Necrologie van een overbodig geworden videoband

Als een weduwe die met tegenzin de golfclubs van haar lang geleden overleden man bij het oud vuil zet, nam Sony dinsdag afscheid van de Betamaxtape.

Het Japanse elektronicaconcern stopt in maart 2016 definitief met de verkoop van de videobanden, die de laatste vijfentwintig jaar alleen nog aftrek vonden bij een kleine groep liefhebbers en hobbyisten. In 2002 nam Sony de laatste Betamax-videorecorder uit productie. De vraag naar de videobanden is volgens Sony nu ook te veel gedaald om ze nog in productie te houden.

Sony heeft de reputatie lang vast te houden aan verlieslatende en overbodig geworden projecten. “Je trekt niet opeens ergens de stekker uit. Tenminste, zo ben ik opgevoed”, zei topman Kaz Hirai vorig jaar tegen NRC over Sony’s late beslissing om uit de pc-branche te stappen. Het concern kondigde dinsdag ook aan te stoppen met de verkoop van Micro MV-cassettes, gebruikt in videocamera’s. De laatste Micro MV-camera ging in 2005 over de toonbank.

Videoformaten-oorlog

Betamax zal altijd worden herinnerd als een van de grote verliezers van de videoformaten-oorlog van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Sony, Philips en JVC brachten kort na elkaar een eigen videostandaard op de markt. Sony lanceerde Betamax in 1975, een jaar voordat concurrent JVC zijn VHS-formaat op de markt bracht. Philips mengde zich laat in de strijd, in 1979, met de V2000 videorecorder. Het waren revolutionaire kastjes en het begin van on-demand kijken: je favoriete film of tv-programma terugkijken kon niet in het tijdperk voor de videorecorder.

De rol van Philips in de formatenstrijd was eind jaren tachtig uitgespeeld, na volgens schattingen 1,2 tot 2 miljard gulden te hebben toegelegd op de verkoop van videorecorders. Het concern slaagde er nooit in een noemenswaardig marktaandeel op zijn Japanse concurrenten te veroveren.

Beeld Sony

Advertentie voor een Betamaxrecorder. Beeld Sony

Op het hoogtepunt in 1984 verkocht Sony ruim 50 miljoen Betamaxtapes, maar het concern had tegen die tijd de strijd om de heerschappij in de huiskamer al verloren van VHS, dat toen 70 procent marktaandeel had. Wereldwijd zijn er zo’n 18 miljoen Betamax-videospelers verkocht.

Beeld NYU

Uit lesmateriaal New York University. Beeld NYU

De strijd tussen de drie elektronicaconcerns werd jarenlang als business case onderwezen aan universiteiten. De korte samenvatting: kwaliteit wint niet altijd. Sony en Philips schatten de consument verkeerd in door hoog in te zetten op kwaliteit en het bijbehorende prijskaartje. Concurrent JVC lette vooral op de centen.

 

Te kort voor een film

Cruciaal was de beslissing van JVC om zijn technologie licentievrij te delen met andere fabrikanten, wat Sony en Philips weigerden te doen. Daardoor werd VHS  snel omarmd door grote consumentenmerken als Grundig, Hitachi en Matsushita. In de winkel was daardoor al gauw een ruime keuze aan VHS-recorders te vinden. Bovendien concurreerden de fabrikanten met elkaar op prijs wat de VHS-recorders nog goedkoper maakte. Speelduur was zeker in de beginjaren een belangrijke factor: de eerste Amerikaanse Betamax-banden konden maximaal een uur afspelen, te kort voor een film of sportwedstrijd, terwijl VHS meteen al twee uur kon opnemen.

Sony en ook Philips kregen hun revanche. Ze brachten eind jaren negentig de DVD op de markt, die de VHS-band in de huiskamer en videotheek verving.