Column

Hé, we zitten in een hoogconjunctuur

U zult het, murw van zeven jaar tegenslag, misschien niet merken, maar het gaat goed met de economie. Heel goed zelfs. Het is menselijk om soms niet te kunnen waarnemen wat buiten de verwachting ligt, zoals het onvermogen een goede kennis te herkennen in een verre vreemde stad. Zo ook is het lastig te zien dat we in een geweldige economische upswing aan het komen zijn.

Dat kan natuurlijk nog fout gaan. Alles kan fout gaan. Maar kijk eens naar de economische prognoses die de OESO, de club van industrielanden, maandag publiceerde. De OESO-voorspellingen van het najaar zijn de eerste serieuze doorrekeningen voor het jaar ná het jaar daarop. In dit geval dus 2017.

Wat zegt de club? Allereerst voorspelt die voor 2015 een economische groei van 2,2 procent. Dat is meer dan de prognose van het Centraal Planbureau, die 2 procent bedraagt. In 2016 krijgt Nederland volgens de OESO een economische groei van 2,5 procent, marginaal hoger dan de 2,4 procent van het CPB. Verrassender is de OESO-voorspelling voor 2017 – zoals gezegd de eerste serieuze. Die komt op 2,7 procent economische groei. Dat is zeer gunstig.

Maar hoe zit het dan met al die doemvoorspellingen over de wereldeconomie, China, grondstoffenlanden en deflatie? Ze snijden allemaal wel een beetje hout. Maar we bevinden ons in een tijd dat duister nieuws voor de rest van de wereld gunstig is voor Europa. Een soort Brusselse variant van ‘met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht’. De euro staat laag. Olie kost minder dan 50 dollar per vat. Transportkosten, bijvoorbeeld per schip, kelderen wereldwijd door de overcapaciteit die onder meer vrijkomt door de Chinese vertraging.

De goede vooruitzichten voor Nederland hebben opmerkelijke neveneffecten. Het begrotingstekort daalt volgens de prognoses van de OESO tot 0,7 procent in 2017. De staatsschuld, volgens de Europese definitie, komt op 66,7 procent – en daar kan nog ruim 2,5 procentpunt van af als ABN Amro geheel is afgestoten naar beleggers. De werkloosheid daalt in 2017 tot 6,1 procent – nog steeds veel te hoog maar wel meer dan honderdduizend mensen minder dan vorig jaar. En er ontstaat een positieve output gap: een situatie waarin de economie boven haar potentieel begint te draaien. Tenzij er een opwaardering komt van dat economische potentieel, hetgeen een bevestiging zou zijn dat de Nederlandse economie weer vitaler is dan we dachten.

Nogmaals: er kan heel veel fout gaan. In de wereldeconomie zijn er te veel variabelen aan het werk, zowel politiek als economisch, om met vertrouwen vooruit te kunnen kijken. Al was het maar twee jaar. Plannen op een economische hausse is even gevaarlijk als het experimentele geldbeleid dat vanuit Frankfurt wordt gedicteerd. Maar het is goed te weten dat de grauwsluier die in de meeste analyses over de wereldeconomie hangt, niet noodzakelijk voor ons hoeft te gelden. We moeten nog leren niet meer het middelpunt van de wereld te zijn.

Blijft over: drie jaar fantastische groei, zoals het er nu uitziet. Geniet er van. Maak plannen. En bedenk: er zijn slechtere tijden geweest om vluchtelingen op te vangen.