Vrijen met de vijand

Hoe verleidden Duitse soldaten vrouwen in het bezette Nederland? „De legerleiding voorzag de mannen ruimschoots van condooms.”

Nederlandse vrouw kust een Duitse soldaat. De foto is tussen 1941 en 1944 genomen, plaats en fotograaf zijn niet bekend.

Een zwijnenboel! De Groningse parkwachter Jacob Pijper wist niet wat hij zag. Het was de zomer van 1942 en meisjes zo jong als veertien jaar lieten zich in zijn park „gebruiken” door Duitse soldaten. Met grote regelmaat vond hij condooms in de struiken. „Ik heb wel eens getracht de meisjes weg te sturen, maar ze lachen mij uit en trekken zich van mijn waarschuwing niets aan!”

Het rapport van de verontwaardigde ambtenaar is opgenomen in het proefschrift waarop de in Duitsland geboren historica Laura Fahnenbruck vandaag promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar dissertatie onderzoekt ze de seksualiteit van de militairen van de Wehrmacht die tussen 1940 en 1945 in Nederland verbleven. De Duitsers, met hun fraaie, mannelijke uniformen, vielen bij een deel van de vrouwelijke bevolking duidelijk in de smaak.

De bezetters hadden een modernere seksuele moraal dan er op dat moment in Nederland heerste. Dat was een erfenis van de Weimarrepubliek die niet door de nazi’s bij het vuil was gezet, aldus Fahnenbruck. „De legerleiding voorzag de mannen ruimschoots van condooms. De klachten van de Groningse parkwachter waren zeker niet uniek.”

In bezet Nederland waren duizenden vrouwen – een precies getal is niet te geven – geïnteresseerd in een avontuur met een ruimschoots van gratis voorbehoedsmiddelen voorziene militair van de Wehrmacht. Dat begon meteen in 1940, zag Fahnenbruck in de archieven. „Ik kwam rapporten tegen van ouders die al in mei bij de politie kwamen melden dat hun dochter met een Duitse soldaat was meegegaan en niet was thuisgekomen. Door de nederlaag vielen oude sociale structuren weg, en een aantal vrouwen nam de kans waar die deze ruimte hen bood.”

Nederlanders werden door de Duitsers gezien als volksgenoten, en daarom verzette de legerleiding zich niet tegen relaties met Nederlandse vrouwen. „Zij werden bijvoorbeeld als minder bedreigend, en minder onhygiënisch gezien dan Franse vrouwen”, zegt Fahnenbruck. „In dat land stonden daarom ook veel meer door de Wehrmacht gecontroleerde bordelen dan in Nederland. Hier ontstonden alleen bordelen bij bases buiten de grote steden waar onvoldoende op de gezondheid kon worden gelet van de dames die zich aan de poort meldden.”

De Duitse legerleiding stond seksueel contact niet alleen toe om de mannen stoom te laten afblazen. De bezetter hoopte ook door met de Nederlandse bevolking te fraterniseren de vrouwen van het Germaanse broedervolk voor het nationaalsocialisme te winnen. Fahnenbruck: „Daardoor gedroegen soldaten zich heel anders dan in Oost-Europa, waar seksualiteit met veel meer geweld gepaard ging.”

Dat wil niet zeggen dat er in Nederland nooit sprake was van geweld, benadrukt Fahnenbruck. „Het wilde nog wel eens gebeuren dat een afgewezen soldaat boos werd en klappen uitdeelde, en ook verkrachtingen kwamen voor. Het was voor Nederlandse vrouwen dan heel moeilijk om hun recht te halen. Ze moesten bewijzen dat er sprake was geweest van geweld.”

Na een praatje in de kroeg

Meestal ontstonden de relaties tussen Duitse mannen en Nederlandse vrouwen op een normale manier: met een praatje op straat of in de kroeg. Vaak kregen de soldaten nul op het rekest, maar de aanhouder won regelmatig. In een dagboek van een Duitse soldaat trof Fahnenbruck een passage aan over de relatieve bereidwilligheid van Nederlandse vrouwen om een seksuele relatie aan te knopen. „In België waren de vrouwen veel afwijzender, noteerde hij.”

Hoewel het af en toe voorkwam dat een Duitse militair trouwde met zijn Nederlandse vriendin, was er meestal geen sprake van ‘echte liefde’. Vooral vrouwen die ongewenst zwanger werden, ontdekten dat. Fahnenbruck: „Die kregen dan te horen: dacht je nu echt dat wij een toekomst hadden? Ik heb een vrouw thuis in Duitsland en ik ga naar haar terug.”

Het promotieonderzoek geeft aanleiding tot een afgewogen perspectief op de wijze waarop Nederlandse vrouwen met de bezetter omgingen, denkt Fahnenbruck. Direct na de oorlog was het beeld vooral dat van de ‘moffenmeiden’ die met de Duitsers heulden.

Vanaf de jaren tachtig verschoof dat perspectief als gevolg van het opkomend feminisme: verliefdheid in oorlogstijd was immers ook gewoon verliefdheid.

Die laatste houding vindt Fahnenbruck te makkelijk: „Het collaboratieperspectief blijft belangrijk, want relaties met soldaten waren bijna altijd in het politieke voordeel van de bezettingsautoriteiten. Daar kun je niet te makkelijk overheen stappen. Maar mijn onderzoek biedt ruimte om over de overlap van verschillende motieven na te denken, en niet in simpele categorieën te blijven steken.”