‘1 op 10 automobilisten ziet niet goed’

Dat meldde opticien Pearle maandag, en werd overgenomen door diverse media.

Foto Istock

De aanleiding

Eén op de tien automobilisten ziet niet goed. Dat bracht Pearle maandag naar buiten, via hun site en een persbericht. Volgens de opticien dragen deze automobilisten nog geen bril of contactlenzen, of met een onjuiste sterkte. Bij 2,4 procent is het zicht zelfs zo belabberd dat ze volgens de wettelijke norm (een minimale gezichtsscherpte van 0,5 met één of twee ogen) niet mogen autorijden.

Waar is het op gebaseerd?

Pearle organiseerde deze zomer een oogtest voor automobilisten. 1.486 automobilisten lieten tussen 20 augustus en 11 september hun ogen controleren in een van de Pearle-winkels en in een oogmeetstation bij een tankstation aan de A12, dat daar speciaal voor was opgezet.

Voor de test werd een LogMAR chart gebruikt: een kaart met vijf letters, cijfers of plaatjes, die naar onder toe steeds kleiner worden. Zo werd vier jaar geleden door het VUmc onderzocht hoe het is gesteld met de gezichtsscherpte van automobilisten, in het kader van een breder Europees onderzoek. Ook toen was de uitkomst dat een op de tien niet goed ziet. Reden voor Pearle, die samenwerkt met Veilig Verkeer Nederland, om te onderzoeken of dit percentage inmiddels verbeterd is. „Maar dat blijkt dus niet het geval”, zegt Rob Stomphorst van Veilig Verkeer Nederland.

En, klopt het?

Alle automobilisten die meededen kwamen uit zichzelf naar de Pearle-winkels (er werd gemeten bij 97 filialen door heel Nederland) of langs de A12. Daarbij werden automobilisten die het afgelopen half jaar hun ogen al hadden laten checken, geweerd uit het onderzoek.

Hoeveel dat er waren is niet bijgehouden, zegt Jeroen Kester van marketingonderzoekbureau Ipsos, die de metingen interpreteerde. „Ik vermoed dat het om een verwaarloosbaar percentage gaat.” Maar het is niet mogelijk om te zeggen of de uitkomst heel anders zou zijn geweest als zij wel waren meegeteld.

Er is geen bewuste afspiegeling van de Nederlandse bevolking gemaakt, en ook geen willekeurige. Daardoor zouden mensen zonder zichtproblemen en mensen met een recente nieuwe bril of lenzen ondervertegenwoordigd kunnen zijn in de proef. Van de 1486 deelnemers vielen er nog 280 af omdat hun testresultaten niet goed waren ingevuld. Zo bleven er 1206 over.

„Een ferme steekproef”, oordeelt Jeroen Kester. „Maar we weten niet of dit een goede afspiegeling van de Nederlandse samenleving is.” Dat is volgens hem de reden waarom er in het persbericht gesproken wordt over automobilisten, en niet over Néderlandse automobilisten. Of preciezer geformuleerd: „De automobilisten die meededen aan het onderzoek van Pearle.” Dat maakt het onmogelijk om de resultaten te generaliseren.

De Pearle-test maakt wel iets duidelijk: mensen die slecht zien, kunnen dus zomaar deelnemen aan het verkeer. Rob Stomphorst: „Na het testje op je rij-examen wordt dat nooit meer gecheckt.” Volgens Nathalie Dingeldein van het Centraal Bureau voor de Rijvaardigheid heeft iedere rijbewijsbezitter de verantwoordelijkheid om veilig aan het verkeer deel te nemen. „Goed zien hoort daar natuurlijk bij.”

Conclusie

De testpersonen lieten uit eigen beweging hun ogen controleren. Er is ook geen bewuste afspiegeling van de Nederlandse bevolking gemaakt. De bewering van Pearle gaat daarmee alleen op voor de automobilisten die meededen aan het onderzoek, waarvan we door de niet-willekeurige groep deelnemers niet kunnen zeggen dat hij representatief is voor heel Nederland. We beoordelen de stelling daarom als ongefundeerd.