Column

Timmermans

Deze week leek het er even op dat de waarschuwende boodschap van Frans Timmermans niet goed tot de Nederlandse media wilde doordringen. Ze reageerden nogal aarzelend alsof ze zich beduusd afvroegen: heeft hij dat écht gezegd? De kwaliteitskranten deden er in hun papieren versie aanvankelijk weinig of niets mee, ze lieten de eer aan Het Parool, die er dinsdagavond mee opende onder de kop: „EU-topman ziet Europa stranden.”

Die avond volgden ook het NOS Journaal en Nieuwsuur met saillante passages uit Timmermans’ lezing, maandagavond in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Terecht, want de nood moet hoog zijn als de vicevoorzitter van de Europese Commissie zegt: „Dit is voor het eerst in mijn bewuste beleving van de Europese samenwerking dat ik denk: het zou weleens echt kunnen stranden. Dat heb ik nooit eerder gehad.”

Timmermans vreest kennelijk bonje, grote bonje, in Europa als het zo doorgaat. „Er komen zoveel dingen samen die ons als samenleving in het hart raken, dat ik het niet meer als ondenkbaar zie dat we weer de confrontatie zoeken in plaats van de samenwerking. Vandaar dat ik het zo belangrijk vind vast te houden aan verdragen, zodat we elkaar blijven verdragen.”

Hij hield zijn lezing op uitnodiging van het Huis van Europa, een aan de Haagse Hofvijver gevestigde instelling waar – volgens haar website – „burgers terechtkunnen met al hun vragen over de Europese Unie”. Er stond niet bij of die burgers er ook de deur platlopen.

Timmermans sprak in Amsterdam voor een nogal jong, studentikoos gehoor, dat na afloop vragen mocht stellen en daar gretig en goed gebruik van maakte. Via de website van Trouw is de hele gebeurtenis, die ruim een uur duurde, terug te zien.

Ik heb er met plezier naar gekeken, want Timmermans is een van de weinige retorisch begaafde sprekers die de Nederlandse politiek de laatste decennia heeft opgeleverd. Hij spreekt vaak – ditmaal zo’n 25 minuten – uit het hoofd, hij doet dat met bezieling en hij verstaat zich na afloop zonder enig superioriteitsvertoon met ‘de zaal’.

Hij werd in Amsterdam ingeleid en uitgeluid door de journaliste Marcia Luyten, die net als hij afkomstig is uit Zuid-Limburg, zodat je zou verwachten dat de zachte g als een zoel windje in die zaal zou opsteken, maar nee, vermoedelijk tot teleurstelling van chauvinistisch Limburg produceerden beiden vanuit hun trillende huig een perfecte harde g. Dat hoorde ook beter bij de harde boodschap van Timmermans.

De vluchtelingencrisis stond centraal in zijn betoog en hij hekelde, zoals verwacht, de populistische politici die de angst van de burgers aanwakkeren. Wat ik in de samenvattingen van de pers miste, was zijn ergernis over de reactie daarop van de gevestigde politiek. Die kwam volgens hem te vaak neer op: „Sorry, shit happens.” Timmermans begreep de zorgen van de burgers wel: ze zijn bang iets kwijt te raken en ze weten niet wat ze ervoor terugkrijgen.

Niettemin vindt hij dat de politici te weinig op waarden als verdraagzaamheid en onderling respect durven hameren. Grenzen dicht, is volgens hem geen oplossing. „We hebben wel grenzen nodig, maar geen muren. […] Migratie gaat niet weg, diversiteit is de toekomst. Maar die diversiteit is niet grenzeloos, onze nationale cohesie moet beschermd worden.”

Zijn analyse was concreter dan zijn remedie, maar misschien bewaarde hij dat voor een volgende lezing.