Steeds maar weer die hypnotische suggestie

Hoe belangrijk is taal? In Corn Island worden hooguit honderd woorden gesproken, in Is the Man Who is Tall Happy? analyseert taalfilosoof Noam Chomsky de structuur van zinnen.

‘Ah, je bent agnost! Je wilt geloven, maar je kunt het niet. Maak je geen zorgen. Ik ben ook door die fase gegaan.” Aldus psychiater Kenneth Raines tegen politieagent Bruce Kenner (een door zijn obsessies geïmplodeerde Ethan Hawke). Samen vormen ze een onmogelijk duo dat op zoek gaat naar de waarheid achter vermeende satanische rituelen in het Minnesota van 1990, dat er echter uitziet alsof er sinds Het kleine huis op de prairie niet meer zoveel is gebeurd in kleine christelijke gemeenschappen in de VS.

Regisseur Alejandro Amenábar (The Others, Mar adentro) liet zich inspireren door ware gebeurtenissen en kookte een thriller van massahysterie en regressietherapie. Hypnotisch repetitieve suggestie – wéér die nachtmerrievisioenen, wéér Hawke die naar het bandje met getuigenverklaringen luistert – is zijn voornaamste troef. Zijn interesse in onderwerp en genre is oprecht, maar met een beetje meer plot had hij er wellicht meer van kunnen maken dan alleen maar de suggestie in een eindeloze outtake van tv-serie True Crime verzeild te zijn geraakt.