Dodelijk poeder in een verjaardagskaart

De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde gaat proberen een pil voor zelfeuthanasie te introduceren. In de praktijk is zo’n pil al verkrijgbaar.

Sebe Emmelot

Op de tafel voor Kika Notten (52) staat een zware vijzel. Het huis van haar ouders in Wassenaar. Vader Tom van Manen (83) drukt tientallen pillen uit een pakje, en mikt ze in de vijzel. Zijn dochter stampt ze tot poeder. „Gek hè”, zegt Notten tegen haar vader. „Héél gek”, antwoordt hij.

De pillen zijn per post bezorgd. Kika Notten belde voor haar vader een 06-nummer en moest duidelijk zeggen: „Ik bel voor de medicijnen.” Dat nummer kreeg ze van een consulent van stichting De Einder, die mensen bijstaat in hun laatste levensfase. De pillen kostten 250 euro. Vader en moeder gingen zelf naar het postkantoor om het bedrag over te boeken.

Dat was drie jaar geleden. Het vermalen poeder werd in de familiekluis gestopt. In december 2012 zou Tom van Manen het door zijn yoghurt roeren. Hij werd niet meer wakker.

De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) presenteerde eind vorige week een nieuwe strategie. Daarin staat het plan voor een wetenschappelijk experiment met een levenseindepil. Die zou in Nederland geïntroduceerd moeten worden en gecontroleerd – legaal – uitgegeven kunnen worden aan mensen die hun leven als voltooid beschouwen. De levenseindepil waar de NVVE voor pleit, is in de praktijk al jarenlang verkrijgbaar.

Chinese route

Er zijn verschillende manieren om aan middelen te komen die zelfeuthanasie mogelijk maken. Die routes beginnen bij de NVVE zelf, of bij stichting De Einder. Beide verenigingen, die onafhankelijk van elkaar werken, hebben consulenten- of zorgcoördinatoren in dienst die in gesprek gaan met mensen die verzoeken om een levenseindepil. NVVE-directeur Robert Schurink: „Zij schatten in of deze mensen echt toe zijn aan een middel om hun leven te kunnen beëindigen.”

De consulenten hebben lijsten met buitenlandse adressen waar de middelen te bestellen zijn. Zij weten ook welke adressen betrouwbaar zijn, en welke niet. Bekend zijn de Mexicaanse route voor een dodelijk drankje en de Chinese route, nu het meest aangeraden, voor een dodelijk poeder. Het Nederlandse 06-nummer dat Kika Notten destijds kreeg lijkt nu buiten gebruik. Het is niet precies bekend hoeveel mensen gebruikmaken van buitenlandse middelen om zelfeuthanasie te plegen. Bij De Einder is het aantal cliënten met wie ten minste één persoonlijk consult heeft plaatsgevonden vorig jaar gegroeid naar 607 cliënten. Dat betekende een stijging van 29 procent ten opzichte van voorgaande jaren. De NVVE geeft hierover geen cijfers.

Jannes H. Mulder (75), voormalig internist-oncoloog in de Daniël den Hoedkliniek van het Erasmus Medisch Centrum, koos voor de Chinese route. Als arts heeft hij zelf een paar keer euthanasie toegepast. Hij kijkt er niet onverdeeld positief op terug. „Mijn tweede euthanasie was bij iemand die nog heel goed zelf de gifbeker had kunnen opdrinken. Desondanks voerden wij per infuus een gevraagde, directe euthanasie uit. Terugkijkend vind ik dat bizar en medisch arrogant. Voor God spelen. Terug naar eigen verantwoordelijkheid is zelf je gifbeker opdrinken, en het probleem niet op het bord van de medicus leggen.”

Mulder klopte aan bij De Einder, dat hem na een gesprek een Chinees e-mailadres gaf. Het adres staat bekend als betrouwbaar. Dat wil zeggen: zelfeuthanasie met hun middel mislukte nog nooit en levering is gegarandeerd. Mulder bestelde via de mail poeder voor twee personen – ook voor zijn echtgenote. Betaling verliep via Western Union: 400 dollar. Twee weken later kwam een bruine enveloppe met rode, Chinese poststempels. Er zat een verjaardagskaart in van ene ‘John’: happy birthday. Het is een maskering die de Chinese leveranciers vaker gebruiken. In de kaart was het zakje poeder gevouwen. Mulder heeft het in de kelder gelegd. Zijn directe omgeving weet ervan: Jannes H. Mulder zal zijn eigen levenseinde regisseren. Binnenkort test hij een schepje poeder op zijn goudvis: „Ik wil zeker weten dat het werkt.”

De huisarts was niet verrast

In het atelier van kunstenares Kika Notten staat een schilderij van haar vader. Korte grijze haren, een blauw vest met daaronder een geruit overhemd en een keurig, zijden sjaaltje. Gouden zegelring om de pink. Een bankier in ruste, maar nog altijd onberispelijk. Toen Notten het schilderij maakte, begon haar vader licht te dementeren.

Tom van Manen kende het gevoel van een falend lichaam. In zijn jeugd had hij ernstige epileptische aanvallen. Zijn eigen ouders waren zwaar dement gestorven. Zelfeuthanasie paste bij haar vader, vertelt Notten. „Mijn vader was heel precies. Hij hield van controle en zekerheid. Dementeren paste niet in dat plaatje.”

De huisarts raadde het gezin aan om zelf naar een oplossing te zoeken, toen ze informeerden naar euthanasie. Hij bleef wel betrokken. Zo kwam Notten bij stichting De Einder, en kregen haar ouders het pakketje thuisgestuurd.

Bang om vervolgd te worden is Notten niet geweest. Na het overlijden kwam de huisarts, die – zoals gebruikelijk – onnatuurlijk overlijden vaststelde. Dat was voor hem geen verrassing; de huisarts was tot het laatst nauw betrokken. Er kwamen twee agenten in huis, die begripvol waren. Ze namen het bakje waar de yoghurt in had gezeten mee, samen met de lepel. Notten hoorde er nooit meer iets van.

 

„Ik besef dat ik in een grijs gebied heb geopereerd. Ik heb zelf de pillen vermalen, en mijn vader dementeerde, waardoor hij niet altijd meer helemaal helder was. Toch ben ik dankbaar dat ik het heb kunnen doen. Dit is het meest intieme dat ik ooit met mijn vader heb gedaan. De kracht waarmee hij de vijzel vasthield toen ik de pillen vermaalde was een helder signaal. Hij was altijd al zo duidelijk in zijn wens. De hele familie kijkt met een goed gevoel terug, omdat het mijn vader gelukt is weg te blijven van een situatie die hij nooit wilde.”

De avond voor de dood van Tom van Manen organiseerde de familie een afscheidsavond. De volgende ochtend stonden zijn vrouw en drie kinderen om het bed. In zijn badjas at hij met grote happen van zijn yoghurt.

Welke route moeten Nederlanders volgen als ze euthanasie willen? Bekijk en lees of beluister onderstaande animatie, waarin wordt uitgelegd welke stappen patiënt en arts moeten doorlopen. Klik op de pijlen rechts en links om door de stappen te bladeren.

 

Luister | Lees mee

Het euthanasieverzoek

 
 

Een patiënt moet een verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding altijd zelf doen aan de arts. Dat kan mondeling of schriftelijk. In dat verzoek moet de patiënt duidelijk maken wanneer het lijden voor hem "ondraaglijk en uitzichtloos" wordt. De naasten kunnen geen euthanasieverzoek doen namens de patiënt. Wel kunnen zij een schriftelijk euthanasieverzoek onder de aandacht brengen als de patiënt dat zelf niet meer kan.

Een schriftelijk euthanasieverzoek is belangrijk, maar minstens zo belangrijk zijn de gesprekken met de arts. Die horen daar in principe bij, omdat dit de zorgvuldigheid ten goede komt én de arts weet wat de patiënt precies bedoelt. Een arts kan ook uitleggen waar voor hem de (wettelijke) grenzen liggen. Een schriftelijk euthanasieverzoek is geen garantie dat de arts het euthanasieverzoek inwilligt, maar vergroot wel de kans daarop, mits de patiënt er al met de arts over heeft gesproken.

Sommige artsen willen, bijvoorbeeld vanwege hun geloof, niet meewerken aan euthanasie. Patiënten kunnen zich, als er in de eigen omgeving geen arts bereid is om de patiënt over te nemen, tot de Levenseindekliniek wenden. Dat zijn door het land werkende teams van een arts en een verpleegkundige, die het euthanasieverzoek beoordelen in plaats van de eigen arts.

Voorbereiding en eisen

 
 

Wanneer een patiënt een euthanasieverzoek doet bij de arts, zal die arts gesprekken voeren met de patiënt. In de gesprekken met de patiënt moet de arts zien te achterhalen of hij de euthanasie kan uitvoeren zonder de zorgvuldigheidseisen uit het oog te verliezen.

Om mee te mogen werken aan de euthanasie moet de arts:

  1. Ervan overtuigd zijn dat er sprake is van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt.
  2. Ervan overtuigd zijn dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt.
  3. De patiënt informeren over de situatie waarin deze zich bevindt en over diens vooruitzichten.
  4. Met de patiënt tot de overtuiging komen dat er voor de situatie waarin deze zich bevindt geen redelijke andere oplossing is.
  5. Ten minste één andere, onafhankelijke arts raadplegen, die de patiënt ziet en schriftelijk zijn oordeel geeft over de zorgvuldigheidseisen.
  6. De levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding op medisch zorgvuldige wijze uitvoeren.

De uitvoering

 
 
Als de patiënt en de behandelend arts er samen van overtuigd zijn dat er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden en aan de andere zorgvuldigheidseisen ook is voldaan, dan kan de arts de euthanasie uitvoeren of hulp bij zelfdoding verlenen.

Bij euthanasie beëindigt de arts het leven met behulp van twee injecties. De eerste is om een diepe coma te bewerkstelligen. De tweede om te zorgen dat de patiënt overlijdt. Bij hulp bij zelfdoding overhandigt de arts de patiënt een dodelijke drank die patiënt zelf in aanwezigheid van de arts inneemt. De arts moet tijdig contact opnemen met de apotheker. Die beoordeelt de voorgeschreven methode, middelen en dosering om te zorgen dat er effectief en veilig wordt gehandeld. Familie en vrienden mogen aanwezig zijn bij het uitvoeren van de euthanasie; dat is aan de patiënt.

Na de euthanasie of hulp bij zelfdoding

 
 
Als een patiënt overlijdt door euthanasie, dan is dit een niet-natuurlijk overlijden. De arts moet daarom zijn handelen melden aan de gemeentelijk lijkschouwer en zorgen dat deze over alle informatie beschikt: onderdelen van het dossier, een eventuele schriftelijk euthanasieverzoek, het verslag van de SCEN-arts en het verslag van de melding van euthanasie.



De lijkschouwer belt altijd met de officier van justitie. Deze moet toestemming geven voor begraven of cremeren, omdat het gaat om een niet-natuurlijk overlijden. De lijkschouwer zorgt ervoor dat alle relevante informatie bij een van de vijf regionale toetsingscommissies euthanasie terecht komt. Deze commissie toetst of de euthanasiegevallen in hun regio zorgvuldig zijn voorbereid en uitgevoerd. Een commissie bestaat uit een jurist, tevens voorzitter, een arts en een ethicus.


Als de commissie oordeelt dat een arts voldaan heeft aan de zorgvuldigheidseisen dan wordt de zaak afgedaan. Zo niet, dan worden het Openbaar Ministerie (OM) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op de hoogte gebracht. Het OM en de IGZ beoordelen of en welke vervolgstappen, zoals strafrechtelijke vervolging, nodig zijn.

 

Een productie van: Pepijn Barnard, Mirjam Remie, Enzo van Steenbergen, Stef Tervelde, Miriam Vieveen, Harrison van der Vliet

Een patiënt moet een verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding altijd zelf doen aan de arts. Dat kan mondeling of schriftelijk. In dat verzoek moet de patiënt duidelijk maken wanneer het lijden voor hem "ondraaglijk en uitzichtloos" wordt. De naasten kunnen geen euthanasieverzoek doen namens de patiënt. Wel kunnen zij een schriftelijk euthanasieverzoek onder de aandacht brengen als de patiënt dat zelf niet meer kan.

Een schriftelijk euthanasieverzoek is belangrijk, maar minstens zo belangrijk zijn de gesprekken met de arts. Die horen daar in principe bij, omdat dit de zorgvuldigheid ten goede komt én de arts weet wat de patiënt precies bedoelt. Een arts kan ook uitleggen waar voor hem de (wettelijke) grenzen liggen. Een schriftelijk euthanasieverzoek is geen garantie dat de arts het euthanasieverzoek inwilligt, maar vergroot wel de kans daarop, mits de patiënt er al met de arts over heeft gesproken.

Sommige artsen willen, bijvoorbeeld vanwege hun geloof, niet meewerken aan euthanasie. Patiënten kunnen zich, als er in de eigen omgeving geen arts bereid is om de patiënt over te nemen, tot de Levenseindekliniek wenden. Dat zijn door het land werkende teams van een arts en een verpleegkundige, die het euthanasieverzoek beoordelen in plaats van de eigen arts.