Heroïne redt het ziekenhuis

Slotervaartziekenhuis Het ministerie van VWS gunde de fabricage van medicinale heroïne aan een bv van een Amsterdams ziekenhuis. Dat wist de lucratieve opbrengsten jarenlang goed verborgen te houden.

In 2010 liet het ministerie de ‘heroïnehandel’ van het Slotervaart onderzoeken, na signalen over een onredelijk hoge prijs.

Het is een goed bewaard geheim. Bij het Slotervaartziekenhuis werkt jarenlang een bestuurder die heroïne produceert, distribueert en verkoopt. Zijn naam is Jos Beijnen.

De hoofdapotheker van het ziekenhuis is vanaf het prille begin, al vanaf 1998, betrokken bij het wetenschappelijke experiment om verslaafden in een gecontroleerde omgeving van heroïne te voorzien.

De meesten ‘chinezen’ dat: ze verwarmen het poeder op aluminiumfolie en inhaleren de dampen, sommigen injecteren het. De vaak wat oudere junks varen er wel bij en de samenleving ook. Daarom stemt politiek Den Haag er in 2004 mee in om heroïne als geneesmiddel toe te laten.

Maar waar moet je de heroïne vandaan halen? De overheid gaat het spul niet op straat kopen. Daarom is productie en distributie van heroïne nodig. Heroïne is eigenlijk bewerkte morfine, di-acetylmorfine is de officiële naam.

Het ministerie van Volksgezondheid besteedt fabricage ervan uit: een door de staat gegund monopolie op heroïne voor heel Nederland. Voor circa 750 junks die het spul op achttien locaties in Nederland onder begeleiding van een hulpverlener kunnen krijgen. De opdracht gaat naar een bv van het Slotervaartziekenhuis.

Heroïneverslaafden

Dat gebeurt allemaal onder regie van de Centrale Commissie Behandeling Heroïneverslaafden, een commissie die van begin af aan de nieuwe behandeling van heroïneverslaafden propageert. De commissie maakt ook het geld over naar de bv die de heroïne fabriceert op een geheime locatie en die het distribueert naar de klinieken in Nederland waar de junks het kunnen krijgen.

Het ministerie geeft de commissie op zijn beurt de benodigde subsidie. Maar dat loopt niet goed.

Medisch gezien is alles in orde, de heroïne is van prima kwaliteit. Alleen: het heroïneproject is politiek al omstreden genoeg, waarom dan ook nog zoveel betalen? De commissie blijkt de hoofdprijs te betalen voor de drugs. Door de betaling via de commissie te laten lopen „is de kostprijsontwikkeling [...] aan de aandacht van het ministerie van VWS [...] ontsnapt”, constateert het departement in een intern document van 30 maart 2011.

De drugscommissie en Jos Beijnen werken dicht bij elkaar. De Centrale Commissie Behandeling Heroïneverslaafden houdt jarenlang kantoor op De Uithof, het complex van de Universiteit Utrecht. Hoogleraar Beijnen houdt één deur verder aan de Universiteitsweg kantoor. Beijnen publiceert regelmatig samen met de voorzitter van de heroïnecommissie, Jan van Ree, in internationale wetenschappelijke bladen over de ervaringen met heroïnebehandelingen.

Accountantsrapport

Van Ree kan zich een discussie over te hoge tarieven niet herinneren. „Bij een groot farmaceutisch bedrijf had je het drie- of vierdubbele betaald”, zegt hij. Dat het bedrijf van het ziekenhuis een miljoen of meer per jaar winst maakt op de heroïne, noemt hij desgevraagd een verrassing.

Het ministerie laat accountant Deloitte de zaak in 2010 onderzoeken, want er bestaan te veel vermoedens dat de bv van het Slotervaartziekenhuis – sinds 2006 in handen van vastgoedmagnaat Jan Schram, wiens zakenpartner Aysel Erbudak bestuursvoorzitter is van het ziekenhuis – te veel krijgt voor zijn heroïne. Het ministerie van VWS zal voortaan zelf gaan inkopen in plaats van via de drugscommissie.

De ingehuurde accountant komt met een vernietigend rapport. Afgesproken is dat VWS heroïne afneemt tegen een „redelijke handelsprijs”. Maar wat is dat? De bv van het Slotervaartziekenhuis blijkt geen zicht op zijn kostprijs te hebben, voert verkeerde kosten op en heeft de administratie niet op orde. Er is slecht zicht op de geldstromen en op de productiecapaciteit van het heroïnelab. En de gekozen rechtsvorm, een besloten vennootschap, geeft het gevaar dat winsten worden gebruikt voor andere doeleinden dan de productie van heroïne.

In de kluwen van stichtingen en bv’s, is nauwelijks te ontwarren hoe de geldstromen lopen

Dat laatste gebeurt inderdaad twee keer. In 2010 keert de bv 150.000 euro uit aan een andere bv waarin Jos Beijnen, op dat moment lid van de raad van bestuur van het Slotervaartziekenhuis, een groot deel van de aandelen houdt.

Beijnen geldt als een eminent wetenschapper. Hij doet niet alleen intensief wetenschappelijk onderzoek, heeft een leerstoel farmacie aan de Universiteit Utrecht en begeleidt talrijke promovendi. Maar hij is ook een ondernemende apotheker. Zijn vele activiteiten heeft Beijnen ondergebracht in een baaierd aan bv’tjes en stichtingen.

Doordat Beijnen ook in de raad van bestuur van het Slotervaartziekenhuis zit, komt het erop neer dat hij over de verdeling van geld regelmatig contracten met zichzelf afsluit. Want bij veel van de vennootschappen die half onder het ziekenhuis hangen zijn afspraken nodig over wie recht heeft op de inkomsten en wie de rechten bezit op medicijnen die de ziekenhuisapotheker in loondienst ontwikkelt.

Onontwarbare kluwen

In augustus 2014, na het vertrek van Beijnen uit het bestuur van het ziekenhuis, concluderen door het ziekenhuis ingehuurde deskundigen dat sommige octrooien ten onrechte aan Beijnen toevallen in plaats van aan het ziekenhuis. Want uitvindingen zijn soms gedaan in de baas zijn tijd.

Beijnen had volgens het vertrouwelijke rapport van de ingehuurde deskundigen „vanuit juridisch perspectief [...] geen aanspraak [...] op een aanvullende billijke vergoeding”. Er zijn ook rechten „juridisch niet correct” overgedragen.

In de kluwen van stichtingen en bv’s waar Beijnen bij betrokken is, is nauwelijks te ontwarren hoe de geldstromen lopen. Wel is duidelijk dat bovenin de piramide van instellingen een goed gefinancierde privé-bv van Jos Beijnen staat. Daarin zit 1,4 miljoen euro aan liquide middelen, en geen schulden.

Deze nevenactiviteit van Beijnen staat niet in de jaarverslagen van het ziekenhuis vermeld, net zoals het ziekenhuis de inkomsten en het vermogen van de heroïne-bv wel in de cijfers verwerkt, maar niet expliciet noemt. Ook de directiefunctie van Beijnen bij de heroïne-bv wordt jarenlang verzwegen.

Beijnen weigert commentaar.

Prijsverlaging

Volgens het ziekenhuis en accountant KPMG was melding ervan niet nodig, omdat de houdstermaatschappij erboven wel gemeld wordt in het jaarverslag.

Waarom het ziekenhuis de ene dochter wel noemde en de andere dochter niet, is onduidelijk. Duidelijk is dat het Antoni van Leeuwenhoek de activiteiten van de vers verworven halfdochter, de heroïne-bv, wel beter in zijn jaarverslag verantwoordt. Het Slotervaart noemt in 2013 voor het eerst kort de heroïne-bv.

Na het onderzoek door Deloitte naar de heroïneprijzen volgt twee jaar later actie. Eind 2012 worden de afspraken tussen het ministerie en de heroïne-bv aangescherpt. De „nieuwe kostprijzen voor de poeders zijn circa 22 procent lager”, e-mailt een ambtenaar van het ministerie aan zijn departement.

Het duidt erop dat het departement van VWS zeven jaar lang te veel heeft betaald. Maar ook na deze aanscherping blijft de heroïne-bv miljoenenwinsten boeken. Zowel in 2013 als in 2014 realiseert Di-acetylM BV een winst van 1 miljoen euro.