hits uit de jukebox nog net genoeg ruimte overgelaten voor de persoonlijke sores en de homofobe weerzin die het drietal onderweg, in de verre buitengewesten van Australië, tegenkomt. Zodat er genoeg drama is om enigszins met hen mee te leven.

Dit is een voorstelling die onder alle opsmuk een demonstratief ladinkje met zich meedraagt. Want deze mannen zullen ondanks alles overleven, zoals Gloria Gaynor al zong.