Na de identificatie van haar vader vond ze pas weer rust

Vandaag verschijnt het boek MH17 – de thuisreis over de identificatie van slachtoffers van de MH17-ramp. Nabestaanden vertellen. „Met de stukjes die terugkwamen, werden het in mijn hoofd weer echt mijn ouders.”

 Lex Meulenbroek. DNA-onderzoeker bij het Nederlands Forensisch Instituut en mede-auteur van het boek. Foto’s Anaïs Lopez

Ze droomde heel lang dat ze door de velden met zonnebloemen in Oekraïne liep. Ze zocht haar vader. Toen ze hem gevonden had, zei hij dat hij haar aan het zoeken was omdat hij dacht dat zij dood was. Vervolgens moest zij hem in haar droom zeggen dat dat niet kon, want hij was dood.

Ruim vier maanden heeft Ria van der Steen deze droom gehad, enkele keren per week, na het bericht van de dood van haar vader en stiefmoeder bij rampvlucht MH17, tot aan het moment dat haar vader werd geïdentificeerd. „Ik had helemaal niet verwacht dat die droom zou weggaan”, vertelt ze. „Het gebeurde gewoon. Dat heeft me verbaasd. Ik besefte wat die identificatie niet alleen rationeel maar ook onbewust met je doet, hoe hard je die als mens blijkbaar nodig hebt.”

Het verhaal van Ria van der Steen (47) uit Voorschoten illustreert het belang van identificatie van de 298 slachtoffers van rampvlucht MH17. Ze verloor haar vader Jan van der Steen en haar stiefmoeder Neeltje Voorham, die ze als haar echte moeder beschouwde. Ook twee van hun kleinkinderen kwamen om. Ria schreef het voorwoord van een vandaag verschenen boek MH17 – de thuisreis, over de immense operatie die de identificatie is geweest, en de betekenis daarvan voor nabestaanden. Die hebben daardoor beter kunnen rouwen, althans een begin daarmee kunnen maken.

Het werk was bijzonder zwaar

Na de crash werd de operatie Bring them home opgezet om de stoffelijke overschotten van de slachtoffers te bergen, naar Nederland te halen, te identificeren en aan de nabestaanden over te dragen. In de luwte van het mediaspektakel van de rampvlucht MH17 hebben enkele honderden mensen eraan meegewerkt. Het werk was bijzonder zwaar, vertellen de medewerkers in het boekje. Zo zwaar dat sommigen hun emoties niet altijd de baas konden, en bijvoorbeeld moesten huilen bij het horen van een liedje op de radio of het zien van een knuffel.

Maar het was ook dankbaar werk. „Iets doen voor mensen die het ergste hebben meegemaakt wat je kunt meemaken. Dat voelt natuurlijk heel goed”, zegt Lex Meulenbroek, DNA-onderzoeker bij het Nederlands Forensisch Instituut en een van de auteurs van het boek.

De stoffelijke resten van de slachtoffers waren over een groot gebied in Oekraïne verspreid. Bevonden zich door verbranding veelal in zeer slechte staat. Moesten in een oorlogsgebied worden verzameld. En van de lichamen was veelal soms maar een klein stukje over. En toch konden 296 van de 298 slachtoffers uiteindelijk worden geïdentificeerd. Veelal dankzij DNA-onderzoek, om precies te zijn in 130 gevallen, aangezien onderzoek van vingerafdrukken en gebit niet meer mogelijk bleek.

Zet dat cijfer eens af tegen het onderzoek na de aanslagen op de Twin Towers in New York, waar 40 procent van de omgekomenen niet kon worden geïdentificeerd. Meulenbroek: „Het is een ongelooflijk moeilijke opdracht geweest, die binnen een jaar moest zijn afgerond. Gezien de moeilijke omstandigheden is het fascinerend wat er is gerealiseerd. Het resultaat is boven verwachting.”

Communicatieadviseur Ria van der Steen lag op 17 juli 2014 in een hangmat thuis in de achtertuin te slapen toen haar dochter haar wekte en zei dat haar stiefzus voortdurend probeerde te bellen. „Ik keek op mijn telefoon en heb gebeld. Ze was vreselijk overstuur en gilde. Het hoge woord kwam eruit: het vliegtuig was neergestort.”

Ze kregen eindeloos veel vragen

Maanden van onzekerheid volgden. Familierechercheurs namen wangslijm bij haar af om een match te realiseren bij het DNA-onderzoek op de stoffelijke resten. Ook kreeg ze eindeloos veel vragen over de uiterlijke kenmerken van haar ouders. Of ze tatoeages hadden. Of ze in een ziekenhuis waren geopereerd. Wat voor ondergoed ze droegen. Of ze grote of gemiddelde oren hadden. „Ik werd er een beetje giechelig van. Maar de meeste vragen heb ik goed kunnen beantwoorden.”

Vier maanden en elf dagen na de crash, op 28 november 2014, kwam het bericht dat de vader van Ria van der Steen was geïdentificeerd. „Ik was bij de schoonheidsspecialiste. Toen ik uit de stoel stapte, zag ik op mijn telefoon de namen van de familierechercheurs. Ze bleken al bij mij thuis te zijn. Toen wist ik het al. Het was zover. Ik was hartstikke blij. Maar ik dacht meteen: nu mijn stiefmoeder nog. Ik was heel bang dat zij er niet achteraan zou komen.

„Ik dacht: het kan toch niet waar zijn dat de één hier is en de ander daar. Héél even heb ik gedacht: als ze allebei niet terugkomen, dan vind ik het ook prima. Gelukkig volgde haar identificatie een week later. Pffffff. Dat gevoel. Het was een oergevoel.”

Meulenbroek zegt dat veel nabestaanden die hij sprak een vergelijkbaar verhaal hebben. „Ze weten dat alle inzittenden van het vliegtuig overleden zijn. Maar toch willen ze iets van hun geliefde terugkrijgen.”

Er kwam meer informatie. De identificatie van de vader van Ria van der Steen was verricht op basis van een middenhandsbeentje van tweeënhalve centimeter. Later kwamen er meer stukjes bot terug, ook van haar moeder.

„Ik heb heel lang nachtmerries gehad, over ontplofte en over halfverrotte lichamen. Die beelden verdwenen naarmate er meer stukjes terugkwamen. Met de stukjes die terugkwamen, werden het in mijn hoofd weer echt mijn ouders.”

Dat Ria van der Steen vervolgens de body parts op foto’s te zien kreeg, op de laptop van de familierechercheurs, was van minder belang dan de DNA-match zelf. „Je hebt een beeld van je ouders, maar wat ik daar zag was gewoon een biologieles. Het deed me eigenlijk niks.”

Dat gold ook voor het aanschouwen van de laatste stoffelijke resten, een handvol botjes, bij de overdracht van de stoffelijke resten in Hilversum. „De release was mooi en respectvol. Er waren twee kleine kistjes. Mijn stiefzus en ik mochten ze openmaken. Maar ik kreeg er geen bijzondere gevoelens bij. Ik dacht: jeetje, hoe kunnen het toch zulke kleine stukjes zijn. Elk stukje was netjes apart verpakt in een zakje met een nummer erop. Het was een gevoel: daar liggen jullie dan, draai maar weer dicht.”

Soms vonden ze het te ver gaan

Veel nabestaanden van MH17 zijn getroffen door de zorgvuldigheid die overheid en hulpverleners aan de dag hebben gelegd bij de identificatie. Dat blijkt ook weer uit de verhalen in dit boekje. Soms leidde die zorgvuldigheid tot een terughoudendheid, bijvoorbeeld bij het geven van informatie, die sommige geïnterviewden in het boek ronduit te ver vonden gaan. Soms wilden nabestaanden meer weten, en sneller, dan het team op dat moment wilde delen.

Meulenbroek: „Er zal in het hele proces best eens iets mis zijn gegaan. Maar er is een enorme zorgvuldigheid betracht. De intentie was het respect voor de omgang met slachtoffers en nabestaanden. Iedereen is gefocust op maar één ding: de mensen terughalen, identificeren en respectvol teruggeven. Ik kreeg daar kippenvel van. Mensen kwamen terug van vakantie om te helpen. Iedereen wilde meewerken. Ik had het zelf ook: je wilt iets doen. Je gaat in een overdrive. Mensen maakten zulke lange dagen dat ze naar huis moesten worden gestuurd. Je bent zo geraakt door wat er is gebeurd.”

Na de overdracht van de stoffelijke resten in Hilversum zijn Ria van der Steen en haar stiefzus naar het crematorium in Heerlen gereden. „Je vader meenemen op de stoel naast je, dat was eigenlijk heel gek”, vertelt ze. Bij het crematorium was een crematie gaande. „Wij liepen daar met ons kistje. We waren met z’n achten. We hebben in een familiekamer van het crematorium geluncht. Een gedicht voorgelezen. Het was klein en intiem. We wilden geen grote bijeenkomst. Er was al eerder een herdenking geweest, hier in Voorschoten, waar ze in het huis waar ik nu woon zelf ruim twintig jaar hebben gewoond. Die herdenking was zo mooi dat niets die had kunnen overtreffen. We hebben de kistjes in die kamer van het crematorium laten staan. Dat vond ik het moeilijkste moment. Voor mijn gevoel had ik mijn ouders terug. En diezelfde dag moest ik hen daar weer achterlaten. Alsof zij niet achtergelaten wilden worden.”

De as zal worden vermengd

De resten van Jan van der Steen en Neeltje Voorham zijn gecremeerd en binnenkort gaan hun dochters de as ophalen. De as zal worden vermengd, vertelt ze, en verwerkt in een ring die ze nog laat ontwerpen. Wat er met de rest van de as gebeurt, weten Ria van der Steen en haar stiefzus nog niet. „Misschien verstrooien we hun as wel hier in de tuin. Hier hebben ze lang gewoond. Dit was echt hun huis.”