Volhardend pleitbezorger voor ingrijpen bij ellende

In 1968 de barricades op tegen de elite, en na lezing van de Goelag Archipel luis in de pels van Frans links.

André Glucksmann in 1977.

Hij was een van de gezichten van mei 1968. Maar gevraagd naar hoe hij bij de Parijse studentenopstand betrokken raakte, gaf de maandagnacht overleden André Glucksmann steevast hetzelfde antwoord: vanwege een mooi meisje. Zijn latere vrouw zei dat ze hem zou verlaten als hij niet met haar de barricaden op ging. Weinig principieel of ideologisch.

Hij was met zijn dertig jaar bovendien ouder dan veel andere revolutionairen die zich tegen de heersende Franse politiek keerden. De zoon van Joodse immigranten was in 1961 afgestudeerd als filosoof. Hij verkeerde in communistische kringen, maar was eind jaren zestig aan de Sorbonne assistent geworden van de niet erg links angehauchte socioloog en filosoof Raymond Aron. Onder zijn vleugels had hij zijn Le discours de la guerre (1967) gepubliceerd, over nucleaire afschrikking in het licht van de Vietnamoorlog. Een korte periode als maoïst gaf hem voldoende munitie om een leven lang luis in de pels van Frans links te zijn, schreef de uit de 68-beweging voortgekomen krant Libération in 2007 bozig.

Wat hem naar eigen zeggen de ogen had geopend, was Solzjenitsyns Goelag Archipel, in 1973 in het Westen verschenen. In La cuisinière et le mangeur d’hommes (1975) betoogt Glucksmann dat het marxisme onvermijdelijk tot totalitarisme leidt.

Inmiddels stond hij met onder meer Bernard-Henri Lévy bekend als ‘nieuwe filosoof’. Behalve hun fixatie op het kwaad in de politiek hadden ze gemeen dat ze de filosofie tot een publieke zaak maakten. Dat leidde in 1979 tot een bezoek aan het Elysée, in een poging bootvluchtelingen uit Vietnam op te nemen. Glucksmann nam zijn leermeester Aron en Jean-Paul Sartre mee, maar die twee zeiden weinig. Toen Glucksmann sprak over een „Auschwitz liquide”, een vloeibaar Auschwitz, ging president Giscard d’Estaing overstag.

Ook later bleef Glucksmann voor interventie pleiten: voormalig Joegoslavië, Tsjetsjenië, Libië en recent nog Syrië zouden volgen. Glucksmann werd zo bekend als ‘filosoof van de verontwaardiging’, kopte Le Monde. In 2003 keerde hij zich tegen de ‘slappe’ president Chirac, die weigerde de VS te steunen in Irak. Hij zag de kandidaat van rechts, Sarkozy als iemand die als atlanticus en interventionist een veiliger wereld wilde.

Volgens zijn vriend Daniel Cohn-Bendit was Sarkozy voor Glucksmann een „voortzetting van mei 1968”, iemand die wilde breken met de gezapigheid. Diezelfde Sarkozy keerde zich in 2007 fel tegen de erfenis van de soixante-huitards, die met hun losse moraal de samenleving hadden ontwricht. „Daar moest ik om lachen”, zei Glucksmann later. De echte breuk kwam in 2009, toen Sarkozy toenadering zocht tot de Russische president Poetin: voor hem het nieuwe gezicht van het kwaad.

    • Peter Vermaas