De Meent blijft druk en lawaaiig

De Meent wordt niet autoluw, bleek tijdens de gemeenteraad vannacht. „Terecht”, vinden ondernemers aan de winkelstraat. „Dat zou klanten kosten.”

Druk verkeer rond de Meentbrug in 1932 Foto A. Schaller/Stadsarchief

Een zucht van verlichting gaat door winkelstraat De Meent. Vannacht verviel op het laatste moment een voorstel om de ader tussen Coolsingel en Goudsesingel verkeersluw te maken.

„Het zou alleen maar om een proef gaan”, zegt raadslid Samuel Schampers van D66, die het voorstel had willen indienen. „Ik hoorde van marktkooplui dat ze liever hebben dat het deel op de Meent dat de markt aan de Binnenrotte kruist op marktdagen autovrij is. Dat is veiliger als er geen auto’s rijden. Dan heb je meer ruimte voor voetgangers en fietsers. En ook voor de horeca wilden we een proef doen voor bijvoorbeeld de donderdag- en vrijdagavond.”

Aktetasje

Vraag een ondernemer die al bijna vijftien jaar zaken doet aan de Meent naar zijn mening en je krijgt de wind van voren. „Zeker weer iemand met zo’n aktetasje die nooit zijn eigen geld bij elkaar heeft hoeven verdienen”, is het commentaar van ondernemer Robin Alting. Alting zit daar met zijn IJssalon en veel van zijn klanten komen ’s avonds even langs met de auto, zegt hij. „Ik kijk vooruit. Ik denk aan mijn omzet. Die gaat daardoor achteruit.”

Alting spreekt niet alleen voor zichzelf, zegt hij. „Ik ben jarenlang voorzitter van de ondernemersvereniging geweest”, zegt hij. „Wat denk je dat de slager naast mij ervan vindt? Die levert ook klanten in als ze niet met de auto naar de winkel kunnen komen.”

Het hele idee dat de Meent ruimte voor voetgangers en fietsers nodig heeft is niet nieuw, zegt Paul van de Laar, historicus en directeur van Museum Rotterdam. „In Rotterdam werden altijd al plannen gemaakt om de stromen van snel en langzaam verkeer van elkaar te scheiden.”

Maar dat is eigenlijk niet te doen, dan zou je aparte fietspaden, wandelpaden en autobanen naast elkaar moeten aanleggen. Daar zijn de meeste straten niet breed genoeg voor.

„Nog voor de auto er was, liep alles al door elkaar”, zegt de stadshistoricus. Hij pakt er een foto bij van het Hofplein van voor de Tweede Wereldoorlog. Er waren toen overigens al wel auto’s, maar ook een tram, handkarren, paardenkarren, hondenkarren, fietsen en ga zo maar door. „Dat was ook gevaarlijk! Wat denk je als je zo’n kar tegen je aan krijgt!”

Dat de snelheid van handkarren lager was dan die van de auto’s tegenwoordig doet er volgens Van de Laar niet toe. „Mensen gaan mee met hun tijd. Ze weten dat auto’s sneller rijden, daar houden ze rekening mee.”

Om een motie van GroenLinks voor de aanleg van een bamboebos tegen het kabaal van voorbijrazende auto’s moet Van de Laar een beetje lachen. „Je had vroeger ook sleepkarren. Dat waren karren met een hard onderstel dat ze over de stenen sleepten. Wat denk je dat dat voor een verschrikkelijke herrie gemaakt heeft?!”

Hetzelfde geldt voor luchtvervuiling door uitlaatgassen van auto’s. Of die nu zoveel erger is dan in de tijd van de paardenkarren vraagt hij zich af. „Ik ben natuurlijk geen expert. Maar wat denk je van de ammoniaklucht van al die vijgen van de paarden voor de honderden karren die hier rond reden? Die lagen ook allemaal op straat.”

Veel ruimte

Het stratenplan van Rotterdam is na de Tweede Wereldoorlog zo ingericht dat er veel ruimte was voor autoverkeer. „Amsterdam heeft dat niet”, betoogt Van der Laar. „Dat is een zeventiende-eeuwse stad. Als Amsterdammers wilden dat het verkeer door hun stad zou kunnen stromen zoals in Rotterdam moesten ze de grachten dempen. Dat was hier niet nodig.”

Probleem was echter dat het aantal auto’s na de jaren 50 een veel grotere vlucht nam dan verwacht toen de stadsarchitecten het nieuwe stratenplan ontwierpen. Maar ook daar moet je niet te lang bij stil staan, vindt Van de Laar. „De meeste mensen zijn aan die files gewend.”

Dat het druk is op de Meent en de Aert van Nesstraat komt doordat ze verkeersaders zijn die van Oost naar West lopen. Ze kruisen de verkeersader die van Noord naar Zuid loopt, de Coolsingel. „Het is logisch dat het daar druk is. Dat is het altijd al geweest.”