Column

Donker van binnen

Deze week begeleidde ik een toffe club vierdeklassers op een middelbare school in Amsterdam. Ze moesten leren om over zichzelf te schrijven. Dat leek me nogal een opgave voor vijftienjarigen, maar de leerlingen praatten honderduit over zichzelf, hun dromen, hun angsten en over hun herkomst. Het duizelde me even toen de verschillende achtergronden ter sprake kwamen.

Een jongen met bruin haar, bleke huid en lichtgroene ogen was Indiaans Chinees, Nederlands, Frans en Marokkaans. Het meisje met de blauwe ogen en het honingblonde haar was half-Nederlands, half-Egyptisch. De jongen die Moluks leek, bleek Armeens. Het meisje met de donkerbruine ogen, olijfkleurige huid en gitzwart haar was Fries.

Ik vroeg hen of ze ooit op hun uiterlijk waren beoordeeld. Het half-Algerijnse meisje was in de supermarkt een keer achtervolgd door een vakkenvuller, omdat hij dacht dat ze iets wilde stelen. De Friezin was zoiets overkomen in een elektronicawinkel. „Ze dachten zeker dat ik een Turk was,” zei ze grinnikend, haar Turkse vriendje aanporrend. Hij schudde zijn hoofd. Van hem dacht iedereen dat hij uit Italië kwam.

Ik gaf een rondje pepernoten en bekeek de verpakking. Albert Heijn blijft producten verkopen met een zwarte Zwarte Piet erop. „Wat vinden jullie van die hele Pietendiscussie?” vroeg ik, en de klas viel stil. Alle blikken waren opeens gericht op het ebbenhouten meisje uit Suriname. Haar ogen werden troebel. Ik vroeg haar of ze Zwarte Piet stom vindt, en tot mijn verbazing schudde ze haar hoofd.

Toen de klas de documentaire Zwart als roet van Sunny Bergman had gezien, brak er een heftige discussie los. Sommige leerlingen vonden het belachelijk Zwarte Piet af te schaffen. ‘Wie tegen is, moet maar naar zijn eigen land!’ zeiden sommigen. Om haar te steunen zeiden een paar leerlingen tegen haar dat zij wél tegen Zwarte Piet zijn. Het meisje zat er als verlamd bij.

„Ik wilde zeggen dat dat niet het punt is”, zegt ze met een samengeknepen stem. „Het is niet Zwarte Piet, maar dat je als je een donkere huid hebt, automatisch in deze discussie wordt gesleurd. Waardoor de nadruk ongevraagd op je huidskleur komt te liggen, en het feit dat je afwijkt van de norm!” Iedereen denkt dat ze tegen Zwarte Piet is, omdat ze donker is. Maar het meisje heeft evenmin om haar huidskleur als om dit debat gevraagd. Ze zucht: „Niet iedereen realiseert zich dat sommige mensen zich niet willen mengen in deze discussie. Er is zo weinig ruimte om iets anders te vinden dan voor of tegen te zijn. Dat is misschien nog wel het allerergste. Het is niet Zwarte Piet. Het is de machteloosheid.”

Even is het enige geluid is het wegkauwen en doorslikken van pepernoten. Ik bedenk me dat onze lichamen van binnen allemaal even donker zijn. Maar daar hoor je gelukkig nooit iemand over. Nog niet.