Ook de oma van Geert Wilders was een vluchteling

Vluchtelingenbescherming is geen altruïsme, maar een onderlinge verzekering waar onze voorouders een beroep op deden, schrijven Thomas Spijkerboer en Martijn Stronks.

ROTTERDAM - PVV-leider Geert Wilders deelt flyers uit tegen de komst van een asielzoekerscentrum. Foto Remko de Waal / ANP

In het vluchtelingendebat staat de vraag centraal in hoeverre wij Europeanen bereid zijn om bescherming te bieden aan niet-Europeanen. De weerstand heeft er alles mee te maken dat zij als buitenstaanders worden beschouwd. Het is daarom belangrijk om in herinnering te roepen dat vluchtelingen bij Europa horen zoals Bert en Ernie bij Sesamstraat. Een blik op de recente geschiedenis leert dat wij Europeanen niet tegenover de vluchteling staan. De bescherming ervan is zuiver eigenbelang.

Tijdens WOI vluchtte een miljoen Belgen naar Nederland, dat destijds ruim zes miljoen inwoners had. De meeste Belgen keerden na de oorlog terug, maar niet allemaal. Virginie Korte-Van Hemel (staatssecretaris van Justitie, 1982-1989) was een dochter van de Belgische musicus en vluchteling Oscar van Hemel.

Vanaf 1933 vluchtten Duitsers naar andere Europese landen en Amerika (de familie Mann, de familie van Anne Frank, Albert Einstein), na de Anschluss in 1936 vergezeld door Oostenrijkers (Sigmund Freud vluchtte naar Londen). De Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) leidde tot een vluchtelingenstroom, die vooral in Frankrijk belandde. De schrijver Jorge Semprun was een van hen. Tijdens de oorlog vluchtten velen vanuit de bezette gebieden naar Engeland, zoals Erik Hazelhoff Roelfzema (de Soldaat van Oranje van wie het musicalpubliek geen genoeg kan krijgen) en de latere Hoge Commissaris voor Vluchtelingen Van Heuven Goedhart. Een klein aantal Nederlandse Joden ontsprong de dans door uit te wijken. Na de Tweede Wereldoorlog waren er miljoenen vluchtelingen in Europa, waarvoor een speciale organisatie werd opgericht (International Refugee Organization). Het ging om mensen die door gevechten verdreven waren, Duitse minderheden uit Polen en Tsjecho-Slowakije (Günter Grass), Joodse overlevenden, groepen die voor het Rode Leger gevlucht waren.

Een aparte groep vluchtelingen kwam vanuit Nederlands-Indië en Indonesië naar Nederland. Het ging deels om etnische Nederlanders of Indo’s die vluchtten voor de gevechten tijdens de onafhankelijkheidsoorlog (Bersiap-periode, Politionele Acties). Zij werden als repatrianten aangeduid, ook al waren velen van hen nog nooit of al heel lang niet meer in Nederland geweest. En hoewel zij de Nederlandse nationaliteit hadden en dus formeel geen vluchteling waren, ervoeren velen hun vertrek wel als een vlucht en leek hun opvang in Nederland ook op die van vluchtelingen. Een oma van Wilders, maar ook de vader van Stef Blok kwamen in deze tijd als repatrianten naar Nederland. 12.500 Molukse militairen van het Koninklijk Nederland Indisch Leger werden in 1951 op last van de Nederlandse rechter naar Nederland overgebracht, omdat zij in Indonesië gevaar liepen. Zij werden als vluchtelingen behandeld, ook al werden ze formeel buiten de werking van het VN Vluchtelingenverdrag.

In 1945-1950 werden de internationale verhoudingen steeds meer gespannen. Er ontstond een beperkte maar gestage stroom vluchtelingen vanuit communistische landen naar West-Europa. Grotere groepen kwamen na dramatische gebeurtenissen als de communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije (de vader van Boris Dittrich), en de Sovjetinval in Hongarije in 1956 (de latere staatssecretaris van Landbouw Dzsingisz Gabor) en in Tsjecho-Slowakije in 1968 (Martin Simek, de ouders van Richard Krajicek).

Vluchtelingen waren tot 1975 ook afkomstig uit de fascistisch geregeerde landen Griekenland, Spanje en Portugal. Een aantal gastarbeiders uit die landen was om politieke redenen vertrokken, maar vroeg niet om bescherming als vluchteling omdat het wel zo gemakkelijk was om als arbeidsmigrant een verblijfvergunning te krijgen.

Tussen 1992 en 1995 kregen veel vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië asiel in West-Europa. In 1999 was er een grote groep vluchtelingen uit Kosovo, die echter stopte toen de NAVO er in slaagde om de beginnende genocide tegen Kosovaarse moslims te beëindigen door militair ingrijpen tegen Servië. De aantallen asielzoekers en de problemen rond de huisvesting van asielzoekers en toegelaten vluchtelingen waren destijds even groot als nu.

Vluchtelingen, dat zijn wij Europeanen zelf. De moderne geschiedenis laat zien dat wij Europeanen zelf vaak onze toevlucht moesten zoeken in en buiten Europa. En dat wij, Europese vluchtelingen, vervolgens even vaak onze draai weer vonden in ons nieuwe land.

Maar deze geschiedenis maakt nog iets fundamentelers zichtbaar. Vluchtelingenbescherming is geen vorm van altruïsme, maar een onderlinge verzekering. Ik hoop dat mijn huis niet afbrandt. Maar omdat het kan gebeuren, betaal ik elke maand verzekeringspremie. Ondertussen hoop ik dat niet ik, maar iemand anders de verzekering nodig heeft. Dat lijkt altruïsme, maar is puur eigenbelang omdat ik weet dat mijn schade gedekt is als het mij overkomt. Of, zoals Marco van Basten eens gezegd zou hebben, als ik tegen Duitsland speel, zet ik geld in op een Duitse overwinning, dan heb ik altijd winst.

Zo is het ook met vluchtelingenrecht. We hebben als wereldgemeenschap afgesproken dat we elkaar uit de brand helpen als we moeten vluchten. Als we alleen maar vluchtelingen opvangen en nooit zelf hoeven te vluchten is dat geen reden tot klagen maar reden om opgelucht te zijn. En we weten dat, als de zeespiegel nog even blijft doorstijgen, onze kleinkinderen elders opgevangen worden als dat nodig is.