Kleurige staatskunst, bijna verdwenen

Het mozaïek Kosmonouten

Het kan bijna niet anders. Antoni Gaudí moet een geheim uitstapje hebben gemaakt naar de Georgische badplaats Batumi om, in lsd-sferen, het meest buitenissige zeedierencafé ooit te ontwerpen. De foto hangt in de galerie van Tante Nino. Veelkleurige dolfijnen schieten door het golvende barbapapadak, gesteund door een manshoge zeester, boven golvende tegelterrassen à la Parc Guell.

Maar het waren de Georgische beeldhouwers Giorgi Chakhava en Zurab Kapanadze die dit in 1980 ontwierpen. Dat maakt het niet minder eigenaardig, want in 1980 was het land nog onderdeel van de Sovjet-Unie. Functionarissen zagen toe op de honderden muurvullende mozaïeken die er in de jaren zeventig en tachtig verrezen aan gevels van fabrieken, stations, brandweerkazernes. Maar vooral zie je er psychedelische konijnen, stripachtige superhelden en golvende abstracties die bewijzen dat, Sovjetjuk of niet, de kunstenaar in Georgië heel wat creativiteit kwijt kon in deze staatskunst.

Na 1990 stopte deze kleurige opdrachttraditie. Sindsdien zijn deze mozaïeken, net als veel naoorlogse wandkunst in Nederland, vogelvrij. Verbonden aan inmiddels geprivatiseerde overheidspanden, verdwijnen ze door verwaarlozing en sloop.

Maar vlak het verleden niet uit, roepen Georgische kunstenaars zoals Nini Palandishvili die de mozaïeken wil redden met deze foto-expositie, een boek en Google-based routeapp: blijf herinneren.