Slob gaf ChristenUnie macht

De ChristenUnie is in de vijftien jaar van haar bestaan uitgegroeid tot een politieke factor van belang, ook al schommelde het aantal zetels van de partij in de Tweede Kamer tussen de drie en zes, niet meer. Die invloed is voor een flink deel de verdienste van Arie Slob, de politiek leider van de partij die deze week zijn vertrek uit de Kamer aankondigde en meteen het fractievoorzitterschap neerlegde.

Ook zijn voorganger, André Rouvoet, heeft eraan bijgedragen dat de ChristenUnie belangrijk aan politieke invloed won en niet langer een getuigenispartij bleef. Onder zijn leiding trad de ChristenUnie in 2007 toe tot het vierde kabinet-Balkenende (met CDA en PvdA) en dat was een unicum. Voorzover de voorlopers van de ChristenUnie – GPV en RPF – ooit macht werd toegedacht, was dat in de ‘ Staphorster variant’, waarin ze samen met de SGP een coalitie van CDA en VVD aan een meerderheid zouden kunnen helpen.

De ChristenUnie heeft zich ontwikkeld tot een partij die gebruikmaakt van het gegeven dat Nederland slechts te regeren valt door compromissen tussen diverse minderheden. Onder leiding van Slob was zij een van de vijf pijlers onder het ‘Lenteakkoord’, een soort tussentijds regeerakkoord dat in 2012 werd gesloten na de breuk tussen VVD en CDA enerzijds en PVV anderzijds. Het huidige kabinet van VVD en PvdA deed lange tijd zaken met de ‘constructieve drie’, een bijzonder samenwerkingsverband van ChristenUnie en de strenge SGP met het goddeloze D66.

De ChristenUnie is verder geëvolueerd tot een partij waarin ook katholieken welkom zijn. Voor wie de ontstaansgeschiedenis van GPV en RPF kent, waarin een zeker antipapisme niet ontbrak, is dat een opmerkelijke ontwikkeling. De ChristenUnie is zo meer een, linkser georiënteerd, alternatief voor het CDA geworden.

Het vertrek van Slob uit de Tweede Kamer is te betreuren. Zijn inbreng, kenmerkend voor zijn fractie, was vrijwel altijd gericht op het boeken van inhoudelijk resultaat, veel meer dan op vermeend partijpolitiek gewin. Ook al probeerde hij er uiteraard zoveel mogelijk uit te slepen voor de kiezers voor wie hij opkwam. Het adjectief ‘constructief’ was bepaald op hem van toepassing.

Een andere reden om een kanttekening bij zijn afscheid te plaatsen, is het feit dat hij het mandaat dat de kiezers hem in september 2012 gaven, maar voor een beperkte tijd honoreert. Slob was in 2012 voor het eerst lijsttrekker van de ChristenUnie. Hij liet toen weten „tot in zijn tenen gemotiveerd te zijn” en ook in de Tweede Kamer te zullen blijven als zijn partij tot regeren zou worden geroepen. Het is voor zijn kiezers en voor het parlement jammer dat die motivatie al drie jaar later verdwenen blijkt te zijn.