Hoe we de bakker failliet lieten gaan

Volgens het kabinet gaat het goed en intussen verdwijnt de vakman, ziet Christiaan Weijts.

Mijn bakker is failliet en ik had hem kunnen redden. We hadden hem met z’n allen kunnen redden. Een paar weken terug deelde hij glimmende flyers uit: of ik ‘vriend’ wilde worden. ‘Al vanaf 250 euro kunt u meedoen.’ Dit ging duidelijk verder dan een oppervlakkige Facebookvriendschap. Toen naast de kassa een fooienpot verscheen met de smeekbede ‘elke donatie is welkom’ was al duidelijk dat het einde naderde.

Ik vond hem de beste bakker van Den Haag. Waarom heb ik hem dan niet geholpen? Omdat vriendschap niet te koop is. En vooral omdat ik hem elke dag al een beetje crowdfundde door zijn broden en eierkoeken te kopen.

Ons kabinet lijkt een beetje op mijn bakker. In mijn stad zie ik overal posters die oproepen om ‘maatje’ te worden en de armen bij te staan in een schuldhulpverleningstraject. Prachtig, zinvol werk, maar dat hier steeds meer vrijwilligers voor nodig zijn, is ook omdat de gemeenten moesten bezuinigen op de professionals. Terecht klagen de verzamelde financiële wethouders nu in een brandbrief over al die onhoudbare bezuinigingen.

Overal verdwijnen professionals en moeten vrijwilligers bijspringen. Zo’n maatje – zelf vaak werkloos, gepensioneerd of arbeidsongeschikt – is na een kleine training ineens het vaste aanspreekpunt voor mensen met enorme problemen, want bij de gemeente is dat aanspreekpunt wegbezuinigd. En zonder vrijwilligers was de vluchtelingenopvang nog soberder dan in Halbe Zijlstra’s stoutste dromen.

Ik had best dertig cent extra voor dat heerlijke speltbrood van mijn bakker willen betalen, zoals ik ook best meer belasting wil betalen als dat echt nodig is. Maar het is niet nodig. Want volgens het kabinet gaat het goed. We krijgen lastenverlichting, extra geld voor onderwijs en zorg, ja zelfs de cultuursector bloeit weer op. Het lijkt de etalage van mijn bakker wel, met z’n verpakte chocolaatjes, z’n taartjes en z’n kunstige koekjes…

Maar achterin de winkel tochtte de financiële cholera naar binnen. Zoals dat ook bij de gemeentes gebeurd is. De regering kreeg haar winkel blinkend schoon door haar afval te lozen in de raadszalen. Daar is het mis met onderwijs, zorg, cultuur... Het is allemaal te waar om mooi te zijn.

Lokale theaters en kunstinstellingen krijgen bijvoorbeeld nu pas de echte klappen te verduren, omdat veel gemeenten na de bezuinigingen van het Rijk nog een tijdje geld beschikbaar stelden voor ontslagvergoedingen, fusieregelingen, enzovoorts. Nu is het menens. Nu moeten ze gaan crowdfunden, zoals het Haagse Theater PePijn dat nu doet.

Schuldhulpmaatje, bakkersmaatje, theatermaatje, vluchtelingenmaatje. Dit is hoe de participatiesamenleving eruitziet. Iedereen is maatje met iedereen, en niemand heeft een rooie cent. De lamme helpt de blinde in een land vol keizers zonder kleren.

Mijn taaitaaipoppen haal ik zaterdag bij de concurrent, maar voor een overheid met wanbeleid is er zo gauw geen alternatief.