Dekker: publieke omroep moet opener zijn over kosten

De publieke omroep moet sneller vertellen wat een programma heeft gekost, als de politiek daar om vraagt. Dat schrijft staatssecretaris Dekker (Media, VVD) in een brief aan de Tweede Kamer. De bewindsman reageerde gisteren op het zogenoemde Concessiebeleidsplan 2016-2020 waarin de publieke omroep zijn toekomstplannen beschrijft.

Dekker schrijft dat bij eerdere vragen van de Tweede Kamer over de kosten van het eredivisievoetbal en het Koningslied het verkrijgen van financiële informatie moeizaam verliep. „De weerstand die ik toen heb ondervonden bij de NPO en de omroepen en de vertraging die ik daarmee heb opgelopen bij het informeren van de Tweede Kamer, wil ik in het vervolg voorkomen.” De NPO is de Nederlandse Publieke Omroep, de koepelorganisatie in Hilversum die onder meer de programmering samenstelt.

De publieke omroep mag van Dekker in onderhandelingen met externe partijen ook niet zonder meer geheimhouding afspreken over contracten. Tot op heden is nog steeds niet precies duidelijk wat de NOS jaarlijks betaalt voor de uitzendrechten van de eredivisiesamenvattingen. Evenmin zijn alle details bekend rond het Koningslied. „Ik wil de Tweede Kamer snel kunnen informeren. En het is aan u om daar aan mee te werken”, schrijft Dekker aan de NPO.

De staatssecretaris noemt de toekomstplannen van de publieke omroep verder „op een aantal onderdelen niet duidelijk genoeg om een basis te bieden voor de komende vijf jaar”. Hij onderschrijft de meeste kritiek van adviesorganen de Raad voor Cultuur en het Commissariaat voor de Media.

Amusement mag

Dekker wil dat de publieke omroep alleen nog maar programma’s gaat uitzenden in de genres informatie, cultuur en educatie. Het publieke aanbod moet tegelijkertijd een „breed en divers publiek” bereiken. Daartoe mogen de omroepen verstrooiende programma’s blijven uitzenden. Maar niet omdat amusement vooral lekker veel kijkers trekt. Dekker: „Ik verwacht dat u aantoont dat dit publiek zonder dat amusementsprogramma niet was bereikt.”

De NPO moet verder duidelijker beschrijven hoe externe producenten, die onafhankelijk zijn en niet gelieerd aan een omroepvereniging, nou precies toegang krijgen tot het bestel. Dekker wil dat buitenproducenten, maatschappelijke organisaties en jonge creatievelingen ook programma’s kunnen pitchen bij de NPO, maar hun positie is nu nog te onzeker.

Dekker geeft de NPO tot 31 december de tijd om te reageren. Op 1 januari 2016 treedt de nieuwe concessieperiode in, met op tv, radio en internet drie fusieomroepen (KRO-NCRV, BNN-VARA, AVROTROS), drie kleinere onafhankelijke omroepen (VPRO, EO, MAX) en twee taakomroepen (NOS, NTR). Er zijn drie aspiranten (WNL, Powned en HUMAN) en de kleine religieuze en levensbeschouwelijke omroepen zoals RKK, IKON en Joodse Omroep verdwijnen.