Prince ontvangt gasten: op bezoek in Paisley Park

Vanwege een Europese tournee ontvangt Prince bij uitzondering journalisten in zijn studio. Als een vraag hem niet bevalt, gaat hij een liedje spelen. „Als alles klopt heb ik een transcendente ervaring.”

Foto NPG Records

Het liefdessymbool, dat tussen 1993 en 2000 de naam van Prince verving, ligt op de grond en wijst naar het podium. Publiek heeft zich op zitzakken, kussens en hoge krukken genesteld. Er branden kaarsen in de concertzaal die voelt als een nachtclub. Er hangt de zoete, weeïge geur van wierook.

De concerten en jams tot de zon opkomt die popster Prince geeft als hij zin heeft, in zijn studio Paisley Park (in Chanhassen, Minneapolis in de Amerikaanse staat Minnesota), zijn legendarisch om hun eindeloze muzikaliteit. Hij kan ze plots aankondigen op zijn site en dan zijn tientallen gelukkigen er voor 40 dollar bij. Niemand weet hoe lang Prince zal spelen of wat hij gaat doen. Afgelopen weekend gebeurde het voor het derde weekend op rij. De nacht ervoor, zoemt het rond, speelde hij na zijn concert nog drie uur door.

Als Prince gaat zitten aan zijn keyboard, is het muisstil. Losjes speelt hij Raspberry Beret, hit uit 1985. Publiek mag meeknippen met de vingers. Intens is de versie van Starfish and Coffee. Ook hier participerend publiek voor het oh-oh-koortje. Na zes nummers solo (Diamonds and Pearls, With You, Sweet Thing) komt bij Something In The Water (Does Not Compute) zijn nieuwe band erbij. De geïmproviseerde funkjam erna is steviger, met onder anderen de jonge gitariste Donna Grantis, lid van zijn vrouwenband 3rdEyeGirl en The New Power Generation, als stoere blikvanger.

Diepgaande discussie

De uitnodiging om langs te komen kwam onverwachts: Prince wil delen. Vijf Europese muziekjournalisten (België, Engeland, Nederland, Spanje, Italië) zijn welkom in zijn studio voor een gesprek en muziek. Het idee was een ‘diepgaande discussie’ met Prince over de stand van zaken in de muziekindustrie en de vraag hoe hij erin is geslaagd een vitaal en succesvol concertartiest te blijven in deze tumultueuze tijd. Wetende dat Prince in principe een notoire hekel heeft aan media is het een onweerstaanbare uitnodiging. Maar het is niet zomaar. De 57-jarige Prince heeft een Europese concerttournee te verkopen.

Op naar het roemruchte Paisley Park-complex in Chanhassen, een wat slaperig voorplaatsje tussen de talloze meren rond Minneapolis. De vader van Prince, John L. Nelson, die jazzpianist was, woonde hier zijn hele leven. Prince bezit er twee huizen.

Sinds jaar en dag werkt zanger, muzikant en producer Prince in het studiocomplex Paisley Park. Een volgens het gelijknamige liedje paradijselijke plek („Paisley Park is in your heart”), maar aan de buitenkant een strak, wit kantoorpand. De paarse buitenverlichting is, als we tegen zeven uur ’s avonds arriveren, een hint, want verder hangt nergens een bordje. Joviaal is de ontvangst door Trevor Guy – in het zwart gekleed zoals iedereen daar, lang sluik haar en een muts, geliefde van gitariste Donna Grantis. Als Prince’ directe assistent werkt Guy voor zijn label NPG Records. Breed lachend laat hij er geen misverstand over bestaan: dat de pers hier vandaag welkom is, is uitzonderlijk. Het pand is streng beveiligd, zelden zijn er rondleidingen.

In de gang die voert naar de studio’s hangt een chronologie van hoogtepunten uit de carrière van Prince en veel foto’s. Van Grammy tot gouden plaat – indrukwekkend. Van de twee studio’s die volgen is die waar Prince zelf werkt, Studio A, het meest interessant. Ook hier een sfeer van duizend-en-één-nacht: overal branden wierookstokjes en kaarsen en er staan banken en kussens in alle kleuren.

Het is het meterslange, gigantische mengpaneel in de ruimte dat de aandacht trekt. In het midden, boven het knoppenbord, hangt de zangmicrofoon. Prince hoeft niet van zijn plaats om iets op te nemen. Dat blijkt ook uit de gitaarpedalen onder de tafel: een kwestie van inpluggen.

In de andere studio zien we een zwart-witfoto van zijn vader in een lijstje op iets wat lijkt op een altaar. Via de Galaxyroom, een met blacklight verlichte trofeeënkamer met symbolen uit de ruimte, gaan we naar een grote spiegelzaal waar centraal een wit drumstel staat opgesteld. „Zag je dat filmpje van Prince en zijn drumsolo laatst op Instagram”, wijst Trevor. „Dat was híér.” Eerst hingen er hoge gordijnen, maar Prince laat ze liever weg vanwege de akoestiek, vervolgt hij. „Hij bespeelt de ruimtes als waren het instrumenten. Hij voelt de sfeer en energie, en past daar zijn muziek op aan. Er is hier geen besef van tijd. Hij creëert wanneer hij het voelt.”

Dat kan elk moment zijn. The New Power Generation, de muziekcommunity rond Prince, werkt vaak tot diep in de nacht. Platenlabel Warner Music was lang mede-eigenaar van Paisley Park. Het was een tijd dat de studio ook veel commerciële verdiensten had. Sinds Prince hem zelf beheert, is het meer een ‘zelfvoorzienend’ clubhuis waar alcohol of sigaretten of vlees uit den boze zijn. Alle door Prince uitverkoren musici wonen in de buurt. Rond het middaguur druppelen ze binnen, het meest productief zijn ze ’s avonds, in de studio’s, de jamruimtes, of in de twee concertzalen.

Heeft er iemand een vraag?

We voelen zijn aanwezigheid tijdens het beluisteren van de muziek van zijn protegé, gitariste Andy Allo. Achterin de zaal bekijkt hij ons met een gereserveerde blik als diersoorten in zijn dierentuin.

Opeens klinkt zijn stem vanachter zijn keyboard op het podium. „Hey”, roept Prince. „Heeft er iemand nog een vraag?”

Alsof we pas nét zien dat de tengere, in witte kleding met frivool sjaaltje gestoken zanger daar zit, lopen we naar voren. Supernonchalant nemen we plaats voor zijn voeten (witte slippers met hakzool). Een andere of betere plek is er niet. De setting bevalt hem zichtbaar.

Des te meer omdat hij met zijn handen op de toetsen en zijn mond bij de microfoon muzikale intermezzo’s kan inluiden bij vragen die hem niet bevallen. Meeschrijven is toegestaan, opnames zijn verboden.

Over de aanleiding van de uitnodiging is hij kort. Onder de naam Prince Spotlight: Piano & A Microphone vindt er een tournee plaats vanaf 24 november: een maand lang gaat Prince mooie, historische concertzalen in Europa af voor optredens aan een concertvleugel. De concerten in deze vrije vorm zijn een lang gekoesterde wens, zegt hij. Hij is op een punt in zijn carrière beland dat hij daar aan toe is. „Dit is naakter.”

En gezien de onveranderlijk lovende recensies – „ik krijg gewoon geen slechte” – wil hij zien hoe deze avond ontvangen wordt. De setlist bepaalt hij ter plekke. Of hij van het idee nerveus wordt? Even rollen zijn ogen vermoeid. „Zolang ze je betalen niet.” Om vervolgens een paar maten uit Raspberry Beret te spelen.

Zijn antwoorden blijven compact. Dat hij Europese media bij hem uitnodigt, was een „gek idee” dat hij ’s nachts kreeg, grinnikt hij. Onderwerpen gaan met meerdere journalisten tegelijk rond als een stukje zeep. Zeker als hem gevraagd wordt om Purple Rain eens aan een dove te beschrijven? Zijn vingers beginnen het horrordeuntje uit de Twilight Zone.

Veelzeggend.

Liever wil Prince laten zien hoe het hier gaat, met alle musici. En vertellen dat hij als mentor veel artiesten onder zijn hoede heeft, van zangeressen als Janelle Monae en Lianne La Havas tot nieuwe ontdekkingen als Judith Hill. Hij vertelt dat hun ontwikkeling hem pleziert en dat hij blij wordt van de uitwisseling van muziek. „Dat inspireert me. Dan geef ik hun ook rustig mijn muziekideeën mee.”

Dat zijn teksten veel minder expliciet zijn dan vroeger heeft te maken met zijn jehovageloof. Hij heeft het allemaal „beter leren zeggen”, en is zich meer bewust van de leeftijd van nieuw publiek. In nieuwe versies van zijn liedjes gelooft hij niet, schudt hij resoluut het hoofd. „Daar is het leven te interessant voor.”

Met het protestnummer Baltimore, over de rellen in die stad, maakte hij in mei een statement. Prince verwijst onder meer naar Freddie Gray, de 25-jarige Afro-Amerikaan, die een week na zijn gewelddadige arrestatie door de politie overleed. Daar heeft hij helaas maar een korte, weinig verdiepende uiteg bij. Jazeker, hij zocht de confrontatie, maar dat was niet de eerste keer, refereert hij aan eerdere sociaal-politieke songs van hem, zoals Silicon en Judas Smile.

Prince is ook de zakenman die fel ageert tegen streamingdiensten en platenlabels. Vroeger moest hij niets hebben van het online verspreiden van muziek. Inmiddels maakt hij er een sport van de muziekindustrie uit te dagen door zijn digitaal beschikbare muziek van platform te verhuizen. Onlangs haalde hij alles van streamingdiensten Spotify en Apple Music en koos voor Jay Z’s Tidal. „Ik geloof in hem”, legt hij uit. „Hij is óók een artiest, hij heeft een goed team en er wordt direct betaald.”

Door de vele vragen over die keuze raakt hij geïrriteerd. „Inkomsten krijgen uit muziek, is dat nou zo’n rare vraag? Waarom moet ik dat toch altijd uitleggen? Wat denk je dat een goed verkopende artieste als Adele aan Spotify verdient? Dat is toch niet correct? Bovendien bereik ik bij Tidal een nieuw jong publiek.”

Graag horen we iets van hem over zijn ‘drive’ als muzikant. Dan vertelt hij mooi over wat hij „een transcendente ervaring” noemt: het moment dat alles in elkaar grijpt, de band voluit gaat en hij de song op gevoel langer laat duren en een andere richting op stuurt.

Vaak geeft hij duidelijke aanwijzingen aan de band, zegt hij, en gebruikt dan termen als „verwarring” of „keer om”. Soms zijn het stille cues die iedereen aanvoelt. Prince noemt het ‘in the zone’ zijn.

Hoe dat voelt? „Het is alsof ik uit mijn lichaam treed en ik me even als fan in de zaal bevind.”

Tijdens het concert vertelt hij de zaal dat hij journalisten op bezoek heeft. Gejoel. „Er is me ook gevraagd of het altijd lukt om ‘in the zone’ te komen. Natuurlijk, zei ik, dat ben ik mijn publiek toch verplicht? Het moet per avond gebeuren, zei ik. De vraag is meer: wanneer? Want ik dwing dat gewoon af bij de band.”