Hij heeft nogal eens iets uit te leggen

Minister Dijsselbloem wordt breed gewaardeerd. Maar de irritatie over zijn informatie aan de Kamer neemt toe.

Minister Dijsselbloem (PvdA) moet zichzelf te vaak corrigeren , vindt de oppositie in de Tweede Kamer. Foto’s ANP, Phil Nijhuis

Het geduld met Jeroen Dijsselbloem begint op te raken. Te vaak, zo ziet de oppositie in de Tweede Kamer, moet de minister van Financiën (PvdA) iets terugnemen, corrigeren of herroepen. Hij doet een stevige uitspraak over een politiek gevoelige kwestie en moet dat later rechtbreien als blijkt dat het nét ietsje anders ligt. „Een zorgelijk patroon”, zei SP-Kamerlid Arnold Merkies vorige week naar aanleiding van de ‘coco-affaire’ rond ING. Daarbij bleek dat Dijsselbloem helemaal niet zo hard en stoer is tegenover de machtige bankenlobby als hij graag doet voorkomen. De irritaties in de Kamer komen de geloofwaardigheid van de gewaardeerde minister niet ten goede. 

Vijf botsingen op een rij. 

1 | Naheffing uit Brussel

Op donderdagavond 23 oktober 2014 verscheen op de website van de Financial Times een tabel met door de Europese Commissie voorgestelde nacalculatie op de EU-contributie van de verschillende lidstaten. Voor Nederland werd een naheffing gemeld van ruim 642 miljoen euro, te betalen vóór 1 december. „Zeer verrassend”, sprak minister Dijsselbloem voor de tv-camera’s. „Blijkbaar is er een tabel op internet gezet die niet van tevoren aan de lidstaten is gemeld.”

In een brief aan Kamer moest hij vijf dagen later erkennen dat hij de nacalculatie al een week eerder had ontvangen, waarbij de cijfers „als voorlopig” waren gekenmerkt. Dijsselbloem had zijn verbazing dus geveinsd, concludeerde de Kamer. „Een toneelstuk”, riep Wouter Koolmees van D66. 

De minister bleef – en blijft – volhouden dat zijn verbazing oprecht was. Die 642 miljoen was immers echt „uitzonderlijk hoog”. Hij wilde eerst uitzoeken waar dat bedrag nu precies op was gebaseerd. Vier weken later bleek de rekensom terecht en werd de naheffing voldaan.

2 | Salarisverhoging ABN Amro

„De minister heeft z’n roeping gemist”, sneerde PVV-Kamerlid Tony van Dijck bij het vragenuur op 24 maart 2015 over een salarisverhoging met 100.000 euro voor de leden van de raad van bestuur van ABN Amro. „Hij had naar de toneelacademie moeten gaan.” In de ogen van de Kamer had de minister opnieuw een act opgevoerd. Een kleine week eerder had Dijsselbloem tegen de media namelijk nog zijn ongenoegen uitgesproken over deze extra ton voor de top van de staatsbank. Het was „een verkeerd signaal” dat „slecht te begrijpen” was. 

Maar een week later, toen NRC uit interne correspondentie tussen bank en ministerie citeerde, bleek dat toch iets anders te zitten. Dijsselbloem had al in maart 2014 aan ABN Amro toegezegd dat hij de uitkering van deze toeslag politiek zou „verdedigen”. Ook had hij tegenover topman Gerrit Zalm zijn tevredenheid geuit over „de wijze waarop de beloningsdiscussie is opgelost”. Door de ophef over de loonsverhoging stelde Dijsselbloem de beursgang van ABN Amro voor onbepaalde tijd uit en leverde de top de gewraakte ton in.

3 | Bonus voor NS-topman Huges

„Onacceptabel”, noemde Dijsselbloem een bonus voor de ontslagen NS-baas Timo Huges. De commissarissen, zo schreef de bewindsman de Kamer op 19 juni dit jaar, waren inmiddels „tot terugvordering van de variabele beloning over 2014 van de president-directeur” overgegaan. Huges was ontslagen wegens zijn betrokkenheid bij onregelmatigheden bij de aanbesteding van openbaar vervoer in Limburg.

Huges betaalde zijn bonus van 75.000 euro terug, maar daar was wel enige creativiteit voor nodig. Huges wilde via de rechter nog uitbetaling van drie maanden salaris afdwingen. Na een schikking werd dat gek genoeg zes maanden, bij elkaar zo’n 179.000 euro. Nu er drie maanden extra was betaald bovenop de eis van Huges, kon Dijsselbloem in augustus de Kamer laten weten dat Huges „zijn variabele beloning over 2014 terugbetaalt”. Maar wel in ruil voor een vergelijkbaar bedrag. 

4 | Fiscaal gunstige ‘coco’s’

„De lobby tegen extra kapitaalseisen voor banken [...] gebeurt met gezochte en feitelijk onjuiste argumenten.” Was getekend: Jeroen Dijsselbloem in een opiniestuk in NRC, 17 januari dit jaar.

Een opvallende tirade tegen de bankenlobby van een minister die in 2013 en 2014 diezelfde lobby opvallend veel ruimte bood. ING kon proactief meedenken over – en uiteindelijk zelfs letterlijk meeschrijven aan – een wet die converteerbare obligaties fiscaal aantrekkelijk maakt. Die wet werd zo geformuleerd dat de uitgifte van deze ‘coco’s’ nu voor 350 miljoen per jaar fiscaal aftrekbaar is.

Was dat geen staatssteun? Had hij de waarschuwingen daarvoor van zijn ministerie en van de Europese Commissie niet aan de Kamer moeten melden? En waar was eigenlijk de kritische minister van Financiën gebleven?  

„De van ING ontvangen suggesties in de toelichting zijn op hun merites beoordeeld en deels wel en deels niet overgenomen”, schreef hij vorige week aan de Kamer. Hij verdedigt de coco’s als een legitiem instrument om het kapitaal van banken te kunnen versterken. En hoewel Brussel kritische kanttekeningen had geplaatst, gelooft Dijsselbloem dat het fiscale voordeel geen staatssteun is.  

5 | Toch fraude bij Rabobank

Geen fraudeurs, maar ze hadden wel moeten optreden. Dat was de omschrijving van de betrokkenheid van zestien Rabo-medewerkers die minister Dijsselbloem in het najaar van 2013 gaf. Kort ervoor was uitgekomen dat de Rabobank internationale rentetarieven had gemanipuleerd. De bank kocht strafvervolging af door 774 miljoen euro te betalen.

De groep Rabo-mensen werd niet vervolgd, de bank legde hen wel sancties op. „Die mensen hebben zich niet zelf schuldig gemaakt aan fraude”, verklaarde de minister in de Kamer.

Onderzoek van RTL Z leerde onlangs dat negen van de zestien Rabo-medewerkers volgens het OM wél hadden gefraudeerd. Maar tot een strafrechtelijke veroordeling kwam het niet omdat het bewijs beperkt was, of omdat het doel ontbrak om er zelf beter van te worden. Voor de SP aanleiding om een debat aan te vragen over de informatievoorziening in de Libor-affaire aan de Tweede Kamer.