Weer zet de senaat er een streep door

Niet voor het eerst sneuvelde een initiatiefwet gisteren in de senaat. Deze keer de strafbaarstelling van overheden.

In de Tweede Kamer was brede steun: bijna tweederde stemde voor. In de Eerste Kamer stemde zelfs een initiatiefnemende partij tegen. De senaat verwierp gisteren – met één stem verschil – een voorstel om de strafrechtelijke immuniteit van overheden op te heffen. Was de wet aangenomen, dan had het Openbaar Ministerie niet alleen burgers en bedrijven, maar ook de (rijks)overheid strafrechtelijk kunnen vervolgen. Ook vervolging van individuele ambtenaren zou hierdoor vergemakkelijkt zijn.

Het voorstel was een initiatief van de Tweede Kamerleden Jeroen Recourt (PvdA), Peter Oskam (CDA) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie). De senaatsfractie van het CDA stemde tegen omdat strafrechtelijke vervolging van de overheid de politieke controle in de weg zou staan. De ChristenUnie-fractie had bedenkingen, maar gaf het plan „het voordeel van de twijfel”.

Voorstanders noemen grote nationale rampen, zoals de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam en de Schipholbrand, als voorbeelden. De overheid bleek niet strafrechtelijk te vervolgen.

Voor gemeenten en provincies is de immuniteit niet absoluut. Die geldt voor hen alleen voor typische overheidstaken, en niet voor taken die ze hadden kunnen uitbesteden aan andere partijen.

Gisteren kwam een klassiek verschil naar boven tussen de twee Kamers van het parlement. De direct gekozen Tweede Kamer wil luisteren naar het volk, in dit geval door overheidsinstanties eenzelfde soort verantwoording te laten afleggen als burgers en bedrijven. De senaat ziet allerlei staatsrechtelijke en praktische bezwaren.

Senatoren benadrukken dat de overheid al politieke verantwoording aflegt. Die zou worden verdrongen als er tegelijk strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Een angst is dat bestuurders in het geval van dreigende vervolging direct zullen opstappen, terwijl de schuld nog niet is aangetoond.

Ook minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) had zware bedenkingen bij het voorstel. Hij zei tijdens het debat twee weken geleden dat hij zelf in een ingewikkelde positie kan komen als het OM, waar hij politiek verantwoordelijk voor is, een onderzoek naar hem instelt.

Initiatiefwetten stranden relatief vaak in de senaat. Senatoren, die zelf geen recht van initiatief hebben, zijn zowel kritisch op de inhoud als de techniek van dergelijke wetten. Initiatiefwetten zijn sterk politiek gemotiveerd en zouden vaker ‘rammelen’ dan wetten die op ministeries worden geschreven. Ze kunnen regelmatig de toets van de senaat op uitvoerbaarheid en doelmatigheid niet doorstaan.

Sinds Mark Rutte premier werd, is dit al de vijfde initiatiefwet die sneuvelt. Peter Oskam (CDA) zag in mei zijn poging mislukken om de aansprakelijkheid te verruimen voor jongeren vanaf 14 jaar die zich misdragen. Het voorstel van oud-PvdA-Kamerlid Pierre Heijnen om het aantal gemeenteraadsleden en wethouders te maximeren haalde het ook niet. Befaamd is de blokkade van de Eerste Kamer in 2012 van het voorstel van Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) om ritueel slachten te verbieden.

Het initiatief voor een Huis voor Klokkenluiders werd vorig jaar in de senaat aangehouden, maar komt na een ingrijpende wijziging alsnog in stemming. De meeste initiatiefwetten sneuvelen overigens al lang voordat ze de Eerste Kamer bereiken. Tussen 2000 en 2014 werden 110 initiatieven ingediend, slechts 38 leidden tot een nieuwe wet.