Spreekwoordelijke etenswaren (1)

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Bestaan er in het Nederlandse taalgebied etenswaren waarvan u nooit, maar dan ook nooit, te horen zult krijgen dat ze eigenlijk niet goed zijn voor uw gezondheid? Dat er toch te veel suiker in zit, of lood, of kankerverwekkende stoffen?

Ja, op dat punt hebben we een opmerkelijk rijke keuken. Na een oproep op Twitter en elders had ik al snel ruim honderd van dergelijke etenswaren te pakken. Ze vallen in twee categorieën uiteen die ik hieronder zal vermengen: spreekwoordelijke etenswaren en puur fictieve etenswaren. Niet alle etenswaren kunnen aan bod komen, daarvoor zijn het er te veel.

De grootste groep fictieve etenswaren is afkomstig uit zogenoemde dooddoeners. Kinderen die nu vragen „Wat eten we vanavond?”, krijgen doorgaans een serieus antwoord, maar in de jaren vijftig en zestig – de tijd van zuinigheid en wederopbouw – vonden veel ouders deze vraag enigszins impertinent. Je kreeg te eten wat de pot schafte en moest je bord leegeten.

Deze pedagogische opstelling heeft veel fictieve etenswaren en wonderlijke combinaties van eetbare en tamelijk of volkomen oneetbare ingrediënten aan de Nederlandse keuken toegevoegd. Te denken valt aan: hussen met je neus ertussen; aapjes met vraagstaartjes; poep van de Radja; en snieriksaus met pruttelpeertjes. Mijn persoonlijke favorieten zijn: gebakken nieuwsbladen met krotenvet; hetzelfde als gisteren; iets wat je in je mond moet stoppen. De overige wat-eten-we-vanavond-antwoorden laat ik buiten beschouwing. Ze zijn al eens samengebracht, het best door Inez van Eijk (onder andere in Dooddoeners en stoplappen, 1987).

Maar er is meer. Het zal de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving wellicht goed doen dat de meeste fictieve en spreekwoordelijke ingrediënten te vinden zijn in de categorieën fruit en groente.

Makkelijk klaar te maken: appeltje eitje. Langere bereidingstijd: het appeltje voor de dorst. Zoet: de oogappel en liefdesappel. Om doorheen te bijten: de zure appel. Lastige ingrediënten voor groepsdiners: de rotte appel en de zuurpruim. Ongewoon fruit: rare pisang en rare druif. Enkele bekende perengerechten: gebakken peren en kut met peren. Voor het laatst bewaren: de kers op de taart. Geliefd vanwege de textuur: het perzikhuidje. Onsmakelijk: de aardbeineus.

In de afdeling groenten vinden we onder meer: apekool en rapen die gaar zijn. Ook gecombineerd met druif en pisang: rare snijboon. Niet erg favoriet: twee erwtjes op een plank, bloemkooloren, heilige boontjes. Inmiddels een obscuur ingrediënt: de kamperui (‘dwaze streek, onzinnige handeling zoals men van de Kampenaars verhaalt’, aldus de Dikke Van Dale). Een weinig geliefde combinatie: spek en bonen.

Brood kan geen kwaad, maar beperk je tot drie sneetjes per dag, adviseerde de Raad voor Volksgezondheid onlangs. Altijd goed: een boterham met tevredenheid, een broodje weltevree en ouwe-jongens-krentenbrood. Leuk om te bakken: zoete broodjes. Doorgaans goed te verteren: een broodje aap. Voor velen lastig te verteren: genadebrood, tranenbrood (wie tranenbrood eet, verkeert in ellendige omstandigheden) en brood der dienstbaarheid. Volgende week, ter afsluiting: koek-en-zopie, toetjes en drank.