We stoken de aarde 2,7 graden warmer

Volgens het Internationaal Energie Agentschap zijn veel extra maatregelen nodig om de opwarming van de aarde te kunnen beperken.

De richting is goed, het doel is nog niet in zicht. Ook als alle plannen worden uitgevoerd om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, zal de aarde aan het einde van de eeuw meer dan twee graden zijn opgewarmd. Met alle dramatische gevolgen van dien voor het leven op de planeet.

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) waarschuwt in de jaarlijkse World Energy Outlook dat de opwarming, zonder extra ingrepen, bijna drie graden zal zijn (2,7). Dat is lager dan sommige wetenschappers voorspellen, maar hoger dan de twee graden die internationaal is afgesproken.

De VN-klimaatconferentie die eind november in Parijs begint moet daarom volgens de IEA met een „duidelijke en geloofwaardige” visie en „de juiste stimuleringsmaatregelen” komen. Het agentschap noemt vijf terreinen.

■Energiebesparing: Als er minder energie wordt verbruikt in industrie, woningen en transport, daalt de uitstoot van CO2 automatisch.

■Kolencentrales: Die moeten gefaseerd worden stilgelegd.

■Investeringen: Verdubbeling van investeringen in hernieuwbare energie tot 2040.

■Fossiele brandstoffen: Subsidies afbouwen.

■Maatregelen nemen tegen de uitstoot van methaan bij de productie van olie en gas.

Dat de wereld verandert is goed te zien aan het energieverbruik. In de westerse geïndustrialiseerde wereld neem dat af. De piek was in 2007; sindsdien is het verbruik, mede door de economische crisis die in 2008 begon, gedaald. Maar daar staat een forse groei in andere delen van de wereld tegenover, met name in China, India, Afrika en het Midden-Oosten. Tussen nu en 2040 zal het energieverbruik wereldwijd met eenderde toenemen, voorspelt het IEA.

China speelt daarin een cruciale rol. Tot 2040 zal het land de grootste verbruiker en producent van steenkool zijn en dus enorme hoeveelheden CO2 blijven uitstoten. Ook al heeft het land aangekondigd in 2017 een systeem van emissierechten voor energiecentrales en zware industrie zal invoeren.

Maar het beeld is niet eenduidig, want China zal tegelijkertijd ook de grootste producent worden van duurzame energie. Rond 2030 zal de groei van uitstoot van CO2 minder worden, is de verwachting. De grote vraag is hoe snel China en andere Aziatische landen de overgang naar hernieuwbare energie zullen kunnen doorvoeren. Want daar moet het verschil dus vandaan komen.

Hoofdrol voor waterkracht

Hernieuwbare bronnen spelen wereldwijd nu al een cruciale rol in de productie van elektriciteit. Na steenkool staan waterkracht, wind, zon en biomassa op de tweede plaats. En dat aandeel groeit snel. Het IEA voorspelt dat in 2040 zeker 35 procent van de elektriciteit duurzaam zal worden opgewekt.

China wordt de grootste markt voor duurzame energie. Van iedere 4 GW die er tot 2040 wereldwijd bijkomt, zal er zeker 1 GW uit China komen. De rest komt uit de Europese Unie, India en de Verenigde Staten.

De kosten van duurzame energie zullen volgens het rapport „dramatisch dalen”. Op dit moment kan alleen waterkracht echt met fossiele brandstoffen concurreren. Maar dat verandert snel, in 2040 kan zeker eenderde van de duurzame bronnen – los van waterkracht – de strijd met fossiele energie aan.

Met zijn enorme waterprojecten, zoals de Drieklovendam in de Yangtze, is China sinds 2014 de grootste producent van ‘witte steenkool’ in de wereld. Latijns-Amerika is een belangrijke tweede. Waterkracht blijft in de optiek van de IEA een hoofdrol spelen.

De tweede belangrijke bron voor de duurzame opwekking van elektriciteit is wind. En ook hier zal China over een paar jaar de grootste zijn, gevolgd door de Europese Unie en de Verenigde Staten.

Voor zonne-energie geldt hetzelfde verhaal. Waren eerst Europa en de Verenigde Staten toonaangevend in de productie van zonnepanelen, nu beheerst Azië de markt. In 2014 werden negen van de tien zonnepanelen in Azië gefabriceerd, de EU en de VS zijn vooral importeurs geworden.

Fossiele brandstoffen

Waar dit allemaal toe leidt? Over ongeveer vijftien jaar zal er meer elektriciteit worden opgewekt uit hernieuwbare bronnen dan uit steenkool. De dagen van deze fossiele bron lijken geteld.

De toekomst voor olie is, wat het IEA betreft, onduidelijk. De prijs van een vat ruwe olie zal de komende vijf jaar onder de 80 dollar blijven. De grote vraag is of er de komende jaren desondanks voldoende geïnvesteerd zal worden om de productie op peil te houden. De vraag naar het minder schadelijke aardgas zal daarentegen blijven groeien, opnieuw vooral in China.

Ondanks al deze ontwikkelingen zal de uitstoot van CO2 als gevolg van stroomopwekking, tot 2040 met 16 procent toenemen. Alle reden volgens het IEA om alle aandacht te richten op de manier waarop elektriciteit zal worden geproduceerd.