Dit spel maakt je beter dan Van Gaal

draait erom de beste voetballers te kopen en je team naar de top te brengen. De voorspellende waarde van het spel blijkt zo goed, dat ook de echte voetbalwereld nu meekijkt.

Voor Jon McLeish begon de verslaving bij Championship Manager 2, in 1995. Hij was toen 14 jaar. Als jongetje uit Glasgow zat hij hele zomervakanties achter de computer om kleine Schotse clubs naar de wereldtop te loodsen met talentjes die hij kocht van andere clubs.

Maar het was zes jaar later, in 2001, dat hij op de meest uitzonderlijke speler van allemaal stuitte. Van het beloftenteam van Barcelona had hij een ventje gehuurd, 13 of 14 pas, die maar bleef scoren. Dat moest zijn vader weten. Alex McLeish, oud-international voor Schotland, was toen trainer van Glasgow Rangers. Als Jon spelers in zijn computerspel had ‘ontdekt’, dan vertelde hij zijn vader erover.

Pap, zei hij dit keer, jullie moeten iemand kopen die Lionel Messi heet. Hij wordt de beste speler ter wereld.

Vrijdag verschijnt de nieuwste versie van het spel dat tot 2005 Championship Manager heette, en tegenwoordig Football Manager. In het spel ben je de baas van een voetbalteam. Je kunt spelers kopen en verkopen en de opstelling maken. Wedstrijden ( zo zien die eruit) kijk je vanaf de zijlijn.

‘FM’ is in essentie niet meer dan een enorme database met statistieken: als speler stap je in een zo waarheidsgetrouw mogelijke kopie van de huidige voetbalwereld, die je vervolgens naar je hand kunt zetten. Het is het denkspel onder de voetbalgames; de FIFA- of Pro Evolution Soccer-reeks speel je om het te dóen: poppetjes besturen, goals maken. Football Manager heeft soms meer met schaken van doen dan met voetbal. Je analyseert, bedenkt tactieken, maakt plannen voor de lange termijn. Hoe hou je een voorsprong vast? Hoe benader je een sterkere tegenstander? Hoe maak je van een talentvolle jeugdspeler een wereldster? Tijdens de wedstrijden heb je evenveel invloed als een echte coach: je kunt wisselspelers inbrengen en de tactiek veranderen, maar meer niet.

De spelserie bestaat nu 23 jaar en werd in totaal zo’n 12 miljoen keer verkocht. Dat is vele malen minder dan de 150 miljoen exemplaren van FIFA. Maar de relatief kleine fanschare roemt het spel om zijn realisme: zoals een vluchtsimulator de besturing van een Airbus A310 wil benaderen, zo wil Football Manager dat de speler een club kan leiden zoals Louis van Gaal dat kan bij Manchester United.

Een netwerk van 1.300 scouts

Dat dat lukt, blijkt uit de vele anekdotes van toegewijde FM-spelers. Er zijn erbij die een pak aantrekken als hun team een belangrijke wedstrijd speelt, of die de Champions League-hymne draaien als er Europese wedstrijden op het programma staan. De Britse komiek Jason Manford vertelde in zijn show eens dat hij was uitgenodigd voor een optreden bij Manchester City en daar merkte dat hij wat kortaf was tegen verdediger Micah Richards. „Pas toen ik thuiskwam realiseerde ik me dat hij in Football Manager een paar keer te laat was gekomen voor de training.”

Om de echte voetbalwereld zo dicht mogelijk te benaderen, heeft Football Manager een netwerk van circa 1.300 scouts, die over de hele wereld zitten. Ter vergelijking: Feyenoord heeft 3 fulltime scouts, Arsenal ongeveer 25. De FM-scouts volgen een club of meerdere clubs in een regio. „Ze bezoeken regelmatig wedstrijden van het eerste elftal”, zegt Miles Jacobson, die het team achter de FM-serie leidt. „Maar ze gaan ook naar wedstrijden van het tweede en van de jeugd, en af en toe zelfs naar trainingen.” Sommigen werken zelf in de voetballerij, als echte scout of coach, en doen het erbij.

Iedereen krijgt een cijfer

Van elke voetballer in het spel is basisinformatie opgenomen (zoals leeftijd, gewicht, lengte, contractduur), maar iedereen krijgt ook een cijfer tussen 1 en 20 op ruim dertig aspecten van het voetbalspel, zoals afstandsschoten, koppen, uithoudingsvermogen en creativiteit. Dat goed inschatten is een hele klus, want hoe bepaal je bijvoorbeeld zo objectief mogelijk of de eigenschap ‘springen’ van de rechtsback van Fortuna Sittard op niveau 8 zit, of 10, of 12?

„Er zijn honderden pagina’s met richtlijnen en voorbeelden” voor elke scout, zegt Jacobson. „Maar springen is eigenlijk wel een makkelijke, want je hoeft alleen maar te weten hoe lang iemand is en hoe hoog hij komt als hij springt. ‘Passing’ is een stuk moeilijker.”

De ijver van die 1.300 scouts zorgt ervoor dat het spel regelmatig de carrière van een wereldvoetballer voorspelt, terwijl de echte wereld dan nog lang niet zover is. Bij Messi (Barcelona) was dat zo, bij Ibrahimovic (Paris Saint Germain) ook. „En Lewandowski (Bayern München) kenden we al toen hij nog in de Poolse tweede divisie speelde”, zegt Jacobson trots.

Een recent oorbeeld is Anthony Martial. De 19-jarige Franse aanvaller werd deze zomer de duurste tiener aller tijden toen hij voor 50 miljoen euro (en mogelijk nog eens 30 miljoen aan bonussen) naar Manchester United ging. Jacobson: „Ze hadden veel geld kunnen besparen als ze hem drie jaar geleden hadden gekocht, toen ons team hem al aanwees als superster.”

Een van de scouts is Rob Delport, die voor FM spelers volgt in Zuid-Afrika. Hij vertelt dat hij ‘scoutingtraining’ moest volgen en veel met andere scouts overlegt, zodat de beoordelingen die ze toekennen relatief gelijk blijven. „Ik probeer zo veel mogelijk wedstrijden te bezoeken, en ga naar trainingen. Ik ken alleen een waarde toe als ik iemand meerdere keren heb zien spelen.”

Delport werkt in de voetbaljournalistiek, en is „in het achterhoofd” altijd bezig met scouten voor het spel. Hij heeft weleens meegemaakt dat een speler schrok van wat Delport allemaal over hem wist. „Maar dan zeg ik dat ik scout ben voor FM, en dan begrijpen ze het.” Wat ook voorkomt: dat spelers hem vragen of hij ze niet ‘iets beter kan maken’. „Vooral degenen die ook FM spelen.”

Spel of echte wereld

Spelletje of niet, langzaam infiltreert Football Manager de echte wereld. Voormalig Manchester United-speler Ole Gunnar Solskjær, nu coach bij het Noorse Molde FK, verkondigt openlijk dat hij het beroep leerde met Football Manager. Sinds kort gebruikt Sky Sports, de grootste betaalzender voor sport in het Verenigd Koninkrijk, de ‘stats’ van spelers om te beoordelen of een nieuwe aankoop een goede zet was. Al in 2008 begon Everton FM te gebruiken als kennisbank, en sinds vorig jaar werkt het spel samen met Prozone, dat software maakt waarmee clubs potentiële aankopen kunnen scouten. Er zijn zelfs transfers die zonder FM niet zouden hebben plaatsgevonden, zegt Jacobson. „Maar ik zou allerlei geheimhoudingsafspraken breken als ik daarover zou praten.”

Gaat het dan nooit eens mis? O, ja, zeker wel. Verstokte FM-gamers veren nog altijd op bij het horen van de naam van Tonton Zola Moukoko, een Zweeds-Ghanees talent dat in Championship Manager 00/01 steevast uitgroeide tot een wereldster. In werkelijkheid kwam hij niet verder dan lagere Scandinavische competities. Tó Madeira was in dezelfde editie van het spel een speler die je móest kopen. Later bleek dat hij helemaal niet bestond. Een Portugese FM-scout had zichzelf onder dat pseudoniem aan het spel toegevoegd.

Alex McLeish, trouwens, deed de tip van zijn zoon Jon aanvankelijk af met een aai over de bol. Maar twee jaar later vroeg hij zijn assistent, Jan Wouters, toch eens navraag te doen bij Henk ten Cate, assistent-trainer onder Frank Rijkaard bij Barcelona. Nederlanders onder elkaar. Wouters informeerde naar Andrés Iniesta – ook aangeraden door Jon – die toen al een paar wedstrijden in het eerste had gespeeld. Of hij te huur was? Nee. Waarop de onderhandelingen zich verlegden naar Messi. Even was er sprake van dat het Argentijnse supertalent naar Schotland zou verkassen dankzij een computerspelletje. „Want hij was jonger en moest nog groeien en sterker worden”, herinnert Jon zich. „Helaas debuteerde hij een paar weken later in het eerste van Barcelona. De rest is, zoals ze zeggen, geschiedenis.”


Wie zijn de nieuwe (Nederlandse) Messi's? Deze vijf spelers werden in de afgelopen twee edities van Football Manager wereldsterren: